Oorlogsjaren in Beusichem - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West-Betuwe
Ga naar de inhoud

Oorlogsjaren in Beusichem

Gemeente Buren
Steeds meer aandacht voor laatste oorlogsmaanden in de Betuwe
 
Copyright: Jeroen Verheul van BeusichemLeeft

 
De informatie uit dit onderzoek komt voor een belangrijk deel uit het boek Tussen Waal en Lek; 40-45 van Jan van Alphen, Beusichemmer van geboorte. Het is een waardevol werk over de gebeurtenissen in de westelijke Betuwe. Ook oude kranten, boeken en gesprekken met oude Beusichemmers zijn als bron gebruikt.
   
Precies 75 jaar geleden was de bevrijding dichtbij, maar moest de Betuwe er lang op wachten. Het is bijna onmogelijk je die laatste oorlogsmaanden voor te stellen. Boeken en gesprekken met oudere inwoners brengen je zo dicht mogelijk bij die tijd, maar niet bij dat gevoel van angst, onderdrukking of onzekerheid. Je hoort wel eens: ‘Er is niet veel gebeurd in Beusichem in de oorlog’, maar het oostelijke deel de Betuwe was negen maanden het frontgebied. De gevechten waren hoorbaar in Beusichem. Die speciale oorlogsgeschiedenis van de Betuwe krijgt nu steeds meer belangstelling en wordt verfilmd in het project Betuwe44. De geallieerden waren al in het najaar van 1944 tot de Waal genaderd. Het Zuiden was al bevrijd. De Duitsers trokken steeds verder terug en hun aanwezigheid in de Betuwe en ook in Beusichem werd die winter steeds duidelijker. De Lek bracht de oorlog dichtbij. Geallieerde bommenwerpers volgden de rivier naar Duitse steden of vlogen naar gevechten bij Arnhem. Hele schouwspelen boven Beusichem van soms wel honderd vliegtuigen, bommenwerpers en jagers. Het luchtafweergeschut ratelde dan en lichtkogels werden afgeschoten. Keer op keer werd in de laatste Oorlogswinter het Beusichemse veer aangevallen door de geallieerden om de Duitse transportlijnen naar het front in Tiel af te snijden. In die laatste oorlogsmaanden was het dorp vol, met zeker duizend evacuees en vele ingekwartierde Duitse soldaten. Zij werden bij Beusichemmers ondergebracht. Er was een spertijd ingesteld, rond acht uur ‘s avonds. Beusichem kwam steeds geïsoleerder te liggen door de gevechten. Het oude gemeentehuis achter de kerk diende daardoor als noodhospitaal. De oude schiettent van de schuttersvereniging werd tijdelijk gewijd als katholieke kerk.
   

Op 19 september 1944 maakte de Britse Royal Airforce een luchtfoto van Beusichem. Precies op deze dag vorderden de Duitsers paarden en wagens in Beusichem en was de stroom net uitgevallen, waardoor geen sirenes meer konden luiden. Beusichem kwam net bij van een heftige 17e september 1944. Tijdens de kerkdienst dreunde het oorlogsgeweld hard tot in de kerk. Vaak wist niemand waar het geluid vandaan kwam. Op die dag werd ook een Duitse auto met munitie vernietigd tegenover het Veerhuis aan de Utrechtse kant van de Lek. Het veer was voor de zoveelste keer aangevallen. Ook was de school in Beusichem juist ontruimd om er Duitse troepen in te laten slapen. Later zouden kinderen dit jaar niet hoeven overdoen. Het was net na dolle dinsdag. Iedereen dacht dat de bevrijding dichtbij was, omdat de geallieerden Nederland waren binnengetrokken en gebieden in Zuid-Nederland hadden bevrijd. In Beusichem leidde dat niet tot grote sabotages of protesten. Wel is het Beusichemse veer onklaar gemaakt rond die periode en werd de spertijd een keer vervroegd, wat duidt op een strafmaatregel, maar zeker is het niet.

 
Oorlogsmoe
   
In september 1944 trok veel Duits materieel langs en door Beusichem, terugtrekkend uit het zuiden na het oprukken van de geallieerden. Bij die stoet zaten soms vreemde voertuigen die Duitsers hadden buitgemaakt, zoals bakkerswagens of een Franse bus. Historicus Van Alphen meldt in zijn boek dat Duitsers begin september oorlogsmoe leken in Beusichem. Uit hotel de Zwaan werd wel een gast meegenomen naar de Utrechtse gevangenis om te verhoren als spion. Hij is daarna weer vrijgelaten.
Bron: Jan van Alphen
 
 
Veerpont onder vuur
 
Op 19 november 1944 maakt piloot Davies van de RAF een foto van het veer in Beusichem. We zien nog schepen aangelegd voor mogelijk de bietenoogst. Dit is het meest bestookte stukje Beusichem. De geallieerde luchtaanval op het Veer moest Duitsers isoleren onder de rivier.  

 
Evacuatie
 
Tussen 10 en 13 mei  1940 zijn via het Beusichemse veer 4.000 koeien in veiligheid gebracht op 25 schepen.
Culemborg in februari 1945. De Culemborgers hadden aan het begin van de oorlog op 13 mei onderdak gevonden in Beusichem en omliggende dorpen na de evacuatie. Buiten het centrum waren nog niet veel wijken gebouwd. Na de oorlog zou Culemborg uitbreiden met Beusichems grondgebied.
In Culemborg was de Organisation Todt gevestigd, die burgers dwong werkzaamheden uit te voeren. Ook was er een vleesdistributiepunt voor Duitse troepen gevestigd.
In Beusichem was overigens een bakkerij gevestigd in een oude garage. Ze maakten zure Kuche voor de Duitse troepen in de Betuwe.
Bron: Jan van Alphen: Tussen Lek en Waal 1939-1945.
 
 
Beusichem 21 februari 1945; Bijna watersnood
   
Het is winter en het blad is nog van de bomen van de vele boomgaarden rond het dorp. Waar het dorp nog droog blijkt op deze foto, zijn delen van de lager gelegen velden ondergelopen. Het is de maand van de bijna watersnoodramp. In Zoelmond kwam het water wel tot aan de markt. Dat was kwelwater, maar er dreigde iets veel ergers. Het zijn de dagen van de kritieke toestand van de Kanaaldijk nabij Rijswijk. De Duitsers hadden Oost-Betuwe onder water gezet, als de Kanaaldijk het begaf zou dat ook voor West-Betuwe gelden. Het water bereikte deze dag het hoogste punt. Mensen ontruimden hun kelders en sloegen de daarin aanwezige voedselvoorraden op een veilige plaats op. Duizenden mannen uit Beusichem en Culemborg, maar ook Geldermalsen en tussenliggende dorpen hadden dagenlang de dijk verzwaard nabij Rijswijk om de Westelijke Betuwe te redden. Maurik en Rijswijk waren al ondergelopen. Rond deze dag waren veel evacuees uit Tiel aangekomen in de school van Beusichem. Niet duidelijk is of ze op doorreis waren. Beusichem zat deze periode van de oorlog vol met evacuees uit de Bommelerwaard, Zeeland of Ochten. Rond deze periode zouden er circa 1300 evacuees in huizen en gebouwen in Beusichem en Zoelmond ‘inwonen’. Steeds vaker werden ook militairen ingekwartierd in Beusichemse huizen.
Bron: Jan van Alphen.
   
 
Geschut in de boomgaarden
   
Boomgaarden waren een goede camouflageplek voor lange afstand geschut. Stellingen van geallieerden onder de Waal waren het doel. Rond het dorp lagen veel boomgaarden. Het wapen had niet veel succes in Beusichem. In de winter was het buitengebied zeer nat geworden. Bij een schot moest het geschut uit de klei getrokken worden door de terugslag. In de boomgaard waar nu’ t Zoetzand staat, zou ook zo’n wapen hebben gestaan. De ruiten vlogen eruit bij omliggende huizen na het eerste schot. Het zou bij die ene keer gebleven zijn.
 
 
8 maart 1945; er broeit wat in Beusichem
 
Opnieuw maakt een Britse piloot een foto van dit bezette gebied. Deze maand zou het Veer in Beusichem opnieuw verschillende keren worden aangevallen door geallieerden. De mannen worden gedwongen zich te melden in Buren bij de Feldgendarmerie. Een aantal Beusichemse mannen is al in Echteld te werk gesteld. In die fase van de oorlog waren ook razzia’s in Beusichem en schuilden jonge mannen in de boomgaarden.
 
 
Overtredingen
 
60 Beusichemmers werden rond maart 1945 aangehouden na spertijd (20 uur). Zij moesten persoonsbewijzen afgeven en 1 dag houthakken voor de Wehrmacht. Veel sabotage is er in Beusichem niet. Verzet was er wel met het smokkelen van geallieerde piloten naar bevrijd gebied in het Zuiden en radiowerk. In 1944 was er nog wel een duidelijke sabotagedaad. De dorskast bij de Donkere Hof werd in de brand gestoken. Deze was van de boer op de Beijert. Het verzet wilde daarmee voorkomen dat graan werd uitgevoerd naar Duitsland. In april 1943 is er kort een melkstaking geweest tegen overheidsbeleid.
Bron: Jan van Alphen, Tussen Lek en Waal 1939-1945
 
 
8 maart 1945. Problemen met water in Zoelmond en buitengebied
 
In Zoelmond was in maart 1945 het kwelwater het kwelwater een groot probleem. Dat is rondom de Opstal en Lange Opstal te zien en meer ten Oosten van het dorp. De gemalen draaiden niet meer en hielden de polders niet droog. Een watersnood leek wel afgewend nu de Kanaaldijk bij Rijswijk het lijkt te houden.
   
 
Onzekerheid
 
Er was op deze dag in maart 1945 nog steeds geen duidelijkheid over de bevrijding. Al sinds september wacht de bevolking boven de rivieren op de geallieerden. De gevechten zijn vooral in Oost-Betuwe en Tiel, maar de geallieerden kiezen ervoor niet de Betuwe in te vallen vanuit de Waal. De Duitsers verwachtten dat wel, maar de geallieerden voeren strategische plannen uit om eerst de genadeklap in Duitsland uit te delen en de Duitse troepen in de Betuwe te houden. Voor Beusichem en andere dorpen betekende dat in deze fase van de oorlog ellendigheid, met ziektes, angst, maar niet persé honger.
 
 
Etenhalers
 
Omstreeks deze tijd werden etenhalers op de dijk bij Beusichem gecontroleerd. Velen waren dagenlang onderweg geweest vanuit de steden. Het waren meestal ouderen, kinderen of vrouwen. De bevolking was over het algemeen behulpzaam in Rivierenland. Bij controles op de dijk moesten etenhalers vaak wel proviand inleveren, meldt Van Aphen in Tussen Lek en Waal 1939-1945.
   
Eten was gereguleerd met voedselbonnen. De prijs voor het fruit was vastgelegd en de aardappelvoorziening was strikt en stond in Gelderland onder leiding van een Beusichemmer. Verkocht je je fruit te duur, dan was de boete fors. Eerder in de oorlog kreeg een lokale handelaar 400 gulden boete. Een andere kreeg een forse straf voor handel in illegale stikstofbonnen voor kunstmest.
 

 
8 april: De Betuwe weer in bloei zien staan
 
Het blad zit weer aan de bomen van de vele fruitgaarden in Beusichem. Rond deze tijd komen hoge militairen naar Beusichem door huizen te vorderen om kantoor te houden. Bijvoorbeeld de Engelenburg en Breedendam. In beide huizen zaten onderduikers en in ieder geval de Engelenburg viel dat gelijk met de inkwartiering. De Engelenburg gaf in het geheim onderdak aan geallieerde soldaten. Zij zochten na de slag van Arnhem een veilige terugtocht naar het bevrijde Zuiden. Eén van die routes liep via Engelenburg (en boerderij de Oven) door Beusichem. Toon Beijnen, maar ook andere verzetsmensen, zoals de dominee, hadden hierin een rol. Huize Engelenburg speelde nog een rol in de onderhandelingen over de overgave. Bewoner en verzetsman Toon Beijnen ving van Duitse SS-officieren op dat Duitsers dijken wilden opblazen bij hun terugtocht. Het moest hun onderhandelingspositie over de overgave versterken. Beijnen vertelde dat de geallieerden. (Klik hier voor uitgebreide info)

 
Dodelijk bombardement
 
Op 8 april was er in de Betuwe nog geen zicht op bevrijding. De echte strijd werd nog in Duitsland gevoerd. Bewoners van Beusichem en Zoelmond moesten wachten. Daarbij gebeurden soms vreselijke ongelukken. Op 15 april vielen geallieerden een Duitse ss-wagen aan op de weg Zoelmond-Ravenwaaij. Een burger kwam om. (Klik hier voor dit slachtoffer) De SS-ers vonden op tijd dekking. De Duitsers hadden al lang weinig militaire macht. Zo was er al tijden geen Duitse bommenwerper of jager gezien wegens brandstoftekort. Wel werden regelmatig V1-bommen afgeschoten naar grote steden. Afzwaaiers vielen in de Betuwe.
Bron: Jan van Alphen

 
In het buitengebied van Beusichem werden burgers in de laatste fase van de oorlog gedwongen om voor de Duitsers graafwerkzaamheden te doen voor tankgrachten, loopgraven en schuttersputjes. De Duitse organisatie Oganisation Todt, die dat verplichtte, hield kantoor in Culemborg. Zo werden rondom Beusichem in juli 1944 al verplicht door Beusichemse mannen dekkingsgaten gegraven langs buitenwegen. Bij luchtaanvallen van geallieerden kon men daarin schuilen. Daar stonden borden bij. ‘Achtung Jabo’s’ (jachtbommenwerpers).
Bron: Jan van Alphen, Tussen Waal en Lek, 40-45.Foto: Regionaal Archief Rivierenland
 
 
Generaal in Beusichem
 
Generaal-majoor Alfred Philippi leidde de 361e Volks-grenadier-Division, maar na gevechten aan het Oostfront en Noord-Frankrijk was deze divisie ondertussen samengevoegd met andere divisies en eindigde in Beusichem. Philippi heeft na zijn gevangenschap eind jaren 50 meegewerkt aan publicaties in opdracht van het Amerikaanse leger, en was mede-auteur van het boek Der Feldzug gegen Sowjetrußland 1941 bis 1945: Ein operativer Überblick, waar hij naamsbekendheid mee kreeg. Hij overleed in 1994 op 91-jarige leeftijd. Over de Canadees Murphy aan wie Philippi zich overgaf, was niets terug te vinden.
 

Parade Britse bevrijders op de markt in Beusichem

De afscheidsparade van de bevrijders: De Engelse regimenten Surrey en Sussex. De parade was op de markt in Beusichem. Dat moet later in mei zijn geweest. Op 7 mei 1945 werd in de Zwaan op de markt eerst nog een dansavond georganiseerd, waarbij de Britse regimenten hun kapot geschoten vlag in de danszaal hadden opgehangen. Die vlag was bij een bekende slag van Monte Casino in Italië kapotgeschoten, waarbij veel verliezen werden geleden. De Britse soldaten speelden op 13 mei nog een feestelijke voetbalwedstrijd in Ravenswaaij tegen mannen uit de dorpen, waaronder Beusichem. Het werd 6-1 voor de Britten.
  
De eerste geallieerde soldaten kwamen in Beusichem aan. De overgave van de Duitse Generaal-Majoor A. Philippi (die in de Breedendam ingekwartierd was) aan de Canadese brigadier A. Murphy vond op 5 mei plaats. De Duitse Generaal-Majoor was alleen in de laatste weken van de oorlog in Beusichem. Hij sliep volgens rapporten in een tent naast de begraafplaats uit angst voor bombardement van de Breedendam. In de Oostelijke Betuwe werden landhuizen gebombardeerd vanwege de Duitse militairen die erin huisden. Beusichem is dat bespaard gebleven. Hij had ook een noodbrug aan laten leggen voor eventuele bombardementen. Een B-staf was ingekwartierd in huize Engelenburg op de Molenweg. Philippi had de weg Beusichem-Zoelmond afgesloten. Er stond licht afweergeschut (2 cm) achter het Heerenlogement, maar ook op andere plekken zoals het Einde, weten oudere inwoners. In de dagen vòòr de bevrijding legden Duitse militairen nog in De Zwaan op de Markt de eed af aan admiraal Dönitz. Hij had leiding over de Duitse regering na de zelfmoord van Hitler.
Op 4 mei bezocht Blaskowitz, de opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten in Nederland Philippi in Beusichem. Geallieerden hadden de aanval stopgezet. De Duitsers zagen dat als stilte voor de storm. Er kwamen geallieerde pantserwagens naar Beusichem om te spreken over de door Duitsers aangelegde mijnen.

Op donderdag 31 mei 1945, op de markt in Beusichem, gaven enkele honderden Britse soldaten een emotionele parade. Zo namen zij afscheid van de Beusichemse gastgezinnen. De parade was een dankzegging voor de gastvrijheid en vriendschap die de bevrijders een maand lang hadden gevoeld. Nu we de toespraak bij die parade hebben gevonden, kunnen we even teruggaan naar 1945 en voelen hoe het was op de markt. Hoe ze afscheid namen van elkaar en de voor hen vreselijke oorlog. Het is te lezen in het boek  ‘The Sussex and Surrey Yeomanry in the Second World War’, met een indrukwekkend oorlogsdagboek voor deze troepen.
Deze bevrijders van het 98e regiment van de Yeomanry Surrey and Sussex regiment mochten zich in Beusichem en Zoelmond  voorbereiden op een terugkeer naar een normaal leven. In de praktijk kwamen ze moeilijk los van hun ongelooflijk zware oorlogservaring. Sommige batterijen van het regiment hadden zes jaar onder ongekende spanning gestaan in zware gevechten en grote slagen, zoals de evacuatie bij Duinkerken in 1940 en de slag bij Monte Cassino in Midden-Italië in 1943. Een groter contrast met de relatieve rust in Beusichem in de oorlog was er niet.
Voor velen van dit regiment is de oorlog nooit verdwenen en vertellen kleinkinderen dat hun opa’s getraumatiseerd bleven in hun verdere leven. Hun verhaal is het vertellen waard en verdient aandacht van jongere generaties. Zeker omdat hun verdiensten miskend zijn. De bevrijdingsstrijd van geallieerden via Italië was zeker zo hard als na D-Day in Frankrijk. Alleen werd die strijd in Frankrijk zo uitgebreid beschreven in de media dat de offers van de militairen in Italië onderbelicht bleven. Daar is het lid ‘D-Day dodgers’ op gebaseerd, een cynisch oorlogslied over de militairen die in Italië bleven en zo D-day zouden ontduiken (Dodger). Niets is minder waar, blijkt nu.



Bron: Jeroen Verheul

Murphy’s toespraak op de markt in Beusichem op 31 mei staat in het boek ‘The Sussex and Surrey Yeomanry in the Second World War’. Dat was namelijk het regiment uit de graafschappen Surrey and Sussex, de graafschappen links en rechts onder London (Zuidoost Engeland). Door de koppeling van de foto’s met de toespraak zijn we weer even terug in 1945.
Murphy zegt in zijn toerspraak dat Beusichemmers op de markt zijn engels mogelijk niet begrijpen. Zijn toespraak is in de bijlage hieronder in zijn geheel te lezen. In gloedvolle woorden prijst hij de moed van de manschappen uit Sussex en Surrey en de zware verliezen die zijn geleden bij dit artillerieregiment. Artellerie betekent dat manschappen met bommen of rookgordijnen vuursteun gaven aan andere troepen en daardoor zelf constant onder vuur lagen. Murphy noemt dit regiment zijn rechterarm in belangrijke gevechten en slagen. De Britten redden veel Canadese levens door bijvoorbeeld met rookgordijnen troepen kans te geven veilig terug te trekken of door Duitse tanks of mitrailleurposten uit te schakelen. Daarmee trokken ze zelf ook bommen aan van de Duitsers. Artellerie bleef niet alleen in de achterhoede met hun kanonnen. De observatoren waren vooraan in de strijd om doelen door te geven en die uit te schakelen door de ‘gunners’.
De Canadese Brigadier Murphy sprak de Britse manschappen dus toe op de Beusichemse markt. Murphy diende in het 1st Canadian Army, een belangrijk leger in de bevrijding van Nederland. De ‘Beusichemse Britten’ dienden onder hem. Murphy was geen onbekende in Beusichem. Hij had op 6 mei ook al op de markt in Beusichem de overgave aanvaard van de Duitse Generaal-Majoor A. Philippi die in de Breedendam ingekwartierd was met zijn manschappen.
Na het vertrek van de Duitsers verbleven dus Britse soldaten een maand in Beusichem en Zoelmond. Bij hen speelde de strijdvelden in Italië, zoals Monte Cassino, nog duidelijk in het hoofd. Die slag kan zich meten met D-day, maar is in Nederland nauwelijks bekend. Dat deze slag diep in de ziel had gesneden, bleek wel op 7 mei 1945. In Zaal de Zwaan op de Beusichemse markt werd een dansavond georganiseerd voor de Britse bevrijders. Zij hingen hun in Monte Cassino kapot geschoten regimentsvlag op om zo de omgekomen regimentsleden te herdenken.
Dit regiment heeft een ongelooflijk oorlogsverhaal afgelegd dat het herinneren waard is. De route die dit artillerieregiment aflegde eindigde in Beusichem, maar hun oorlogsdagboek laat zien dat ze vochten in Europa, Afrika en Midden-Oosten. Beusichem is hun eindpunt geworden, hoewel ze niet vochten in Beusichem, maar tot op 23 kilometer van Beusichem de gevechten staakten begin mei toen de laatste gevechten stilvielen.
Na de bevrijding voerden ze die maand in Beusichem taken uit zoals het bewaken van gevangenen en afvoeren van wapens.  Ook reden leden met artilleriemateriaal naar andere plaatsen om Brits materieel te presenteren. Over het verblijf van de mannen in Beusichem is niet veel bekend. We weten dus van de dansavond op 7 mei 1945. Er was ook een voetbalwedstrijd op  13  mei 1945 tegen mannen uit Beusichem, Zoelmond en Ravenswaaij. Ook hiervan is een wedstrijdverslag in de bijlage hieronder te lezen.


Bron: Rar, Tiel

Introductie
Het is eigenlijk ongelooflijk hoe de belangrijke fases van de Tweede Wereldoorlog toch in Beusichem terecht kwamen met het verblijf van het 98e regiment van de Surrey and Sussex Yeomanry. Mannen die grote belangrijke slagen hebben meegemaakt en zo het verloop van de oorlog mede bepaalden. Bij het lezen van het boek ‘The Surrey and Sussex Yenanry in the Second World War’kom je echt dichtbij de bittere realiteit van de oorlog. Dat vertelt het verhaal van de ‘Britse Beusichemmers’. Dat boek vond ik na een verrassende speurtocht.
Het waren beelden van een parade in een ander dorp waardoor ik meer in het spoor kwam van een uitleg van de parade in Beusichem. Een parade was een afscheid, een eerbetoon en dankzegging. Dat verklaart het moment van de parade op 31 mei. Op 3 juni 1945 vertrok een groot deel van de manschappen uit Beusichem en Zoelmond om via Duitsland naar huis te vetrekken. Overigens waren ook batterijen van het 98e gehuisvest in Schoonrewoerd en Vianen. In Beusichem kreeg het leidende personeel (officieren) onderdak, in Zoelmond de 471e batterij. In Schoonrewoerd en Vianen de 391e en 392e batterij.
Een televisiemoment van de BBC zette me op het spoor van Monte Cassino, de vermaarde slag tegen de Duitsers in Midden-Italië. De Engelse presentator en oud-voetballer Gary Lineker volgde de sporen van zijn opa bij de slag om Monte Cassino. Hij behoorde tot medische troepen. Het raakt Lineker om te zien hoelang en zwaar de strijd in italië was en vooral rond Monte Cassino. Het raakt Lineker vooral dat de offers van deze mannen miskend zijn bij het grote publiek. Bij de bevrijding van Europa gaat het altijd over D-day, maar de offers bij Monte Cassino door militairen waren even fors. Militairen kwamen uit Canada, Verenigde Staten, Polen, Verenigd Koninkrijjk, India en Nieuw-Zeeland.
Ik kende de foto’s van de militairen op de markt in Beusichem. Het bijschrift sprak over de regimenten uit Surrey & Sussex, maar aanvankelijk leidde dat tot een dwaalspoor. Ik kon niets vinden over een Sussex regiment in de Tweede Wereldoorlog (of uit Surrey). Beide regimenten waren voor de oorlog in elkaar opgegaan, waardoor ik zag dat de mannen tot het 98e regiment van de Surrey and Susses Yeomanry behoorden. Zo kwam ik ook op het boek, geschreven door Luitenant T.B. Davis, zelf leidinggevende in het regiment. Aan zijn omschrijving van de markt ‘neat marketstreet in Beusichem’ moet hij de parade hebben bijgewoond.
Het boek is prettig te lezen als oorlogsdagboek, met een militaire inleiding voor burgers en geeft op datum in rijke details verslag van de strijd. Vaak was het verblijf bar in koude natte tenten in de Italiaanse heuvels. In het boek beschrijft hij ook de sportwedstrijden die de mannen organiseerden en toneelavonden met bijvoorbeeld het toneelstuk ‘Son of a Gun’ totdat ook dit toneeltalent van het regiment werd getroffen door een granaat.
De oorlogsjaren moeten ongelooflijk zwaar zijn geweest. De mentale toestand van de mannen wordt soms ook beschreven, al lijkt Davis terughoudend daarin. Later na de oorlog bleek de psychische schade soms veel groter. Op een internetforum over dit regiment zegt een kleinzoon dit over zijn opa. “Ik herinner me dat hij me vertelde dat de slag bij Monte Cassino de hel was. Hij heeft nooit verteld dat hij gewond is geraakt, praatte er nooit over. Ik weet alleen als kind dat hij ‘s nachts zwetend en schreeuwend wakker werk van de trauma’s.”

Toespraak Murphy op de markt in Beusichem, brigadier van het 1e Canadese leger:
“The Surrery and Suxxes Yeomanry is een Engels regiment, al ben ik me bewust dat er ook schoeten, Ieren en mannen uit Wales onderdeel van uitmaken. Dus als ik het regiment als Engels aanduid, moeten jullie me dat vergeven.
Het is algemeen bekend dat de Engelsen gereserveerd zijn. In het openbaar zul je niet snel sentimenten uitgesproken horen, daarom vraag ik bij voorbaat ook excuses voor sommige dingen die ik ga zeggen tegen jullie, maar ik wil dat jullie weten dat dit uit de grond van mijn hart komt.
Ik ben een Canadees, een Ierse Canadees en heb tot het beste van mijn weten geen engels bloed in mijn aderen stromen. En hoewel in de gevechten in Ierland - waar de engelsen ook aan deelnemen, er duidelijk sprake is van bedrog - houd ik vol dat ik geen Engels bloed in mijn aderen heb stromen.
We ontmoetten elkaar voor het eerst in Sicilië. Jullie waren als regiment al gehard in de strijd. Wij waren dat niet. Eigenlijk hadden wij maar één regiment in de brigade met enige ervaring – het veertiende regiment. Dit regiment vocht in Dieppe in 1942 en verdomd weinig van hen kwam levend terug.
Vanaf Sicilië vochten we samen omhoog in de laars van Italië, tot uiteindelijk de Duitse verdediging in de Gothische linie. En in al deze gevechten hebben we een groot respect gekregen voor jullie vechtcapaciteit. Jullie hebben officieren verloren en mannen in de gevechten. Zij stierven om Canadese levens te redden. Geloof me, we zullen dat nooit vergeten.
We hebben elkaar leren kennen en respecteren in die strijd waar waarden als moed en respect zwaar wegen. De fijnste plek om dat te leren is op het slagveld. Dit was een Britse koninkrijk team, een onverslaanbaar team, waarin we het onze dienst als een eer beschouwen. Indiase infanterie, Canadese bewapende divisies en vuursteun uit Sussex en Surrey. Tegen de stommelingen die ons Britse koninkrijk uit elkaar willen spelen, kun je altijd vertellen  over dit glanzende voorbeeld van samenwerking en solidariteit. Dit team vocht hard en won, en als het nodig is – God verhoedde het – kunnen we opnieuw vechten en weer winnen.
Er waren verschillende momenten waarop ik vreesde dat we jullie kwijt raakten. Hogere commandanten hadden orders daartoe en meer dan één keer heb ik me uitgesproken voor jullie, één keer tegen generaal Leese zelf, commandant van het Achtste Leger. Toen we zonder jullie zouden uitgezonden worden, ging ik naar zo’n koperen hoed en zei: “Hoe is het in Godsnaam mogelijk dat ik moet vechten zonder mijn rechterarm.”
Vervolgens zijn we naar Franrkijk uitgezonden en dit keer dacht ik dat we jullie echt kwijt waren. Ik wilde jullie daar ook hebben, omdat ik wist dat jullie dan dichter bij Engeland zouden zijn en ik had hoop dat jullie verlof zouden krijgen en even konden terugkeren naar jullie geliefden. Ik wilde dat voor jullie terugdoen. Toen vond ik gelukkig de man in hogere kringen die naast verstand ook een hart had. Dat is een ongebruikelijke combinatie. Dus we bleven samen. Als je wist hoe mijn officieren en mannen juichten toen ze hoorden dat jullie ook mee gingen naar Frankrijk met ons, dan zou je geen twijfel hebben over hoe hoog onze achting is voor jullie regiment.
Nu gaan onze gedachten weer naar het normale dagelijkse leven. Over enige tijd zullen jullie weer met vrienden in de Engelse pubs praten over de slagen waarin jullie vochten. We houden allemaal van die pubs. Je zult praten over die slagen, maar je kunt ook zeggen dat op 31 mei 1945, een Canadese brigadier op een verhoging voor publiek – al verwacht ik niet dat veel van deze Nederlanders engels kunnen – julle vertelde dat hij vierduizend officieren en mannen onder zich heeft die elke keer hun hoed zouden afnemen, altijd, overal, vanwege de moed, de vaardigheid en gevechtsdoelmatigheid van de mannen van het Surrey and Sussex Yeomanry.”

De Britse soldaten speelden op 13 mei nog een feestelijke voetbalwedstrijd in Ravenswaaij tegen mannen uit de dorpen, waaronder Beusichem. Het werd 6-1 voor de Britten.

“Wat er nog nooit in de geschiedenis is voorgekomen en in de toekomst ook wel niet licht meer gebeuren zal, heeft Ravenswaaij woensdagavond 16 mei beleefd. Op de wei tegenover ’t café Fürmann heeft een Engelsch team een voetbalwedstrijd gespeeld tegen een gecombineerd elftal uit de dorpen Beusichem, Zoelmond en Ravenswaaij. Ravenswaaij is dus getuige geweest van een internationale wedstrijd. We wisten wel, dat de Tommies, die de Tweede Wereldoorlog voor ons wonnen, ook dezen wedstrijd zouden winnen, doch dat deed er weinig toe. ’t Was prettig als vrije Hollanders een match te kunnen bijwonen en te mogen spelen. De wedstrijd is in de beste verstandhouding gespeeld. Op ’t veld, waar ’t gras wat hinderlijk was voor de spelers, had ook ’t Beusichemse muziekcorps ‘Excelsior’ plaats genomen. Veel, heel veel menschen waren gekomen om dezen nooit te vergeten wedstrijd bij te wonen. Ook veel Tommies, die ’t veld goed in orde hadden gebracht, waren er. Zij waren goede gasten en hebben ’t muziekcorps op bier en sigaretten onthaald. De stemming liet niets te wenschen over. We weten heel best dat ’t onze Nederlandsche ploeg aan uithoudingsvermogen ontbrak en dat we met 6-1 verloren, doch wat deed ’t er toe. ’t Was alles even prettig. ’t Was werkelijk geen kunst om  ‘a good loser’ te zijn. Ook sloot onze voorhoede niet, ’t gaf nog niets. We deden ons best en hadden plezier, we waren blij. Nooit zal een voetbalwedstrijd met zoveel genoegen zijn bijgewoond. Een internationale nog wel. Keeper Cornelissen heeft veel goed werk verricht en veel gevaarlijke ballen gekeerde en de zwoegende back van Mourik belooft eveneens veel. Met zulke spelers is een elftal op te bouwen. Ze gaven goed partij.
Gelijk het bij internationale wedstrijden gebruikelijk is, werden vooraf de volksliederen van beide landen gespeeld. Daarna zijn de Engelsen door den heer Knegtjens in hun moedertaal hartelijk toegesproken en verwelkomd. Vervolgens verrichte de plaatselijke commandant van het BS-commando te Beusichem, dhr. A.C. Beynen, den aftraf. Beter sportsman kon men daarvoor moeilijk bedenken, den oprichter van ons zwembad en houder van een Olympisch roeikampioenschap.
Rust ging in met 2-1 voor Engeland. Na ‘beertime’ konden de Hollanders er niet meer tegenop en bleef Engeland voortdurend in den aanval. Vooral hun voorhoede sloot hechter dan de onze en ontwikkelde een beter samenspel. Er is 2x30 minuten gespeeld. Toen de scheidsrechter ’t einde blies en ‘three cheers for England’ weerklonken, heeft de heer Knegtjens de Engelschen als herinnering een zilveren gulden aangeboden met de beeltenis of ‘our beloved Queen’. Voorwaar een mooi idee in deze dagen, wat een verschil in onze rijke dagen, toen een zilveren gulden even veel waard was als ’t papiergeld.
Tennslotte speelde de muziek nog menig vaderlandsch lied en is in ’t café Fürmann de feest- en vredesvreugde voortgezet. ‘The Dutch captain’ is er hoffelijk ontvangen en per auto thuisgebracht.

Bron: Geschiedenis van 1940-1945. We zijn dankbaar dat Beusichemmer Meyns van Dijk ons op dit verhaal attent maakte.

Mocht u aanvullingen hebben of foto’s. Stuur een mail naar info@beusichemleeft.nl. Na het doorbladeren van dit document vindt u meer gedetailleerde informatie op: https://izi.travel/nl/4afd-beusichem39-45/nl, een historische wandeling van BeusichemLeeft.

Terug naar de inhoud