Mevr. A.M. van de Werken - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mevr. A.M. van de Werken

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Tuil
Achternaam: Werken
Voorvoegsel: van de
Voornamen: Adriana Mereke
Voorletters: A M
Beroep:
Geboorteplaats: Gameren
Geboortedatum: 01-02-1858
Overlijdensplaats: Zaltbommel
Overlijdensdatum: 06-02-1945
Begraafplaats: Tuil
Vak:
Rij:
Nummer:
De ouders van Adriana waren Aart van de Werken en Pietje van Alphen.
 
Adriana trouwde op 17 oktober in 1884 in Gameren met landarbeider Hendrik Satter (*1858-1945) uit Haaften.
Zij kregen de volgende kinderen:
  • Hendrik (1885-1969), trouwde met Jasperijntje de Jong (1889-1958)
  • Pieternella (1887-1973)
  • Hester (*1888)
  • Aart (*1889)
  • Eva Catrarina (*1890)
  • Hillebertus (1893-1971), getrouwd met Erke Adriana van Bommel uit Est en Opijnen (1901-1976)
  • Adrianus (*1895)
  • Jenetta (*1897-1982)
  • Adrianus (* 1900)

Zoon Hillebertus en zijn vrouw Erke, woonden met onderstaande kinderen in de oorlog ook bij Hendrik en Adriana Satter in.
Adriana "Jaantje" Mereke (1933-2007) is vernoemd naar oma, trouwde met Reijer van de Burg (1931-1999)
Gijsbert (1935-2000), trouwde met Drieka Stappershoef
Reijertje (*26-03-1939)

In het najaar 1944 was Den Bosch bevrijd en stonden de geallieerden aan de Maas. De Duitsers verwachtten een doorbraak van de Geallieerden tussen Tiel en Zaltbommel en sommeerde de bevolking ten oosten van de spoorlijn Utrecht- Den Bosch te evacueren.
Het gezin van landbouwer Cornelis van Bommel (1898-1989) en de Waardenburgse Jenetta de Kock (1903-1967) uit Opijnen trok naar Tuil waar familie van moeder woonde. Zij namen de volgende vijf gezinsleden mee:
  • Gijsbert (*1931)
  • Hendrik (*1932)
  • Reiertje (1937-1945)
  • Clasinus (*1942)
  • Cornelis Johannes geb. in 1943, overleden op 15 april 1945 in Waardenburg

Het vee van de familie Van Bommel werd bij aankomst in Tuil bij verschillende boeren ondergebracht.
De familie Satter hadden een tuindersbedrijf. Hun gezin bestond uit zes personen en 'oma Adriana'. In totaal met veertien personen in dat huis.
Op 6 februari 1945 was het een prachtige zonnige dag, de eerste lentedag. ‘s Morgensvroeg kwamen al Duitse soldaten het erf oprijden met een vrachtwagen. Zij wilden de munitie, die in het washok van de boerderij van de familie Satter lag opgeslagen, weer opladen om ze ergens anders weer onder te brengen. Alle omwonenden waren opgelucht dat het explosieve goedje weer weg zou worden gehaald.

Hillebertus Satter was zijn tuin al aan het omspitten na de winter en Jenetta van Bommel had de was al gedaan en wilde dat vanwege het mooie weer in de tuin ophangen. Ze had de volle wasmand naast haar staan en wilde de waslijndraden met een doek schoonmaken, toen ze een vreemde tik hoorde. Ze schrok, omdat ze wist dat de soldaten bezig waren met het verplaatsen van de munitie. Op hetzelfde moment kwam er een enorme grote klap en zag ze het washok en het achterhuis de lucht in vliegen. Het was een enorme ravage om haar heen en alles was in een klap verdwenen. Haar wasmand en de waslijn waren er niet meer, maar wonder boven wonder had zijzelf geen schrammetje opgelopen. Hillebertus, die vlakbij haar aan het spitten was, was ernstig verwond en lag bloedend op de grond. Een van zijn ogen was verdwenen, er was een stuk van zijn oor af en verder bloedde hij op veel plaatsen.
Reiertje van Bommel had juist de afwas gedaan en wilde vanuit de keuken van het voorhuis naar buiten lopen en is door de enorme klap en luchtdruk ter plekke overleden.  
In de keuken zat 'oma Adriana' (= A.M. van de Werken, die op 27 januari 1945 net weduwe was geworden van Hendrik Satter, red.) en zij was op de kachel gevallen, waardoor ze veel brandwonden opliep. Ze is 's middags nog zwaargewond naar het ziekenhuis in Zaltbommel vervoerd en onderweg overleden.
Clasinus was met zijn neefje en nichtje in de voorkamer aan het spelen. Hij herinnert  zich een enorme knal en een enorme grijze wolk, waardoor zij niets konden zien. Ze moesten enorm huilen en ze zijn vervolgens door de buren via het raam naar buiten gebracht.
Ceesje van Bommel lag toen het gebeurde nog in zijn ledikantje en zat in shock in zijn bedje rondom in het puin. Hij staarde voor zich uit. In eerste instantie dacht men dat hij ook overleden was, maar dat was gelukkig niet zo.
Vader Van Bommel en zijn oudste zoon Gijsbert waren op dat moment op andere boerderijen het vee aan het verzorgen.

Het 8-jarige evacueetje van de buren, Jannie de Jongh, werd door rondvliegende scherven getroffen en was op slag gedood. Dat lot trof ook vier Duitse soldaten. Het was een verschrikkelijk aanblik voor de mensen, omdat hun lichamen uit elkaar waren gereten en her en der stukken op het erf in de bomen, bewegwijzering e.d. terecht waren gekomen. Deze soldaten behoorden allen tot de Duitse luchtdoelbatterij van Haaften en hadden de volgende namen:

  • Wm. Heinrich Grossestrangmann  (geb. 24 maart 1917)
  • Obergefr. Kurt Isensee (geb. 22 juni 1912)
  • Gefr. Antonius Koch (geb. 19 juni 1923)
  • Gefr. Wilhelm Limper (geb. 1 juli 1900)

    Deze militairen waren eerst in Zaltbommel begraven en werden vervolgens naar Ysselsteyn overgebracht, waar ze in het gemeenschapelijk graf
    Blok R, rij 11, graf 274 herbegraven werden.

 
Zoeken op deze website
Copyright 2017. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu