Dhr. H. van Brakel - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Dhr. H. van Brakel

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Deil
  Achternaam: Brakel
Tussenvoegsels: van
Voornamen: Hendrik
Voorletters: H.
Rang: Ltz.II Mil. onderdeel KMR.
Geboorteplaats: Deil
Geboortedatum: 04-05-1907
Overlijdensplaats: Ind. Oceaan a/b ss.   Poelau Bras
Overlijdensdatum: 07-03-1942
Zeemansgraf
Gedenkboek: 38   

 
Peter en Govertje
De ouders van Henk waren Rijksveldwachter Peter van Brakel (*1877-1964)  uit Hellouw, gem. Haaften en Govertje van Meegdenburg (*1883-1969) uit Geldermalsen. Zij trouwden op 7 februari 1907  in Geldermalsen. Ze kregen samen vier kinderen:
  • Hendrik  (*1907-1942)
  • Gerdina Willemina (*1908-1973)
  • Stevina (*1913-1997)
  • Willem (*1915-1998)
In juni 1910 verhuisde het gezin van Deil naar Lexmond om in 1912 weer terug te keren naar Lingedijk 16 te Buurmalsen, waar de jongste twee kinderen werden geboren.

Henk werd op 11 juli 1927 uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Geldermalsen, vanwege vertrek naar  Weltevreden, een deel van Batavia, het tegenwoordig Jakarta.
 
Henk was in Ned. Indië werkzaam als stuurman bij de Koninklijke Paketvaart Maatschappij  (KPM).
Hij trad in juli 1940 in Batavia in het huwelijk met de Australische Hilary Norma Mary Barber (*1917-1942). Ze kregen echter geen kinderen.
Vervolgens werd hij bij de  mobilisatie van dit gebied, ingelijfd  als Luitenant ter zee der 2e klasse bij de Koninklijke Marine en maakte deel uit  van de Staf van de commandant Zeemacht in Ned. Indië.

Zowel Hendrik van Brakel als zijn vrouw bevonden zich aan boord van de Poelau Bras toen dit schip op 7 maart 1942 in de Indische Oceaan door de Japanners tot zinken werd gebracht. De Poelau Bras was een Nederlands vrachtschip/ passagiersschip. De start van de  bouw van het schip ving aan in juli 1927 bij de N.V. Koninklijke Maatsch. "De Schelde" te Vlissingen. De oplevering was in  december 1929.  Aan het begin  van de  Tweede Wereldoorlog werd zij in Azië omgebouwd tot een bewapende troepentransportschip. De reisroutes lagen vooral in de Javazee en de Indische Oceaan.

 De Poelau Bras werd op 27 februari 1942 teruggeroepen om de marinetop te evacueren. Hendrik van Brakel en zijn vrouw hadden zich op  dit schip op 4 maart 1942 ingescheept in de Wijnkoopsbaai, in een poging voor de overgave van Ned. Indië  aan de Japanners het land te ontvluchten tezamen met circa 100 man van de  Koninklijke Marine, waaronder de waarnemend commandant Zeemacht  J. J. A. van Klaveren met  officieren en personeel van zijn staf, alsmede een pas geformeerd  marinedetachement.  Daarnaast was er nog een grote  groep personen aan boord, waaronder 28 topfunctionarissen van de B.P.M. en  bemanningsleden van Shell en andere S.M.N.-schepen die al eerder getroffen waren  of hun schepen zelf tot zinken hadden gebracht. Bovendien een aantal burgers, waaronder vrouwen en kinderen en  twee Amerikaanse  oorlogscorrespondenten.
In totaal waren er naar schatting 260 personen, waaronder 91 bemanningsleden, aan  boord toen het schip de Wijnkoopsbaai in de vroege ochtend van  6 maart 1942 om 20.00  u. verliet. Aanvankelijk was het plan naar Australië te varen, later echter werd deze  bestemming gewijzigd in Colombo.

De Poelau Bras had slechts  accommodatie voor 56 passagiers en de chaos aan boord was dan ook groot. Het  schip was bewapend met aan stuur- en bakboord een Bofors-machinegeweer in een  geschutskoepel en op het achterschip een 10,2-cm kanon. De marinemensen  hadden op diverse plaatsen op het schip nog eens 16 mitrailleurs geplaatst, ter  bescherming bij een eventuele luchtaanval. De machinekamer werd aangemaand door  kapitein P. G. Crietée, om maximaal vermogen te leveren. Dit om zo snel mogelijk  uit de gevarenzone te komen. Men veronderstelde dat de Poelau Bras rond  het middaguur uit het actieradiusgebied zou zijn van de Japanse vliegtuigen.  Alle bewapende posten waren bezet.
 Op 7 maart 1942, omstreeks 10.30 werd  de Poelau Bras in open zee opgemerkt door een Japans verkenningsvliegtuig. Om 11.40 u.  verschenen er duikbommenwerpers boven de Poelau Bras die de aanval  inzetten. Het waren Japanse Aichi D3A "Val"-bommenwerpers, afkomstig van het  Japanse vliegdekschip "Hiryu". In totaal voerden twaalf vliegtuigen verdeeld in drie  formaties de aanval uit. Ontsnappen was een onmogelijke zaak. Een bom raakte een  reddingssloep aan stuurboord en ontplofte op de waterlijn ter hoogte van de  machinekamer. Er ontstond een gat en water stroomde de machinekamer in waardoor  de Sulzer-motor afsloeg. Als een weerloos slachtoffer dreef ze rond, zwaar  bestookt door de duikbommenwerpers. Een voltreffer sloeg recht in de schoorsteen  en brand brak uit. Het tegenvuur had weinig effect op de aanvallende  vliegtuigen.

Kapitein Crietée gaf orders het schip te verlaten, waarna hij alleen achter  bleef op de brug. Door het aanhoudende mitrailleurvuur van de bommenwerpers  durfden velen niet via de sloepen van boord te gaan, maar sprongen toch in  paniek overboord. Toen de vliegers van de Japanse bommenwerpers merkten dat het  schip ten onder zou gaan, begonnen ze de reddingssloepen te beschieten die  gestreken waren. Men mag wel veronderstellen dat de Japanners op de hoogte  waren, dat een deel van de marinestaf aan boord was. Overal liepen spionnen  rond. Uiteindelijk werden vier van de zeven sloepen vernietigd en konden er  slechts drie gestreken worden, evenals twee vlotten. Toen de sloepen nog maar  enkele honderden meters van de Poelau Bras verwijderd waren, verhief de boeg  zich rechtstandig omhoog en zonk snel over de achtersteven weg, naar de diepte  van de zee. Nadat de Japanners zagen dat het schip gezonken was, liet men de  schipbreukelingen en drenkelingen in zee achter. Ze keerden terug naar hun  vliegkampschip Hiryu. De Poelau Bras werd tot zinken gebracht op positie 10°00' Zuiderbreedte en 105°00' Oosterlengte in de Indische Oceaan, nabij Java.
Uitgaande van circa 260 opvarenden zijn bij benadering 144 personen verdronken.  Onder hen bevonden zich Hendrik van Brakel en zijn vrouw. In de drie reddingssloepen bevonden zich 116  overlevenden. Na acht dagen van ontbering, licht gekleed in de brandende zon,  karige waterrantsoenen en ontstekingen door overkomend zeewater, bereikten ze  een klein eiland, waar voor de branding voor anker werd gegaan. Op het eiland  werden vooral kokosnoten meegenomen. Daar blijven had weinig zin en bij de  volgende landing, bij Semangkabaal op Sumatra, werden ze gevangengenomen door de  Japanners. Vandaar werden ze per trein overgebracht naar Palembang, waar ze een  jaar verbleven. Veel van de opvarenden zijn gedurende de oorlogsjaren in de zgn.  Jappenkampen om het leven gekomen.
De ouders van Henk  hoorden pas in 1947 van de Nederlandse overheid, via een drieregelig briefje van  Koningin Wilhelmina, dat hun zoon in Nederlands-Indië was omgekomen. Bij  Koninklijk Besluit van 6 januari 1948, Stb. no.1, is aan Hendrik van Brakel  postuum het oorlogsherinneringskruis met de gespen toegekend. De ouders kregen  die medaille echter niet officieel uitgereikt, maar ontvingen hem via de  brievenbus....

 Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie en sommige gegevens zijn  voor een deel ontleend aan het boek “Vaarwel tot betere tijden” van J.C.  Bijkerk.

Met dank aan  Peter en Govert van Brakel voor de familiefoto's en informatie.

Naschrift webmaster:
Hendrik van Brakel werd oorspronkelijk in 2005 bij  de onthulling van het oorlogsmonument in Enspijk niet genoemd. In een artikel van 13 april 2006 in het Nieuwsblad Geldermalsen wordt melding gemaakt van een onenigheid van presentator Govert van  Brakel met de Gemeente Geldermalsen v.v. In een reactie liet de toenmalige Gemeentewoordvoerder Co van Leeuwen weten dat het verzoek  voor plaatsing van de naam Hendrik van Brakel op het monument te Enspijk terecht is afgewezen: ,,Alleen namen van diegenen die ingeschreven stonden in Beesd,  Deil, Buurmalsen en Geldermalsen en door oorlogshandelingen zijn overleden, komen in aanmerking voor vermelding op het monument.’’
Deze richtlijnen zijn blijkbaar toch losgelaten, want in 2008 zijn een aantal namen toegevoegd, w.o. die van Hendrik van Brakel.
Terug naar de inhoud