Ingen- R. L. Kane - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Ingen- R. L. Kane

Gemeente Buren > Gesn. geallieerde militairen > Gesn. Amerikanen
Achternaam: Kane
Voornamen: Robert Leo
Voorletters: R L
Beroep in burgerleven: chauffeur
Legernr. : 39183971
Onderdeel: B-compagnie, 1e bataljon van het 506th Parachute Infantry Regiment (later toegevoegd aan 101st Airborne Divisie)
Geboorteplaats: Cadott, Chippewa in Wisconsin USA
Geboortedatum: 14-12-1917
Overlijdensplaats: Ommeren
Overlijdensdatum: 13-10-1944
Begraafplaats: Brooklawn Cemetery in Cadott
Gemeente: Chippewa
Provincie: Wisconsin
Land: USA
Memorial Id: 140120914

De ouders van Robert waren boer Thomas Joseph Kane (1890-1963) en Anna Julia Nayes (1889-1971) uit Cadott, Wisconsin. Ze trouwden op 29 december 1913 in Menomonie en kregen de volgende kinderen:
• Michael "Mike" John (1914-1966)
• Jeanette May (1916-1978)
Robert Leo (1917-1944)
• Marcella "Sally" (1919-2013)
• Marchall J. (1921-2012)
• Everett George "Jack" (1923-2013)
• Richard Herbert "Dickie" (1925-1991)
• Edward J. "Eddy" (1927-2014)
• Thomas D. (1929-2001)

Robert heeft vier jaar op de Stanley High School gezeten. Na zijn opleiding vertrok hij naar het westen om daar te gaan werken. Hij had ervaring als chauffeur van een bus, taxi, truck en tractor. Toen hij werd opgeroepen voor militaire dienst gaf hij de voorkeur aan de paratrooppers. Hij kwam vanaf 23 juli 1942 terecht bij het 506th Parachute Infantry Regiment. De training hiervoor vond plaats in Camp Toccoa, Georgia, dat grenst aan het Currahee-gebergte. Ironisch genoeg betekende "Currahee" "stand-alone" in de lokale Indiase taal en de troopers namen het meteen als hun regimentenmotto aan, omdat dat hun doel achter de vijandelijke linies was. Hier startte de 506e meteen met parachutetraining. Ze leerden hun eigen parachutes in te pakken en hun uitrusting gereed te maken om te gebrtuiken in een luchtlandingsoperatie. Zij waren de eerste parachustisten die vrijwillig de nylon parachute testte. Nadat Robert deze geavanceerde luchtopleiding bij Fort Benning voltooide in december 1942, verhuisde zijn eenheid naar Camp Mackall, NC. Hier kregen ze een uitgebreide tactische training en vele nachtelijke sprongen.
Dit 506th Parachute Infantry Regiment (506th PIR) was op 1 juni 1943 verbonden aan de 101st Airborne Divisie. De lotgevallen van de Easy Company van het 506th Parachute Infantry Regiment tijdens de Tweede Wereldoorlog worden verhaald in de televisieserie Band of Brothers van Steven Spielberg en Tom Hanks en het gelijknamige boek van Stephen Ambrose.
Na hun training te hebben voltooid, vertrokken de paratroopers van het 506th op de SS Samaria in naar Engeland, waar zij op 15 september 1943 in Liverpool arriveerde. In Engeland was de 506e gestationeerd in Wiltshire County, met eenheden in dorpen als Aldbourne, Ramsbury, Froxfield en Chilton-Foliat. Hier
nam de eenheid deel aan oefeningen als "Operations Wadham and Rankin" ter voorbereiding op de komende invasie van bezet Europa.
The square in Aldbourne

Het 506th PIR werd in drie grote veldslagen tijdens de Tweede Wereldoorlog ingezet, namelijk tijdens Operatie Overlord in Normandië, Operatie Market Garden in Nederland en de Slag om de Ardennen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond het 506th PIR onder bevel van kolonel Robert Sink en daardoor werd het 506th PIR ook wel aangeduid als de Five-Oh-Sink.


