Oorlogsjaren in Beusichem - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West-Betuwe
Ga naar de inhoud

Oorlogsjaren in Beusichem

Gemeente Buren
Steeds meer aandacht voor laatste oorlogsmaanden in de Betuwe
 
Copyright: Jeroen Verheul van BeusichemLeeft

 
De informatie uit dit onderzoek komt voor een belangrijk deel uit het boek Tussen Waal en Lek; 40-45 van Jan van Alphen, Beusichemmer van geboorte. Het is een waardevol werk over de gebeurtenissen in de westelijke Betuwe. Ook oude kranten, boeken en gesprekken met oude Beusichemmers zijn als bron gebruikt.
   
Precies 75 jaar geleden was de bevrijding dichtbij, maar moest de Betuwe er lang op wachten. Het is bijna onmogelijk je die laatste oorlogsmaanden voor te stellen. Boeken en gesprekken met oudere inwoners brengen je zo dicht mogelijk bij die tijd, maar niet bij dat gevoel van angst, onderdrukking of onzekerheid. Je hoort wel eens: ‘Er is niet veel gebeurd in Beusichem in de oorlog’, maar het oostelijke deel de Betuwe was negen maanden het frontgebied. De gevechten waren hoorbaar in Beusichem. Die speciale oorlogsgeschiedenis van de Betuwe krijgt nu steeds meer belangstelling en wordt verfilmd in het project Betuwe44. De geallieerden waren al in het najaar van 1944 tot de Waal genaderd. Het Zuiden was al bevrijd. De Duitsers trokken steeds verder terug en hun aanwezigheid in de Betuwe en ook in Beusichem werd die winter steeds duidelijker. De Lek bracht de oorlog dichtbij. Geallieerde bommenwerpers volgden de rivier naar Duitse steden of vlogen naar gevechten bij Arnhem. Hele schouwspelen boven Beusichem van soms wel honderd vliegtuigen, bommenwerpers en jagers. Het luchtafweergeschut ratelde dan en lichtkogels werden afgeschoten. Keer op keer werd in de laatste Oorlogswinter het Beusichemse veer aangevallen door de geallieerden om de Duitse transportlijnen naar het front in Tiel af te snijden. In die laatste oorlogsmaanden was het dorp vol, met zeker duizend evacuees en vele ingekwartierde Duitse soldaten. Zij werden bij Beusichemmers ondergebracht. Er was een spertijd ingesteld, rond acht uur ‘s avonds. Beusichem kwam steeds geïsoleerder te liggen door de gevechten. Het oude gemeentehuis achter de kerk diende daardoor als noodhospitaal. De oude schiettent van de schuttersvereniging werd tijdelijk gewijd als katholieke kerk.
   

Op 19 september 1944 maakte de Britse Royal Airforce een luchtfoto van Beusichem. Precies op deze dag vorderden de Duitsers paarden en wagens in Beusichem en was de stroom net uitgevallen, waardoor geen sirenes meer konden luiden. Beusichem kwam net bij van een heftige 17e september 1944. Tijdens de kerkdienst dreunde het oorlogsgeweld hard tot in de kerk. Vaak wist niemand waar het geluid vandaan kwam. Op die dag werd ook een Duitse auto met munitie vernietigd tegenover het Veerhuis aan de Utrechtse kant van de Lek. Het veer was voor de zoveelste keer aangevallen. Ook was de school in Beusichem juist ontruimd om er Duitse troepen in te laten slapen. Later zouden kinderen dit jaar niet hoeven overdoen. Het was net na dolle dinsdag. Iedereen dacht dat de bevrijding dichtbij was, omdat de geallieerden Nederland waren binnengetrokken en gebieden in Zuid-Nederland hadden bevrijd. In Beusichem leidde dat niet tot grote sabotages of protesten. Wel is het Beusichemse veer onklaar gemaakt rond die periode en werd de spertijd een keer vervroegd, wat duidt op een strafmaatregel, maar zeker is het niet.

