Dhr. R. Klip - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dhr. R. Klip

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Waardenburg
Achternaam: Klip
Tussenvoegsels:
Voornamen: Roelof
Voorletters: R
Beroep: Opperwachtmeester Politie in Den Haag / Lid verzet
Geboorteplaats: Waardenburg
Geboortedatum: 24-06-1905
Overlijdensplaats: Oegstgeest
Overlijdensdatum: 05-09-1944
Begraafplaats: Begraafplaats Nieuw Eykenduynen
Gemeente: Den Haag
Graf: geruimd
Gedenkboek: 36

juni 1936: De familie Klip in Waardenburg, met boven middenin Roelof.

De ouders van Roelof waren veldwachter Andries Klip (1869-1943) en Teuntje Zondag (1867-1940) en zij kregen samen elf kinderen tussen 1891 en 1907.

Roelof trouwde met Huibertje van Berghem (1908- Opijnen 1981) en ze kregen samen de volgende kinderen:
  • Huibert Adrianus (1930- 1938)
  • Andries  (1931-2012), trouwde met Hilletje Noordanus (*1929)
  • Roelof "Roel" (*1936),  trouwde met Jantje Bambacht (1939-1985)
  • Huib (*1942), trouwde met Willemijntje Johanna de Bie (*1942)
  • Adriaan Arie (*1945), trouwde met José Jansen (*1945)

Roelof volgde de lagere school in Neerijnen tot het einde van de Eerste Wereldoorlog. Daana is hij gaan werken, wat in die tijd heel normaal was. Hij kwam terecht bij als tuinknecht bij Baron Van Pallandt in Neerijnen.
In april 1929 vertrok hij samen met zijn dorpsgenoot Van Santen naar Eindhoven.
Hij trouwde in Opijnen op 21 november 1929 met Huibertje van Berghem en verhuisde in dezelfde maand van de Hulststraat 3 naar de Goudsbloemstraat 36 in Eindhoven.
Roelof was controleur bij Philips en werkte later bij de bewakingsdienst. Op 22 augustus 1930 zijn ze verhuisd naar de Prins Mauritsweg 21 te Waalre, waar Andries op 24 september 1931 werd geboren.

In november 1931 verhuisde ze naar de Heeswijkstraat 69 in Voorburg, waar Roelof ging werken bij bij de bewakingsdienst van een verffabriek. Na nog geen twee jaar, verhuisden ze in juli 1933 naar de Rodenbachstraat 32 in Den Haag. Dit huis had een beneden- en bovenverdieping. Per 1 juni 1933 was Roelof in dienst getreden als agent van Politie te 's­-Gravenhage. In september 1934 verhuisden ze naar de Jonathanstraat 41 in Spoorwijk-Den Haag, waar op 19 oktober 1936 Roel werd geboren.
 
Huibertje was in het voorjaar van 1938 in verwachting, maar de zwangerschap verliep niet zoals het moest. Ziekenhuisopname bleek noodzakelijk want thuishulp was er toen nog niet.  Als oplossing werd besloten om de kinderen onder te brengen bij de de wederzijdse grootouders in de Betuwe. Hier kwam in juni 1938 Huib bij een verkeersongeluk om het leven, toen hij uit een winkel in Waardenburg liep en onder een vrachtwagen van Bavaria-bier terecht kwam. De zwangerschap van Huibertje ging ook niet goed en er werd een meisje doodgeboren.
Een dag voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, 9 mei 1940, kwam Roelof bij de Verkeersdienst en werd hij ingedeeld bij de Verkeersdienst (ploeg C) aan het bureau Archimedesstraat in Den Haag .
In 1942 werd Huib (genoemd naar overleden Huib!) geboren.

1 maart 1943 werd Roelof opperwachtmeester bij de politie (destijds staatspolitie) en kreeg contact met het plaatselijk verzet. Op Dolle Dinsdag 5 september 1944 ging hij met elf collega's met een overvalwagen van de politie vanuit Den Haag naar Oegstgeest. Door de Nederlandse Landmacht was in de meidagen van 1940 in de duinen bij Oegstgeest munitie ingegraven. De ondergrondse kon dit goed gebruiken en wilde het opgraven.

Ze kregen daarbij van de korpsleiding alle medewerking om die actie te volbrengen. Schoppen en rieken had men al geleend van de gemeente-reinigingsdienst. Rond 14.30 uur vetrok men vanaf Hoofdbureau Alexanderplein. De chauffeur was G.J. Hummelink en in de met een zeildoek overkapte laadbak bevonden zich H.P. Degkers, W. van Gulik, P. Keer, J. Kosterman en Roelof Klip. Naast de chauffeur zat S. Wassenaar, die in het bezit was van een situatieschets van de plaats waar de wapens en de munitie begraven zouden liggen. De schoppen en de rieken lagen reeds in de vrachtauto. Op de hoek van het Alexanderplein en de Javastraat klom de wachtmeester S. Schiere van het bureau Javastraat  in de laadbak en in de Louise Henriettestraat nam als laatste de opperwachtmeester P.S. Wassenaar (een broer van S. Wassenaar voornoemd) plaats in de bestuurderscabine. De vrachtauto met ge­noemde negen personen werd een gedeelte van de rit naar Oegstgeest begeleid door een bestelauto van de  Expeditie.
 
Indien de wapens en de munitie zouden zijn bemachtigd, dan moesten deze worden afgeleverd bij de Bereden Brigade van de Haagse politie in de Koninklijke Stallen aan de Hogewal 17 in Den Haag.
 