Robert is met zijn 506th PIR ook betrokken geweest bij de allereerste gevechten op het Europees vasteland in Normandië. Op 6 juni 1944 om 01.00 uur waren zij de eersten die sprongen op deze zgn D-Day. Een combinatie van lage bewolking en vijandelijk luchtafweergeschut zorgde voor verstrooiing van de luchtarmada. Zo kwamen slechts negen van de eenenveertig vliegtuigen in de juiste Drop Zone (DZ) aan. In deze eerste dagen moet Robert zich onderscheiden hebben en ook gewond zijn geraakt bij een van de acties. Hij kreeg nl. de zeer hoge Purple Heart uitgereikt.
Op 29 juni werd de 101ste afgelost van het VIII Corps en naar Cherbourg gestuurd om de 4th Infantry Division te ontzetten. De 506e PIR bleef als een reserve voor het Eerste Leger tot 10 juli. Daarna keerde zij terug naar Engeland voor rust en training.
In augustus 1944 richtte generaal Eisenhower het eerste geallieerde luchtlandingsleger op, dat uit Amerikaanse, Britse en Poolse onderdelen bestond. Dit nieuwe legeronderdeel werd in september 1944 op de proef gesteld tijdens operatie Market-Garden. Dit plan was bedacht door de Britse veldmaarschalk Montgomery en zou de eerste grote luchtaanval sinds de Duitse aanval op Kreta worden. Het aanvankelijke plan van de geallieerden was om op 17 september 1944  parachutisten en glidermen van de 82e en 101 ste Amerikaanse luchtlandingsdivisies en de eerste Airborne-divisie vanuit Engeland in Nederland bij Arnhem te droppen. Deze troepen moesten wegen, bruggen en de steden Eindhoven, Nijmegen en Arnhem veroveren, waardoor Nederland in tweeën werd gesneden en er een doorgang voor Britse gepantserde en gemotoriseerde troepen zou komen tot aan de Duitse grens.

De laatste brief die de ouders van Robert hadden gekregen, was gedateerd op 26 september 1944.


Plaquette op de Major Horton brug in Opheusden ter nagedachtenis aan Major Oliver M. Horton en de militairen die vielen in de strijd om Opheusden (oktober 1944).

Para's van 2nd 506 reg. bij dijk nabij Opheusden

Op 2 oktober 1944 betrok de Easy Company van de 506th PIR, 101st Airborne Division, hun posities op ‘Het Eiland’, net ten noorden van Zetten. De paratroopers namen hier de posities over, globaal van Heteren tot aan Opheusden, van de Britse 43rd Division, die na het verlies van Arnhem-Oosterbeek hier gebleven waren.
Bij Opheusden werd een hevige strijd geleverd tussen Amerikaanse para's van het 506 PIR en de Duitse 363 Volksgrenadier Division. De Duitsers probeerden in opdracht van veldmaarschalk Model Nijmegen te bereiken. Het werd erg spannend voor de Amerikanen en de reserve-eenheden moesten worden ingezet om de Duitse aanvallen af te slaan. Op 6 oktober 1944 kwam de G-compagnie 506 PIR langs het spoor de Duitse 363 Volksgrenadier Division tegen, die met een gepantserde wagon over de spoorlijn trok. Britse artillerie blies de wagon van de spoorlijn. De Duitsers kregen de Dorpsstraat aan de westzijde van Opheusden in handen, terwijl de para's en Britse kanonniers aan de oostkant ingegraven zaten. De Dorpsstraat van Opheusden wisselde die dag zeven keer van bezetter. De Duitsers probeerden met een omtrekkende beweging vanuit het zuiden Opheusden in te sluiten, maar kwamen niet verder dan de spoorlijn, waar de para's zich in een sterke linie hadden verschanst. Met honderden gaven de Duitsers zich aan de para's over. Diezelfde dag besloot generaal Taylor van de 101 Airborne Division zijn verdedigingslijn naar het oosten terug te nemen om de luchtmacht en artillerie de gelegenheid te geven Opheusden te bestoken. Daartoe werd het derde bataljon van het 327 Glider Infantry Regiment even ten oosten van Opheusden in een nieuwe linie gepositioneerd. Vervolgens trokken de para's van 506 PIR 1e Bataljon, waar Robert toebehoorde, zich terug en werd Opheusden aan de Duitsers overgelaten.
Op 7 en 8 oktober zetten de Volksgrenadiers hun aanvallen ten oosten van Opheusden voort. De druk verminderde na zware aanvallen van Amerikaanse Typhoon jachtbommenwerpers.
Op 9 oktober was de Duitse artillerie bijzonder actief. De Duitse tanks werden door anti-tank-vuur vernietigd, wat het einde betekende van de aanval op Opheusden. De Duitsers probeerden het nog een keer met aanvallen op 11 en 12 oktober 1944. Nadat de Duitse troepen op 8 oktober bij Heteren al op de noordelijke oever waren teruggetrokken, volgde op 15 oktober het besluit achter de lijn Ochten-Kesteren in stelling te gaan. De slag om Opheusden was ten einde, met zware verliezen aan zowel Duitse als geallieerde zijde. Opheusden werd geheel verwoest.
Bron: https://www.saak.nl/battlefield%20tour/2016%20betuwe/betuwe.htm

Robert is op 6 oktober 1944 bij de strijd in Opheusden als vermist opgegeven. Vermoedelijk is hij zwaar gewond geraakt en door de Duitsers meegenomen naar hun noodhospitaal in de lagere school te Ommeren, waar hij een week later, op 13 oktober, aan zijn verwondingen is bezweken.

Plattegrond begraafplaats Ingen


Robert werd een dag later op de Algemene Begraafplaats in Ingen begraven op sectie 3, 2e rij, graf 48. Op het grafkruis stond: Amerik. Sold. Robert L. Kane, 39183971, Gest. 14-10-44,T42-43.

Burgemeester Kamp van Lienden en P.J. van Schaik, die woonde op een boerderij op de Achterbrei 194 in Ingen, gaven beide verklaringen uit:


Brief van burgemeester van Lienden in maart 1946

"J. van Schaik geeft inligtingen over een Amerikaans soldaat. Dat hij op het kerkhof te Ingen begraven ligt en wel op den data 14 October 1944. Hij was miltereer en begraven ongeveer 16 Duitsers wonen de begravenis bij ook een veldprederker was aan wezig. Zijn boven kleren zijn afgenomen en zijn schoenen. Hier mede verklaar ik dat dit naar waarheid is Opgemaak.  
P.J. van Schaik, Achterbrei 194 Ingen"

Op 11 maart 1946 werd het stoffelijk overschot van Robert overgebracht van Ingen naar de Amerikaanse Erebegraafplaats in Neuville en Codroz, in de Ardennen. Daar werd hij op 26 maart 1946 herbegraven op Plot C, Rij 11, graf 256.
Op verzoek van zijn familie werden op 26 april 1949 de stoffelijke resten van Robert via Antwerpen verscheept naar de USA. Op 21 mei 1949 kwam zijn kist per trein aan in Cadott en toen overgebracht naar zijn laatste rustplaats op de Brooklawn Cemetery in Chippawa.

Uit documenten blijkt dat Robert in London was verloofd met de Britse Margaret E. M. Trender (*1919). Hun trouwdatum was al gepland, maar het huwelijk kon door het overlijden van Robert geen doorgang vinden. Ze bleek wel in verwachting van hem te zijn, want begin 1945 werd Robert Kane Trender geboren. Hij kreeg dus de voornaam en achternaam van zijn vader. Helaas is "Bob" op 7 januari 2019 overleden.
Margaret schreef in een brief aan de War Service, dat Sergeant George Puflett uit Muskegon (Wisconsin) gedurende de oorlog de beste vriend van Robert was. Helaas is George al in 1963 op 44-jarige leeftijd overleden.




Chippewa-veterans memorial met de naam van Robert Kane

Met dank leden van het SVF, met name aan Ludmilla van Santen

Terug naar de inhoud