Dhr. C. de Bruin - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Dhr. C. de Bruin

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Geldermalsen
RECTIFICATIE: Op donderdag 4 april 2013 publiceerde Richard van de Velde in Nieuwsblad Geldermalsen een artikel met de titel “Tragische oorlogsdood Geldermalsense jongemannen”.  Onder het kopje “Dolle Dinsdag” schrijft de auteur dat  de huishoudster van NSB-burgemeester Remmert, Teuntje van Zandwijk was uit Erichem. Naar nu blijkt, was dat haar 10 jaar oudere zus C. van Zandwijk (1924-2005). Om misverstanden te voorkomen wil de auteur dit graag rechtzetten en biedt hij oprechte excuses aan.
   Achternaam Bruin
Tussenvoegsels: de
Voornamen: Cornelis
Voorletters: C.
Beroep: Arbeider
Geboorteplaats: Geldermalsen
Geboortedatum: 02-12-1920
Overlijdensplaats: Utrecht
Overlijdensdatum: 26-10-1944
Begraafplaats: Algemene begraafplaats Geldermalsen
Gemeente: Geldermalsen
Provincie: Gelderland
Vak:
Nummer: 1
De ouders van Cornelis waren Zweer de Bruin (*1892-1921) en Anthonia van  Gelderen (*1894-1943) Ze kregen samen vier kinderen:
  • Cornelia geb. 14-3-1915 (per 24-12-1934 naar Den Haag, Javalaan 113)
  • Johanna geb. 10-05-1917 (per 21-09-1938 Tiel, Waterstraat 56)
  • Francina Cornelia geb. 09-04-1919 (per 12-10-1938 Laren NH,  Naarderstraat 68)
  • Cornelis geb. 2 dec 1920 "Kees" trouwde met Margaretha  "Greet" de Jong (1922-2002) Ze woonden op de Geldersestraat in Geldermalsen en kregen samen twee dochters: Greetje (*1943) en Cornelia Anthonia (1944-1945)

Trouwfoto Kees en Greet (Bron: mevr.  Posthumus, zus van Greet)

De moeder van Kees, Anthonia van Gelderen, overleed op 48-jarige in 1943 in Culemborg, terwijl ze officieel in Geldermalsen woonde. Zij was weduwe sinds 12-05-1921. Kees was toen slechts enkele maanden oud. Anthonia van Gelderen was een zus van Wilhelmina, de moeder van Arend de Gram en Anne Maria, de vrouw van Teunis Kruissen. Des te tragischer is dat de vierde zus, Johanna van Gelderen, getrouwd was met de uit Buurmalsen afkomstige Mattheus van der Pol, die tijdens de Arbeitseinsatz in 1943 in het Duitse Witten overleed.

Op Dolle Dinsdag 5 september 1944 vluchtten veel Duitse soldaten en NSB'ers uit Geldermalsen. Volgens diverse familieleden van het omgekomen trio en familie van een bekend verzetsman uit Geldermalsen zou het volgende gebeurd zijn:
"Anna, de vrouw van de NSB-burgemeester J.F. Remmert, zou tegen haar huishoudster C. van Zandwijk gezegd hebben, dat ze de spullen  die zij niet met zich mee konden nemen, mocht hebben. Arend de Gram had  verkering met deze huishoudster. Hij vroeg of zijn neef Kees De Bruin en oom Teunis Kruissen, die ook hulp kreeg van zijn oudste zoon T., hem met behulp van een handkar wilden helpen om de spullen uit het huis te halen. Ook levende have was niet veilig, want het geitje van de dochters van de burgemeester werd ook meegenomen.
Na enkele dagen keerden de burgemeester en de Duitse soldaten echter weer terug. De burgemeester bemerkte dat zijn huis helemáál was leeggehaald en eiste alle huisraad weer van de huishoudster terug. Ook de Feldgendarmerie bemoeide zich ermee, bedreigde o.a  Anna Maria van Gelderen en sloeg haar tot bloedens toe  met een revolver in haar gezicht, dit onder toeziend oog van haar oudste zoon  T.
Burgemeester Remmert en de Feldgendarmerie spraken van plundering en al snel was duidelijk wie hierbij betrokken waren. Kees de Bruin en Arend de Gram gaven zich al spoedig aan. Teunis Kruissen dook echter onder bij familie in Erichem.

Bijna alle meubelstukken werden teruggevonden, maar ondergoed, linnen en textiel waren in de tussentijd al van hand tot hand gegaan en niet meer te traceren. Omdat Teunis zich nog niet bij de politie had gemeld, werd de vrouw van Kees de Bruin gegijzeld, waarop Teunis zich tenslotte op 25 oktober 1944 ook bij de Feldgendarmerie  meldde. Het trio werd de volgende dag onder begeleiding van de plaatselijke politieman Wildschut per auto naar Utrecht overgebracht. Deze agent heeft ze bij een sanitaire stop bij de pont in Beusichem nog de raad gegeven dat ze moesten vluchten. De mannen vertelden hem dat ze niets verkeerd hadden gedaan en dat ze dat in Utrecht ook zouden verklaren."
 
Wolvenplein (Bron foto: Utrechts Archief)

Aan het begin van die middag werden de drie mannen afgeleverd bij de Deutsche Untersuchungs- und Strafgefängnis Wolvenplein in Utrecht.











Monument in Fort de Bilt                                                         Plaquette met bovenaan de namen van de slachtoffers uit Geldermalsen

Enkele uren later werden ze overgebracht naar Fort De Bilt, waar ze rond 17.00 uur standrechterlijk werden geëxecuteerd. Hun overlijden is aangegeven door rechercheur P.A. Loenen. Hun overlijden is aangegeven door rechercheur P.A. Loenen.  

De slachtoffers werden in Utrecht begraven. In juli/augustus 1945 schakelde de  familie van de slachtoffers dhr. Koenen en zijn twee zonen Gradus en Dirk uit de volkswijk 't Rot in Geldermalsen in om de stoffelijke overschotten met de platte wagen, bespannen met twee paarden naar Geldermalsen te transporteren. Om uitsluitsel te geven dat het de juiste personen betrof, moesten zij de stoffelijke overschotten na tien maanden nog identificeren.
De herbegrafenis vond plaats op de Algemene begraafplaats te  Geldermalsen.


Zie hier de overlijdensakte van Kees.

P.S. Greet, de vrouw van Kees, werd in het najaar van 1944 voor straf voor onbepaalde tijd uit de stad verbannen. Zij zag echter kans onder te duiken. Haar kindje Cornelia Anthonia werd drie maanden na het overlijden van Kees geboren, maar stierf kort daarna en werd illegaal op de begraafplaats in Geldermalsen begraven.
 
Bron:   De Teisterbander 11-11-1944

Bron: RAR, Tiel  
 
Bron: "Echo's uit de oorlog" van J. Schelvis
 
In januari 1947 werd tegen oud-burgemeester Remmert van Geldermalsen een strafproces gevoerd. Zie uitgebreid verslag daarvan elders op deze website.

Met dank aan leden van het Stamboomvragenforum, met name Ludmilla van Santen
 
Terug naar de inhoud