Mevr. H. P. van Empel- Tussenbroek - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Mevr. H. P. van Empel- Tussenbroek

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Est
Achternaam: Empel-van Tussenbroek
Tussenvoegsels: van
Voornamen: Hendrika Petronella
Voorletters: H P
Beroep:
Geboorteplaats: Est en Opijnen
Geboortedatum: 12-07-1918
Overlijdensplaats: Est en Opijnen
Overlijdensdatum: 17-09-1944
Begraafplaats: Gemeentelijke Begraafplaats
Gemeente: Est
Vak:
Rij:
Nummer:

Het gezin Van Tussenbroek, tweede van links is 'Driek'

De ouders van Hendrika waren Geurt Jan van Tussenbroek (*1874) en Gijsje Jantje Pippel (*1881-1960). Ze kregen samen tien kinderen:
  • Peter (1906-1977) trouwde met Maria Drost (1912-1989)
  • Dirgje Maria (1907-2003, trouwde met Frederik den Boestert (1878-1946)
  • Hendrijntje "Heintje" (1908-1988), trouwde met Hendrik Worps (1913-1993)
  • Gijsbert (*1911),
  • Marinus Martinus (*1913)
  • Gijsje Jantje (1916-2001) trouwde met Jan Willem van Meegdenburg (1916-1971)
  • Hendrika Petronella (1918-1944)
  • Geurt Jan (1921-1985)
  • Christiaan Marinus (1923-1924)
  • Christiaan Marinus (*1925).


Het gezinnetje van Empel (Bron G. van Tussenbroek)

Hendrika "Driek" is geboren op 12 juli 1918 in Est en Opijnen. Zij trouwde in 1936 met steenfabriekarbeider Gerrit Marinus van Empel (*1915) en ze kregen samen een zoon: Adriaan "Adri" van Empel (1937-1944).
Bij familie De Wolf van boerderij Bergakker, op het land aan de Meterse Markt in Est, stond vanaf 6 september 1944 zwaar Duitse luchtafweergeschut opgesteld. De opslag van de munitie daarvoor was onder één van hun hooibergen en de veldkeuken was ondergebracht in de vloedschuur van deze boerderij. De manschappen sliepen in tenten in de nabijgelegen boomgaard. Het geschut stond grofweg tussen de kerktoren van Est en die van Meteren. Het was een grote stelling bestaande uit vijf stukken zwaar geschut, omringd door lichter geschut en aan de buitenzijde mitrailleurs. Daarmee kon op bommenwerpers en vliegtuigen geschoten worden en ook de brug van Zaltbommel lag nog binnen bereik. Eén stuk geschut werd geplaatst op wat nu het bedrijventerrein Hondsgemet heet. De commandopost van de Duitsers was gevestigd in de boerderij van de familie De Fokkert.
Daar de luchtlanding bij Arnhem was begonnen, stond dit geschut de overtrekkende luchtlandingstroepen in de weg. Op zondagmorgen 17 september 1944 om elf uur werd het zgn. Estse broek, aan de zuidzijde van het dorp, door Engelse jagers met meer dan honderd brisantbommen bestookt. De aanval was bedoeld om het Duitse luchtafweergeschut uit te schakelen en waarschijnlijk is door een zeer pijnlijke vergissing van de piloten en/of de legerleiding de kerktoren van Opijnen verwisseld met die van Meteren. De meeste bommen kwamen terecht in het open veld, waardoor veel vee getroffen werd. Helaas kwamen er ook enkele terecht op drie huisjes die net voorbij het kerkhof aan de Esterweg, richting Opijnen, stonden.  

Het huisje van fam.Van Empel aan de Esterweg rond 1940 (Bron foto: C. Jonkers-Van Weelden)

In het eerste huis op Esterweg B10 woonde Gerrit van Empel. Zijn vrouw Drika van Tussenbroek en hun zoontje Adri kwamen bij dit bombardement om het leven. Toen familieleden bij de plek des oinheils aankwamen, zagen ze dat Gerrit met een stokje in het gras aan het zoeken was naar stoffelijke resten van Driek en Adrie. Ze lagen her en der en Gerrit had samen met familieleden van veilingkistjes een lijkkist voor Driek gemaakt. Adri had een groot gat in zijn rug en voor hem werd van oude planken ook een kist gemaakt.

Een taxateur van de gemeente Est en Opijnen maakte een maand later de balans op:
 
Vernield waren:
twee heerencostuums, twee werkjassen, een overjas, een regenjas, drie werkbroeken,  twee overalls, vier paar sokken, twee stel heerenondergoed, een mantelpak, vijf jurken, twee mantels, drie paar dameskousen, twee stel damesondergoed, drie jongensoverjasjes, vijf paar jon­genskousen, vier jongensbroekjes, een jongenspakje, drie stel jongensondergoed, een dames regenjas, twee paar damesschoenen ,twee spiegels, een kast, een tafel, een vloerkleed, drie stoelen, vijf stuks schilderijen en portretten, een theepot, twaalf kopjes, twee suiker­potten, twee petroleumlampen, een tweepersoonsledikant niet bed en dekens, een klok, drie vazen, een waschbak, drie snel gordijnen, drie stel overgordijnen, twee bloemtafeltjes, een tafelkleed, een geit, een schop, acht borden en vier potten met inmaak.
 
Beschadigd waren:
Vier stoelen, een kachel, een tafel, een vloerkleed, een klein kastje, een waschbak, twee emmers en een nest schalen, een en ander totaal geschat op f 930,-

Hetzelfde huisje zoals het er nu uitziet

Gerrit van Empel (r) met een kameraad

In het middelste huisje woonde de familie Dordmond. Toen hun dochter Dien, die iets verderop woonde, op die bewuste morgen merkte dat het Duitse luchtafweer heel actief was en er heel veel luchtverkeer was, leek het haar en haar man Barend een goed idee om hun twee kinderen naar hun opa en oma te sturen. Hand in hand liep Wilhelmina met haar jongere zusje Marietje daar naartoe. Ze waren nauwelijks daar of de hel brak los en de grootouders gaven de kinderen het advies om met de rug naar de muur van de woning te gaan staan. Marietje kreeg een bomscherf in haar buik. Een van de buurtgenoten heeft het zwaargewonde meisje in een kruiwagen gelegd en zo teruggebracht naar haar ouders. Daar is ze kort daarop overleden.

In het laatste huisje vanaf Est gezien, woonde toen Dirk van Weelden. Hij werd zwaargewond bij de aanval en zijn vrouw Marie Sloot en hun zoontje Aart verloren het leven.

Met dank aan fam. De Heus uit Est en G. van Tussenbroek
Terug naar de inhoud