Ter hoogte van het Rijnzichtviaduct te Oegstgeest op de Rijksweg Den Haag - Amsterdam, werd omstreeks 15.30 uur de vrachtauto onder vuur genomen door een geallieerd vliegtuig. Er was die dag veel vliegverkeer i.v.m. de nadere Operatie Market-Garden en er werden door Thunderbolts en Lightnings vielen transporten boven Nederland en Duitsland aan. Vermoedelijk werd de vrachtauto, welke ook werden ingezet bij razzia's voor de Duitsers, door de Engelsen aangezien voor een Duitse legerwagen. Voor zover mogelijk vluchtten de inzittenden alle kanten uit om dekking te zoeken. Roelof wist nog uit de wagen te komen en een akker op te lopen en is na ongeveer 150 meter inelkaar gezakt. Het bleek dat hij een longschot had opgelopen. W. van Gulik lag zwaar gewond in de vrachtauto en werd niet lang daarna door een ambulance-auto naar het Academisch Ziekenhuis te Lei­den vervoerd, alwaar hij omstreeks 18.55 uur overleed. Ook P.S. Wassenaar was zwaar gewond door een schot in de borst en een schot in zijn linker arm.
De vrachtwagen, met daarin het lichaam van Roelof werd rond 17.00 uur door zijn collega's Deckers, Hummelink, Kosterman, Schiere en S. Wassenaar naar Den Haag gereden en op het Koningin Mariaplein geparkeerd. Deze collega's hebben, ter voorkoming van huis­zoeking, hun dienstwapens in de vrachtauto achtergelaten en zijn ondergedoken. De vrachtauto werd spoedig gevonden en het stoffelijk overschot van Roelof werd overgebracht naar het Gemeentelijk Ziekenhuis aan de Zuidwal 83 in Den Haag.
Op het hoofdbureau werd aan argwanende Duitsers verteld dat men met de vrachtauto van plan was geweest om aardappels te gaan rooien voor het politiepersoneel. Door deze uit­leg is de Sicherheitsdienst vermoedelijk nimmer achter het ware doel van de tocht gekomen.
Roelof Klip werd op 9 september gegraven op Begraafplaats Nieuw Eijkenduynen in Den Haag.

De Chevrolet vrachtwagen waarmee Roelof op pad ging  

Vanwege voedselschaarste, vertrok de zwangere Huibertje met haar kinderen op 14 december 1944 naar Opijnen. Voor het vervoer konden ze gebruik maken van een vrachtwagen van de groente- en fruitveiling uit Den Haag. Dit kon door tussenkomst van een neef van Huibertje, Hendrik van Maren, die aan de veiling werkte.
Toen ze in Opijnen aankwamen, bleek dat het huis/café/zaaltje van oma niet beschikbaar was. Onderin het pakhuis stonden nog wel een stuk of tien kachels. Het café/zaaltje had de maanden daarvoor gediend als dependance van het Bethesda ziekenhuis uit Tiel. Uit het pand waren juist daarvoor 39 geëvacueerde patiënten vertrokken naar het Bethesda ziekenhuis. Het gezin kreeg vanwege tyfus, geen toestemming het huis te bewonen. Er werden daarvoor een paar dagen later in de tuin zelfs nog matrassen verbrand. Huibertje, Roel en Huib werden ondergebracht bij ome Gerrit en tante Trijneke. Andries kwam een huis verder bij de familie Scheurwater terecht.
 

Nadat één en ander was schoongemaakt, namen ze op oudejaarsdag 1944 hun intrek in het benedendijkse gedeelte van het huis van oma. Vanwege beschietingen vanuit Hedel was het bovenste gedeelte, dat boven de dijk uitstak, levensgevaarlijk. De geallieerde troepen lagen aan de Maas en de “Bommelerwaard” was niemandsland.

Door die onophoudelijke beschietingen moest het gezin op 20 januari 1945 alweer uit Opijnen evacueren en trokken zij in bij een oom en tante aan de Zoete Hoek in Waardenburg. Hier bleven ze niet lang, want begin februari moesten zij ook daar weer weg. De vrachtrijder Hannes Vermeulen uit Waardenburg heeft hen toen naar een tante in Deil gebracht. Op de rit er naartoe maakten ze nog een hachelijk moment mee, toen ter hoogte  van de suikerfabriek in Geldermalsen een Engels vliegtuig door de Duitsers met geweren werd beschoten.
Ze verbleven in Deil tot eind april en keerden toen weer terug naar Opijnen, waar op 18 mei 1945  Adrie "Aad" werd geboren.
Na de oorlog kreeg Huibertje vanaf september 1947, haar weduwen- en wezenpensioen. Het was voor haar een zwaar leven met 4 kinderen! Ze hertrouwde met Aart Jan de Ruiter (1916-1982) en runde met hem nog jarenlang een cafè in Opijnen.

De naam van Roelof Klip staat ook vermeld op het Oorlogssmonument in Oegstgeest. Het herinnert de inwoners van Oegstgeest aan de Tweede Wereldoorlog en de strijd tegen de bezetter. Met het gedenkteken worden tevens 46 Oegstgeestenaren herdacht die door oorlogshandelingen zijn omgekomen tijdens de bezettingsjaren en de daaropvolgende strijd in het voormalig Nederlands-Indië.    

             
        
        
        
 
Zoeken op deze website
Copyright 2017. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu