Dhr. A. van Verseveld uit Maurik - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Dhr. A. van Verseveld uit Maurik

Gemeente Buren > Buiten de slachtofferslijst
Achternaam: van Verseveld
Voornamen: Adrianus
Beroep: Losarbeider
Geboorteplaats: Maurik
Geboortedatum: 18-03-1902
Overlijdensplaats: Wolfenbüttel Landkreis Wolfenbüttel
Overlijdensdatum:05-10-1942
Begraafplaats: Nederlands ereveld te Hannover
Gemeente: Hannover
Provincie: Niedersachsen
Land: Duitsland
Vak: H
Nummer: 50

Bron graf: OGS
De ouders van Adrianus waren de Liendense fabrieksarbeider Jan van Verseveld (1873-1931) en Adriana van Mourik (1876-1954) uit Wijk bij Duurstede.
Ze trouwden op 22 juli 1897 te Maurik.
Zij kregen de volgende kinderen:
Jan (*1897)
Willemina (*1899), was gehuwd met Jan Stap en woonde in Heteren
Ruth (*1900)
Adrianus (1902-1942)
Hendrik-Jan (1903)
Adriana (1906)
Peter (*1909)

Drie kinderen overleden jong.
Het gezin verhuisde in 1911 van Lienden naar Herwen en Aerdt
(nabij Pannerden). In maart 1917 verhuisden ze naar Elst.

Adrianus trouwde in 1923 met de 21-jarige Helena van Stuijvenberg uit Herwen en Aerdt. Ze kregen samen acht kinderen. Het jongste kind Rutgerus (*10 april 1937) kwam om het leven tijdens een Nederlandse missie op Nieuw-Guinea in 1959.
Het gezin woonde in Arnhem.
Op 23 juli 1942 werd te Arnhem het huwelijk ontbonden. In datzelfde jaar kwam Ad 'wegens een misdrijf' in de gevangenis van Arnhem terecht.  Van hieruit werd 'door de bezetter een aantal gevangenen weggevoerd naar Duitsland om aldaar werkzaamheden te verrichten'. Ad kwam in de strafgevangenis in
Wolfenbüttel terecht en overleed hier op 5 oktober 1942. De oorzaak is (nog) onbekend.

Wapenproductie van de Fa.Voigtländer & zoon in de Strafgevangenis Wolfenbüttel.

Tijdens het nazi-bewind werden er steeds meer mensen gearresteerd, zodat de gevangenissen overvol waren. De voorwaarden van detentie verslechterde dramatisch en de gevangenen werden steeds meer voor de Arbeitseinsatz gebruikt. Duizenden gevangenen werden slachtoffer van de steeds nauwere samenwerking tussen de rechterlijke macht en de Gestapo. In 1942 moest de Gestapo 12000 gevangenen inzetten. Het viel voor hen niet mee om de goede arbeidskrachten te scheiden van de asocialen. Deze factor was ook van invloed op de gevangenis in Wolfenbüttel.
Het detentiecentrum van Wolfenbüttel was ontworpen voor ongeveer 1000 gevangenen. Tegen het einde van de jaren dertig veranderde door overbevolking de levensomstandigheden voor de gevangenen. Er waren problemen met de hygiënische omstandigheden, onvoldoende kleding, onvoldoende voedsel en slechte medische zorg. Het aantal gevangenen verdubbelde tijdens de oorlog tot meer dan 2000. Ook waren er waren rond de 700 executies in Wolfenbüttel.
Sinds het begin van de oorlog werden de gevangenen steeds meer gebruikt in de wapenproductie en de landbouw. Ze moesten 72 uur per week werken. Bij te geringe arbeidsprestaties volgden huisstraffen. Weigering van werk of zelfs verdachte worden van "sabotage", kon worden bestraft met de dood.
Tegen het einde van de oorlog waren meer dan tweederde van de gevangenen uit Wolfenbüttel in de particuliere sector werkzaam, zowel bij fabrieken de op het terrein van de gevangenis als in de stad. Aan het einde van de oorlog werkten de meeste gevangenen voor de oorlogsindustrie in verder weg gelegen buitenkampen.

Zijn stoffelijk overschot werd in april 1954 van Wolfenbüttel naar de Nederlandse Erebegraafplaats in Hannover overgebracht.

Met dank aan leden van het   Stamboomvragenforum, m.n. Ludmilla van Santen
Terug naar de inhoud