 
Oorlogsmoe
   
In september 1944 trok veel Duits materieel langs en door Beusichem, terugtrekkend uit het zuiden na het oprukken van de geallieerden. Bij die stoet zaten soms vreemde voertuigen die Duitsers hadden buitgemaakt, zoals bakkerswagens of een Franse bus. Historicus Van Alphen meldt in zijn boek dat Duitsers begin september oorlogsmoe leken in Beusichem. Uit hotel de Zwaan werd wel een gast meegenomen naar de Utrechtse gevangenis om te verhoren als spion. Hij is daarna weer vrijgelaten.
Bron: Jan van Alphen
 
 
Veerpont onder vuur
 
Op 19 november 1944 maakt piloot Davies van de RAF een foto van het veer in Beusichem. We zien nog schepen aangelegd voor mogelijk de bietenoogst. Dit is het meest bestookte stukje Beusichem. De geallieerde luchtaanval op het Veer moest Duitsers isoleren onder de rivier.  

 
Evacuatie
 
Tussen 10 en 13 mei  1940 zijn via het Beusichemse veer 4.000 koeien in veiligheid gebracht op 25 schepen.
Culemborg in februari 1945. De Culemborgers hadden aan het begin van de oorlog op 13 mei onderdak gevonden in Beusichem en omliggende dorpen na de evacuatie. Buiten het centrum waren nog niet veel wijken gebouwd. Na de oorlog zou Culemborg uitbreiden met Beusichems grondgebied.
In Culemborg was de Organisation Todt gevestigd, die burgers dwong werkzaamheden uit te voeren. Ook was er een vleesdistributiepunt voor Duitse troepen gevestigd.
In Beusichem was overigens een bakkerij gevestigd in een oude garage. Ze maakten zure Kuche voor de Duitse troepen in de Betuwe.
Bron: Jan van Alphen: Tussen Lek en Waal 1939-1945.
 
 
Beusichem 21 februari 1945; Bijna watersnood
   
Het is winter en het blad is nog van de bomen van de vele boomgaarden rond het dorp. Waar het dorp nog droog blijkt op deze foto, zijn delen van de lager gelegen velden ondergelopen. Het is de maand van de bijna watersnoodramp. In Zoelmond kwam het water wel tot aan de markt. Dat was kwelwater, maar er dreigde iets veel ergers. Het zijn de dagen van de kritieke toestand van de Kanaaldijk nabij Rijswijk. De Duitsers hadden Oost-Betuwe onder water gezet, als de Kanaaldijk het begaf zou dat ook voor West-Betuwe gelden. Het water bereikte deze dag het hoogste punt. Mensen ontruimden hun kelders en sloegen de daarin aanwezige voedselvoorraden op een veilige plaats op. Duizenden mannen uit Beusichem en Culemborg, maar ook Geldermalsen en tussenliggende dorpen hadden dagenlang de dijk verzwaard nabij Rijswijk om de Westelijke Betuwe te redden. Maurik en Rijswijk waren al ondergelopen. Rond deze dag waren veel evacuees uit Tiel aangekomen in de school van Beusichem. Niet duidelijk is of ze op doorreis waren. Beusichem zat deze periode van de oorlog vol met evacuees uit de Bommelerwaard, Zeeland of Ochten. Rond deze periode zouden er circa 1300 evacuees in huizen en gebouwen in Beusichem en Zoelmond ‘inwonen’. Steeds vaker werden ook militairen ingekwartierd in Beusichemse huizen.
Bron: Jan van Alphen.
   
 
Geschut in de boomgaarden
   
Boomgaarden waren een goede camouflageplek voor lange afstand geschut. Stellingen van geallieerden onder de Waal waren het doel. Rond het dorp lagen veel boomgaarden. Het wapen had niet veel succes in Beusichem. In de winter was het buitengebied zeer nat geworden. Bij een schot moest het geschut uit de klei getrokken worden door de terugslag. In de boomgaard waar nu’ t Zoetzand staat, zou ook zo’n wapen hebben gestaan. De ruiten vlogen eruit bij omliggende huizen na het eerste schot. Het zou bij die ene keer gebleven zijn.
 
 
8 maart 1945; er broeit wat in Beusichem
 
Opnieuw maakt een Britse piloot een foto van dit bezette gebied. Deze maand zou het Veer in Beusichem opnieuw verschillende keren worden aangevallen door geallieerden. De mannen worden gedwongen zich te melden in Buren bij de Feldgendarmerie. Een aantal Beusichemse mannen is al in Echteld te werk gesteld. In die fase van de oorlog waren ook razzia’s in Beusichem en schuilden jonge mannen in de boomgaarden.
 
 
Overtredingen
 
60 Beusichemmers werden rond maart 1945 aangehouden na spertijd (20 uur). Zij moesten persoonsbewijzen afgeven en 1 dag houthakken voor de Wehrmacht. Veel sabotage is er in Beusichem niet. Verzet was er wel met het smokkelen van geallieerde piloten naar bevrijd gebied in het Zuiden en radiowerk. In 1944 was er nog wel een duidelijke sabotagedaad. De dorskast bij de Donkere Hof werd in de brand gestoken. Deze was van de boer op de Beijert. Het verzet wilde daarmee voorkomen dat graan werd uitgevoerd naar Duitsland. In april 1943 is er kort een melkstaking geweest tegen overheidsbeleid.
 
Bron: Jan van Alphen, Tussen Lek en Waal 1939-1945
 
 
8 maart 1945. Problemen met water in Zoelmond en buitengebied
 
In Zoelmond was in maart 1945 het kwelwater het kwelwater een groot probleem. Dat is rondom de Opstal en Lange Opstal te zien en meer ten Oosten van het dorp. De gemalen draaiden niet meer en hielden de polders niet droog. Een watersnood leek wel afgewend nu de Kanaaldijk bij Rijswijk het lijkt te houden.
   
 
Onzekerheid
 
Er was op deze dag in maart 1945 nog steeds geen duidelijkheid over de bevrijding. Al sinds september wacht de bevolking boven de rivieren op de geallieerden. De gevechten zijn vooral in Oost-Betuwe en Tiel, maar de geallieerden kiezen ervoor niet de Betuwe in te vallen vanuit de Waal. De Duitsers verwachtten dat wel, maar de geallieerden voeren strategische plannen uit om eerst de genadeklap in Duitsland uit te delen en de Duitse troepen in de Betuwe te houden. Voor Beusichem en andere dorpen betekende dat in deze fase van de oorlog ellendigheid, met ziektes, angst, maar niet persé honger.
 
 
Etenhalers
 
Omstreeks deze tijd werden etenhalers op de dijk bij Beusichem gecontroleerd. Velen waren dagenlang onderweg geweest vanuit de steden. Het waren meestal ouderen, kinderen of vrouwen. De bevolking was over het algemeen behulpzaam in Rivierenland. Bij controles op de dijk moesten etenhalers vaak wel proviand inleveren, meldt Van Aphen in Tussen Lek en Waal 1939-1945.
   
Eten was gereguleerd met voedselbonnen. De prijs voor het fruit was vastgelegd en de aardappelvoorziening was strikt en stond in Gelderland onder leiding van een Beusichemmer. Verkocht je je fruit te duur, dan was de boete fors. Eerder in de oorlog kreeg een lokale handelaar 400 gulden boete. Een andere kreeg een forse straf voor handel in illegale stikstofbonnen voor kunstmest.
 

 
8 april: De Betuwe weer in bloei zien staan
 
Het blad zit weer aan de bomen van de vele fruitgaarden in Beusichem. Rond deze tijd komen hoge militairen naar Beusichem door huizen te vorderen om kantoor te houden. Bijvoorbeeld de Engelenburg en Breedendam. In beide huizen zaten onderduikers en in ieder geval de Engelenburg viel dat gelijk met de inkwartiering. De Engelenburg gaf in het geheim onderdak aan geallieerde soldaten. Zij zochten na de slag van Arnhem een veilige terugtocht naar het bevrijde Zuiden. Eén van die routes liep via Engelenburg (en boerderij de Oven) door Beusichem. Toon Beijnen, maar ook andere verzetsmensen, zoals de dominee, hadden hierin een rol. Huize Engelenburg speelde nog een rol in de onderhandelingen over de overgave. Bewoner en verzetsman Toon Beijnen ving van Duitse SS-officieren op dat Duitsers dijken wilden opblazen bij hun terugtocht. Het moest hun onderhandelingspositie over de overgave versterken. Beijnen vertelde dat de geallieerden. (Klik hier voor uitgebreide info)

 
Dodelijk bombardement
 
Op 8 april was er in de Betuwe nog geen zicht op bevrijding. De echte strijd werd nog in Duitsland gevoerd. Bewoners van Beusichem en Zoelmond moesten wachten. Daarbij gebeurden soms vreselijke ongelukken. Op 15 april vielen geallieerden een Duitse ss-wagen aan op de weg Zoelmond-Ravenwaaij. Een burger kwam om. (Klik hier voor dit slachtoffer) De SS-ers vonden op tijd dekking. De Duitsers hadden al lang weinig militaire macht. Zo was er al tijden geen Duitse bommenwerper of jager gezien wegens brandstoftekort. Wel werden regelmatig V1-bommen afgeschoten naar grote steden. Afzwaaiers vielen in de Betuwe.
Bron: Jan van Alphen

 
In het buitengebied van Beusichem werden burgers in de laatste fase van de oorlog gedwongen om voor de Duitsers graafwerkzaamheden te doen voor tankgrachten, loopgraven en schuttersputjes. De Duitse organisatie Oganisation Todt, die dat verplichtte, hield kantoor in Culemborg. Zo werden rondom Beusichem in juli 1944 al verplicht door Beusichemse mannen dekkingsgaten gegraven langs buitenwegen. Bij luchtaanvallen van geallieerden kon men daarin schuilen. Daar stonden borden bij. ‘Achtung Jabo’s’ (jachtbommenwerpers).
Bron: Jan van Alphen, Tussen Waal en Lek, 40-45.Foto: Regionaal Archief Rivierenland
 
 
Parade Britse bevrijders op de markt in Beusichem



 
Foto: RaR, Tiel.
 
De afscheidsparade van de bevrijders: De Engelse regimenten Surrey en Sussex. De parade was op de markt in Beusichem. Dat moet later in mei zijn geweest. Op 7 mei 1945 werd in de Zwaan op de markt eerst nog een dansavond georganiseerd, waarbij de Britse regimenten hun kapot geschoten vlag in de danszaal hadden opgehangen. Die vlag was bij een bekende slag van Monte Casino in Italië kapotgeschoten, waarbij veel verliezen werden geleden. De Britse soldaten speelden op 13 mei nog een feestelijke voetbalwedstrijd in Ravenswaaij tegen mannen uit de dorpen, waaronder Beusichem. Het werd 6-1 voor de Britten.
   
De eerste geallieerde soldaten kwamen in Beusichem aan. De overgave van de Duitse Generaal-Majoor A. Philippi (die in de Breedendam ingekwartierd was) aan de Canadese brigadier A. Murphy vond op 5 mei plaats. De Duitse Generaal-Majoor was alleen in de laatste weken van de oorlog in Beusichem. Hij sliep volgens rapporten in een tent naast de begraafplaats uit angst voor bombardement van de Breedendam. In de Oostelijke Betuwe werden landhuizen gebombardeerd vanwege de Duitse militairen die erin huisden. Beusichem is dat bespaard gebleven. Hij had ook een noodbrug aan laten leggen voor eventuele bombardementen. Een B-staf was ingekwartierd in Engelenburg. Philippi had de weg Beusichem-Zoelmond afgesloten. Er stond licht afweergeschut (2 cm) achter het Heerenlogement, maar ook op andere plekken zoals het Einde, weten oudere inwoners. In de dagen vòòr de bevrijding legden Duitse militairen nog in De Zwaan op de Markt de eed af aan admiraal Dönitz. Hij had leiding over de Duitse regering na de zelfmoord van Hitler.
Op 4 mei bezocht Blaskowitz, de opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten in Nederland Philippi in Beusichem. Geallieerden hadden de aanval stopgezet. De Duitsers zagen dat als stilte voor de storm. Er kwamen geallieerde pantserwagens naar Beusichem om te spreken over de door Duitsers aangelegde mijnen.

   
Generaal in Beusichem
 
Generaal-majoor Alfred Philippi leidde de 361e Volks-grenadier-Division, maar na gevechten aan het Oostfront en Noord-Frankrijk was deze divisie ondertussen samengevoegd met andere divisies en eindigde in Beusichem. Philippi heeft na zijn gevangenschap eind jaren 50 meegewerkt aan publicaties in opdracht van het Amerikaanse leger, en was mede-auteur van het boek Der Feldzug gegen Sowjetrußland 1941 bis 1945: Ein operativer Überblick, waar hij naamsbekendheid mee kreeg. Hij overleed 1994 op 91-jarige leeftijd. Over de Canadees Murphy aan wie Philippi zich overgaf, was niets terug te vinden.
 


Mocht u aanvullingen hebben of foto’s. Stuur een mail naar info@beusichemleeft.nl. Na het doorbladeren van dit document vindt u meer gedetailleerde informatie op: https://izi.travel/nl/4afd-beusichem39-45/nl, een historische wandeling van BeusichemLeeft.
Terug naar de inhoud