Dhr. N.H. van Stuijvenberg - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Dhr. N.H. van Stuijvenberg

Gemeente West Betuwe > Crossers bij Heesselt verdronken jan. 1945
Achternaam: Stuijvenberg
Tussenvoegsels: van
Voornamen: Nelis Hendrikus "Henk"
Voorletters: N H
Beroep: schippersknecht
Geboorteplaats: Zaltbommel
Geboortedatum: 27-10-1922
Overlijdensplaats: Heesselt / Hurwenen
Overlijdensdatum: 07-01-1945
Begraafplaats: Oude Algemene Begraafplaats
Gemeente: Zaltbommel
Nummer: 011
De ouders van Henk waren handelaar in ijzerwaren Jan Arnoldus van Stuijvenberg (1893-1984) en Adriana Petronella van de Kraan (1900-1988). Ze kregen op de Waterstraat 11 in Zaltbommel samen de volgende kinderen:
  • Nelis Hendrikus "Henk" (1922-1945)
  • Huibert "Huub" (1924-1998), getrouwd met Krijntje van Leeuwen
  • Jan Arnoldus (1928-2001), getrouwd met Edith Prass

v.l.n.r. Jan, Henk en Huub (foto mevr.K. van Stuijvenberg)

Henk en Huub van Stuijvenberg kregen eind december 1944 te horen dat zij zich moesten melden voor de Arbeitseinsatz op het gemeentehuis van Zaltbommel. Beiden hadden geen trek om in Duitsland te gaan werken en doken onder bij boer Van Drunen in Rossum. Ze wilden ook van deze bewuste overtocht gebruik maken om het bevrijde Brabant te bereiken.

De vrouw van Huub vertelde: "Hij wilde na de ramp nooit over dit voorval praten, maar ik weet hoeveel hij ervan geleden heeft. Het idee dat je broer verdrinkt en jij machteloos bent, dat is verschrikkelijk."

Huub wilde z.s.m. weer terug naar Zaltbommel om zijn ouders in te lichten over de ramp op de Waal, waarbij Henk was omgekomen. De volgende dag werd hij in een tapijt gerold, op een handkar gelegd met allerlei goederen er bovenop en over de kapotgeschoten brug van Zaltbommel naar de andere kant van de Waal gebracht.
Zijn vader vertelde er later het volgende over: "Beide mijn zoons zijn mee geweest op die nacht van Hurwenen naar het bevrijde gebied. ‘s Maandags, de volgende dag, kwam tussenpersoon Meijer zeggen dat het niet zo goed was gegaan, maar we behoeften de hoop nog niet op te geven. Dinsdags kwam mijn zoon Huub thuis, verwilderd en overspannen, wiens eerste woorden waren: "Is Henk thuis?" Van hem werden we niet veel wijzer. Hij heeft een gesloten karakter en pas lange tijd daarna heeft hij bij stukjes en beetjes het een en ander verteld.
Woensdags daarop ben ik naar Rossum gegaan en heb daar gesproken met de oudste zoon van dokter de Jong (Lyckle). Deze zei mij direct: "Ze zijn allemaal verdronken".
Schipper Drikus van Drunen kende ik. Het was een onverschillige kerel, die geen gevaar zag. Van Schouten uit Hurwenen, die ik eens toevallig sprak daar­na, hoorde ik dat ook hij eens een keer met Drikus was mee geweest, maar dat hij de hele tijd, toen hij over de rivier was, had zitten zweten over zijn terugtocht. Ook de heer van Lookeren Campagne was eens een keer mee geweest, maar daarna nooit meer.
Op 31 maart 1945 ontving ik het bericht dat mijn zoon in de Waal onder Herwijnen als drenkeling was gevist. Ik ben er zelf heen gegaan, maar gezien heb ik hem niet, want hij lag op een baar onder een kleed en mij werd aangeraden, hem niet meer te bekijken. Zijn benen staken onder het kleed vandaan en aan de schoenen herkende ik hem direct. Bovendien was er een persoonsbewijs dat op hem was bevonden, dat wel wat leeftijd vervalst was, maar verder niet. Ook zijn zakmes werd mij ter hand gesteld.
Hij is te Zaltbommel begraven."

Huub dook hij weer onder bij boer Van Drunen in Rossum en is daar tot het einde van de oorlog gebleven.

 
De vaders van Auke Mollema en Henk van Stuijvenberg dragen samen een krans (mei 1945)

Onderstaande video geeft een beeld hoe de crossing in zijn werk ging tussen het verderop gelegen Zennewijnen en Dreumel, in het Land van Maas en Waal
Terug naar de inhoud