Duitse troepen tussen Varik en Tiel - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Duitse troepen tussen Varik en Tiel

Gemeente West Betuwe > Gesneuvelde Duitse militairen

De consequenties voor Tiel na de luchtlandingen bij Arnhem

Na de luchtlandingen bij Arnhem en de snelle opmars van de geallieerden naar het noorden reageert het Duitse opperbevel snel. Op 22/23 september 1944 wordt de helft van een infanteriebataljon vanuit Fort de Beer nabij Hoek van Holland naar Tiel verplaatst. Deze Duitse eenheid, ‘Festungs MG Batallion 29’, maakt deel uit van de Wehrmacht en is voor een deel samengesteld uit bij elkaar geveegde resten van verslagen en gedecimeerde eenheden van ‘Heeresgruppe Mitte’ uit Rusland. De eenheid wordt aangevuld met andere troepen, die de ’Westfeldzug’, de ‘Polenfeldzug’ of de ‘Ruslandfeldzug’ hadden meegemaakt. Er zijn zelfs manschappen bij, die reeds tijdens de inval in Nederland op 10 mei 1940 hadden gevochten. Ongeveer de helft van de eenheid heeft geen of weinig frontervaring. Het fort maakt deel uit van de Atlantik Wall en wordt door de Duitsers ‘Festung de Beer’ genoemd. Het bestaat in 1944 uit een groot aantal bunkers, loopgraven, versterkte onderkomens, luchtafweer enz. en is gelegen in natuurgebied De Beer.
Het moet een eventuele invasie vanaf zee voorkomen en de ingang van de Nieuwe Waterweg richting Rotterdam beschermen.
Intussen bestaat Fort de Beer niet meer. De laatste resten van dit deel van de Atlantik Wall zijn een aantal jaren geleden opgeblazen om plaats te maken voor nieuwe havenfaciliteiten in het Europoortgebied. Voor de manschappen moet het verblijf op het fort, ver weg van de keiharde strijd op de Russische
steppen, een soort militair ‘biovakantieoord’ zijn geweest; uitstekend beschermd door bijna ondoordringbare, dikke, betonnen muren en eindeloze loopgraven. Aan dit tamelijk luxe en veilige verblijf komt echter na de luchtlandingen bij Arnhem een abrupt einde voor hen die overgeplaatst worden naar Tiel.

Officieren van het Festungs MG Bataillon in Tiel

Voordat de manschappen van Festungs MG Batallion 29 naar Tiel worden verplaatst, bezoekt Rusland veteraan Hauptmann (kapitein) Martin Richter de stad na 20/21 september 1944 om kwartier te maken voor zijn eenheid. Hij logeert dan met een kersverse vriendin enige dagen in Hotel Corbelijn. Omdat hij tot Ortskommandant van Tiel is benoemd kiest hij de woning van de burgemeester op Konijnenwal 25 als chique huisvesting van zijn Ortskommandantur. In de juist buiten het stadscentrum gelegen Julianaschool, aan de Grootebrugsegrintweg, worden de bataljonsstaf en diverse ondersteunende diensten ondergebracht, zoals de administratie, fietsherstelwerkplaats en hoefsmid.
Het gebouw dient bovendien als provisorische gevangenis en verhoorcentrum.
De manschappen worden verdeeld over de overgebleven ruimten in de school en de rest wordt bij particulieren ingekwartierd.
Plaatsvervanger van Richter is zijn vriend en oud strijdmakker uit Rusland, Oberleutnant Ulrich Imsiepen. Ze kennen elkaar al jaren en tussen hen bestaat een bijzondere band. In Rusland heeft Richter namelijk eens het leven van Imsiepen gered door een hevig bloedende halswond te stelpen met behulp van een kraag van klei en modder die hij rond zijn nek had aanbracht. Evenals Richter is Imsiepen een absolute fanaat. Dat blijkt ook uit zijn beoordeling van april 1943 waarin hij als ‘eerlijke Nazi’ wordt omschreven en ondanks zijn jonge leeftijd al tal van Duitse militaire onderscheidingen heeft ontvangen.
Imsiepen was drager van het ‘Eisernes Kreuz 1 en 2’, ’Verw. Abzeig Schw’, ’Inf.Sturmabz. in Silber’ en de ‘Ostmedaille’ en dat alles opgedaan in Rusland. Commandant van het verkenningspeloton en de bataljonsreserve is Leutnant Herbert Schmitz Porten, eveneens een Ruslandveteraan. Schmitz wordt door Hauptmann Richter met zijn bataljonsreserve en verkenningseenheid enige kilometers ten noorden van Tiel, in de oude lagere school van het dorp Zoelen gehuisvest.

De Kriegsmarine in Tiel/Frontlijn

Naast de Wehrmacht bevindt zich in Tiel ook een groep van de Kriegsmarine, het ‘Fährflottille Waal’, onder commando van de toen 29-jarige ‘Oberbootsmann’ Otto Volkmann. Deze beschikt over een aantal kleine schepen alsmede het pontveer en treedt facilitair op voor de Wehrmacht, als troepen naar de andere oever moeten worden overgezet. In voorkomende gevallen nemen de marinemensen ook deel aan gevechtsacties in het Land van Maas en Waal. De opdracht van Richter is de frontlijn langs de Waal, globaal tussen de dorpen Varik en Echteld te beveiligen; een afstand van ongeveer 15 kilometer. Verder is zijn opdracht het uitvoeren van offensieve verkenningen in vijandelijk gebied (het Land van Maas en Waal) en ten slotte het voorkomen van verkeer over de rivier in beide richtingen. Zijn manschappen krijgen het bevel posten in te richten. In de praktijk worden deze posten ’Bunkern’ genaamd, in het dijklichaam gegraven.
Het personeel van de posten wordt gelegerd in gevorderde boerderijen. Soms zijn de bewoners nog aanwezig, in andere gevallen wordt hen simpelweg aangezegd te vertrekken. Om maximaal effect van de beschikbare wapens te krijgen, worden de zware mitrailleurs en 81mm mortieren waarover Richter beschikt, op strategische punten tussen de posten gepositioneerd.
In deze setting is het bataljon gereed voor actie. Richter laat er geen gras over groeien en zendt al op 23 september 1944, de dag dat zijn troepen in Tiel arriveren, een patrouille naar de zuidelijke oever. Een week later, op 30 september 1944, maakt de bevolking van Wamel kennis met de Rusland variant van het omgaan met burgers door het Festungs MG Batallion. Op die dag neemt een patrouille van Richter zes boeren uit Wamel gevangen, die in de uiterwaarden aan het melken waren, waarvan er twee, Melis en Van Oort, nooit meer zijn teruggezien.

Enige kengetallen over Festungs MG Bataillon 29

In sommige publicaties wordt de indruk gewekt dat de Duitsers in Tiel en omgeving slechts ‘oude mannen en jongens’ zouden hebben ingezet. Niets is minder waar. De gemiddelde leeftijd van de militairen van de (4de Compagnie) Festungs MG Bataillon bedraagt in oktober 1944 ongeveer 27 jaar. De jongsten zijn 18 jaar oud, onder aantekening dat sommigen van hen in Rusland hebben gevochten en de oudste is 38 jaar. Ongeveer de helft van het MG Batallion bestaat uit zeer ervaren troepen, die soms op meerdere fronten hebben gevochten (Nederland, Polen, Frankrijk, Rusland). De andere helft heeft geen of slechts beperkte frontervaring. De officieren, jong en fanatiek, hebben zeer uitgebreide gevechtservaring opgedaan in Rusland. Dit verklaart mogelijk hun draconisch optreden in de Betuwe en het Land van Maas en Waal.

Bron: De Nieuwe Kroniek, nr. 2, mei 2017
Terug naar de inhoud