Crash Wellington 26 juli 1943 - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Crash Wellington 26 juli 1943

Gemeente Culemborg > Gesn. geallieerde militairen
Crash Wellington


Wellington X

De vliegbasis in East-Moor in Yorkshire werd geopend in 1942 en werd uitsluitend gebruikt door de Royal Canadian Air Force (RCAF). Hier steeg op 25 juli 1943 de Engelse Wellington-bommenwerper AL-HE803 behorende tot het 429e eskader van de R.A.F. op voor een bombardement op de Duitse indrustriestad Essen. Het vliegtuig was op de vlucht terug, toen het door een Duitse nachtjager ME-110, bestuurd door Hptm. Hans-Dieter Frank behorende bij de Staf van 1/NJG1, op 5500 mt. hoogte werd aangeschoten. Vier van de vijf bemanningsleden wilden het vliegtuig aan de grond zetten, maar de piloot wilde verder vliegen. In Asch maakte het een noodlanding, waarbij vier bemanningsleden het toestel verlieten:

  • Navigator - Sgt Howard W. Clarke RCAF, uit Talbot, Alberta, Canada.
  • BA - Sgt Frank William Robert Frost RAF (1320288).
  • Wop /AG - Sgt Joseph A. M. "Marcel" Lortie RCAF, uit St. Agathe des Monts, Quebec, Canada.
  • A/G (= airgunner) - Lt J. C. Elliott USAAF.

Kort daarna werden zij allen door militairen van de Duitse Luchtmacht gearresteerd en, op Ltn Elliot na die door zijn verwondingen naar een ziekenhuis werd gebracht, krijgsgevangen gemaakt. Allen hebben de krijgsgevangenschap overleefd. Sgt. H.W. Clarke, trouwde zelfs in krijgsgevangenschap.



De piloot F/O Keith Mclean Johnston (servicenr. J/16067) steeg echter alleen met het toestel weer op om alsnog Engeland te bereiken, maar het vliegtuig kon niet genoeg hoogte meer krijgen en vloog bij het zgn. Melkbrugje, zuidelijk van station Culemborg, tussen de rails en de bovenleiding door en brak aan de westzijde van de spoorbaan  in de rietput in stukken. Met een half geopende parachute werd de piloot zeer ernstig gewond dichtbij zijn toestel gevonden en vervolgens naar het ziekenhuis in Culemborg gebracht. Van hieruit werd hij vervoerd naar het hospitaal van de Duitse luchtmacht in Amsterdam. Daar is hij daar uiteindelijk toch aan zijn verwondingen bezweken. Ltn. Johnston  lag oorspronkelijk in Tilburg begraven, maar is na de oorlog herbegraven op het Canadese militaire kerkhof bij Bergen op Zoom.



De vader en moeder van Keith waren John Thomas Johnston en Margaret Ann Thomson. Het gezin woonde op Corner of Rockland, Georges Avenue, North Vancouver, B.C. Zij kregen de volgende kinderen:

Grace Rubena JOHNSTON (1897-1978)
Margaret Ellen JOHNSTON (1898-1978)        
Edna Mary JOHNSTON (1901-1999) Zij werd begraven in Abbotsford, British Columbia, Canada        
Florence Jean JOHNSTON (1903-1974)        
John Thomas JOHNSTON (1907-1973)        
Wilma Marion JOHNSTON (1913-2000)        
Scott Cameron JOHNSTON (1915 -1935). Hij werd begraven in Forest Lawn Memorial Park, Vancouver, British Columbia, Canada.
                              

Flying Officer Keith McLean JOHNSTON
werd geboren op 26-12-1917 in Vancouver, British Columbia, Canada. Hij overleed op 26 juli 1943 in Amsterdam.
       
Keith zat op de lagere school van 1926 tot 1934, vervolgens ging hij naar de Highschool tussen 1935 en 1937. Daarna was hij drie jaar werkzaam in de bosbouw als houthakker bij J.P. Dumaresq. In de eerste acht maanden van 1940 was hij butler bij Safeway Stores en volgde hij nog een schriftelijke cursus op het gebied van Farmacie.

Volgens zijn medisch rapport was hij dol op basketbal en rugby, 170 cm. lang en 63 kg zwaar en had grijze ogen en bruin haar.
Op het interviewrapport van 10 oktober 1940 staat het volgende over hem genoteerd:
Vrijgezel, spreekt alleen Engels, geïnteresseerd in sport, nette verschijning "Neat and conservative". Over zijn persoonlijkheid: "confident, mature, pleasant, ligerent". Samenvattend: "Canadian boy, stopped school some years ago, but resumed recently to qualify as pilot in RCAF. Got through in one year. Prepossessing in appearance, good manners and speech, lots of guts, might go far.
Hij kreeg zijn opleiding in cursus 34 van juli tm. oktober 1941 in No11 Service Flying Training School in Yorkton.

Keith trouwde op 27 juni 1942 in de Royal Hotel in Blairgowrie, Perthshire, Schotland met Elisabeth Robertson Smith, die op 20 mei 1916 in Couper Grange, Bendochy geboren was.

De Duitsers hebben het gecrashte vliegtuig in gedeelten gedemonteerd en vervolgens per transport naar Duitsland vervoerd.
 

't Melkbrugje (foto. R van Elteren)


Canadees Oorlogskerkhof in Bergen op Zoom (Foto: Commonwealth War Graves Commission)

No 429 Squadron RCAF
Hun strijdkreet was "Fortunae nihil" ("Niets aan het toeval overlatend").
Logo: Een bizon op een berg, met de kop omlaag. De inheemse Canadese bizon staat bekend als een felle en krachtige tegenstander.
Nr. 429 (Bison) Squadron werd op 7 november 1942 opgericht in East Moor, als een bommenwerpereenheid van nr. 4 Group, maar werd  uiteindelijk vijf maanden later toegevoegd aan nr. 6 (RCAF) Groep. Op 11 en 12 augustus 1943, vond een verhuizing plats naar Leeming, de thuishaven voor dit esquadron  voor de rest van zijn verblijf in het Verenigd Koninkrijk. Oorspronkelijk was dit squadron uitgerust met Wellington Ills en XS, in september 1943 schakelde het squadron over naar de Halifax IIs  en vervolgens naar de Halifax Vs in november en maart 1944 de Halifax Ills. Tegen het einde van maart 1945, waren het de vliegende forten Lancaster ls en III's, met welke zij hun laatste paar zware bombardementen uitvoerden.


Bommenwerpers:
  • Vickers Wellington III en X: november 1942-augustus 1943
  • Handley Page Halifax B. II, BV en B. III: augustus 1943-maart 1945
  • Avro Lancaster B.I en B. III: vanaf maart 1945
Codeletters: "AL".
Eerste operationele missie in de Tweede Wereldoorlog:
  • 21 januari 1943 toen drie Wellingtons mijnen legden op Terschelling.
Laatste operationele missie in de Tweede Wereldoorlog:
  • 25 april 1945 bombardeerden negen Lancasters batterijen het Duitse Waddeneiland Wangerooge.
 
Zoeken op deze website
Copyright 2017. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu