Dhr. G.A.J. van Nunen - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dhr. G.A.J. van Nunen

Gemeente Culemborg > Burgerslachtoffers:
Achternaam: Nunen
Tussenvoegsels: van
Voornamen: Gerrit Adrianus Johannes
Voorletters: G.A.J.
Beroep: Timmerman
Geboorteplaats: Culemborg
Geboortedatum: 31-07-1912
Overlijdensplaats: Nordhausen, Stadtkreis Nordhausen
Overlijdensdatum: 04-04-1945
Begraafplaats: Ehrenfriedhof te Nordhausen
Gemeente: Nordhausen
Provincie:Thüringen
Land: B.R.D.
Gedenkboek: 37  

Op de foto hiernaast het monument op de plaats waar de Boelcke-kazerne in Nordhausen heeft gestaan.
De ouders van Gerrit waren  de Culemborgers  Gerrit van Nunen en Johanna Molders. Zijn vader was in eerste instantie stoelenmaker van beroep, maar ging later aan het werk als stationsarbeider en werkte zich op tot  stationschef. Ze kregen samen veel (vroeg  overleden) kinderen: Govert Adrianus van Nunen geb. 29 maart 1895, Adriana (1897-1897), Francina (1899-1901), Gerarda (1906-1942), Gerrit Adrianus Johannes (1912-1945), de tweeling Martinus Marius en Martinus Adrianus (1916-1916) en verdere kinderen in willekeurige volgorde: Maria "Marie" getr. met Dirk Philippi, Jacoba "Coba" getr. met Rinus Versteeg, Adriana "Sjaan" getr. met Peter van de Hurk, Josina "Sien" getr. met Janus Bronk, Johanna "Jo" getr. met Pieter Martens, Gerarda "Grada" getr. met Marinus v.d. Graaf, Hendrika "Riek" getr. met Willie Schoots.|

Vader Gerrit overleed in 1937 en zijn vrouw Johanna in 1941. Het gezin woonde in Culemborg in de Spoorstraat in Culemborg.
In 1942 dook de vrijgezelle Gerrit onder. Hij wilde niet in Duitsland voor de Arbeitseinsatz werken, maar werd door de Sicherheitsdienst al snel opgepakt en via kamp Amersfoort uiteindelijk tewerkgesteld in Köln-Nippes.
 
In februari 1944 werd Gerrit per goederenwagon overgebracht naar Bernburg, nabij Berlijn. In september 1944 kwam hij terecht bij het Dora-Mittelbau-complex in de omgeving van Nordhausen in de Duitse Harz. Hier vandaan schreef Gerrit ook zijn laatste briefkaarten en brieven naar zijn familie in Utrecht. Daaruit blijkt dat hij al op de hoogte was dat de Amerikanen Maastricht al hadden ingenomen en sprak de wens uit ‘springlevend mijn familie met Kerstmis weer te ontmoeten’.
Gerrit schreef hier vandaan ook verschillende briefkaarten en brieven naar zijn zus in Utrecht.

Gerrit  (links) met zijn kameraden in Nordhausen
 
Uit het dagboek van zijn barakgenoot Lukas Dragt valt deze enerverende periode in Norhausen nog goed te reconstrueren.
 
“Tot het einde van januari 1945 was het eten nog tamelijk goed en kregen we zelfs ‘s zondags nog pudding toe, maar toen begon het zoetjes aan minder te worden en kregen we met recht warm water met een enkele koolraap erdoor te eten, terwijl het rantsoen brood ook nog minder werd. We scharrelden op allerlei manieren er nog wat bij. Men kon sigaretten ruilen voor brood en bij de boeren in de omtrek kon men zo nu en dan wat aardappelen krijgen. We hebben weleens een paar dagen honger gehad, maar niet zoals in Nederland in de Hongerwinter het geval is geweest.
 
Tot 3 april 1945 hebben we op de fabriek gewerkt. Toen het 's middags tijd was om te vertrekken, mocht niemand de fabriek uit, omdat er luchtalarm was. Even later vertelde men dat er in Nordhausen bommen waren gevallen en dat de spoorlijn kapot was. Nadat om zes uur het sein veilig werd gegeven, zijn we met ons allen naar onze kazerne in Nordhausen gelopen. Het regende dat het goot en we waren dan ook kletsnat toen we daar aankwamen. Er waren bijons verblijf ook bommen in de buurt gevallen en alle ruiten waren eruit en geen deur kon meer dicht.
 
Toen we ons avondeten, een liter dunne koolsoep, op hadden, werd er gefloten dat de bergingsploeg moest aantreden. Deze bestond uit dertig man, met ons erbij. We moesten naar een huis in het door bommen getroffen centrum, vlakbij de Jacobikerk. Daar was een bom op de stoep gevallen en door de geweldige druk was de keldervloer vrijwel tegen de beganegrondvloer aangedrukt. Hiertussen zaten nog mensen bekneld. Wegens luchtalarm moesten we ‘s nachts nog een paar keer het werk onderbreken, maar we hebben daar van 's avonds 9 tot 's morgens 7 uur gewerkt. Vijf doden werden geborgen en één vrouw werd nog levend uitgegraven. Zij had de hele nacht gejammerd en men kan zich voorstellen wat een angsten zij heeft doorstaan.
Om zeven uur werden we door een andere ploeg afgelost en we dachten dat we konden gaan slapen, maar de kampleiding besliste anders. Ons onderkomen was onbewoonbaar geworden en alles moest ingepakt worden voor vertrek naar het nabijgelegen Halberstadt.
 
Toen wij druk aan het koffers pakken waren, werd er ineens "Brood halen!" geroepen. Tegelijkertijd klonk er weer luchtalarm en wij stopten gauw het brood in de tas en maakten ons zo snel mogelijk uit de voeten. We waren net aan de rand van de stad of daar zagen we de eerste Engelse vliegtuigen al. Het voorste vliegtuig liet honderden rode lichtkogels vallen en dat bleek het sein voor de aanval, want toen barstte de hel los en we hopen dat we dit nooit weer hoeven mee te maken.
We lieten ons plat in een greppel in het bouwland vallen en vervolgens vielen de bommen een half uur lang achter elkaar in de stad. Soms werden we helemaal van de grond opgelicht en met kluiten modder overdekt. Onder het bombardement kon men ook niet opkijken met het oog op de scherven, maar toen het voorbij was, zag men de stad rondom gehuld in zwarte rookwolken en was er weinig meer dan een ruïne van overgebleven. Overal in de straten grote bomtrechters en puin en balken.
 
Onze kazerne bleek ook totaal vernield. Op onze kamer was alles door elkaar gegooid en het plafond van gewapend beton hing nog met enkele staven halverwege de vloer. Onze slaapplaats stond vlak tegen het raam en daardoorheen konden we nog precies onze koffers pakken, zodat we toch nog goed af waren. We hadden tenminste onze kleren nog kunnen redden.
 
Daarna kregen verschillende jongens de opdracht een wagen vol te laden met brood e.d. dat in een kelder lag opgeslagen. Plotseling ontplofte een blindganger in het andere einde van de kelder, waardoor verschillende jongens brandwonden in het gezicht kregen en van sommigen was het haar van het hoofd gebrand. Helaas lieten onze maten Gerrit van Nunen uit Culemborg, Waterman uit Amsterdam en Tom Westerdaal uit Utrecht daarbij direct het leven. Ook waren er een zestal met zware verwondingen die in Bielen, een dorpje 5 km van Nordhausen, moesten achterblijven.”

 
Begin april 1945 is het Amerikaanse leger zover opgerukt, dat de Duitsers op 4 en 5 april besluiten alle kampen rond het Dora Mittelbau complex te evacueren. Uit de grote kampen worden 40.000 gevangenen per trein weggevoerd naar Bergen-Belsen, Sachsenhausen en Ravensbrück. Uit de kleinere kampen worden de zogenaamde 'Dodenmarsen' per voet ingezet. Velen zullen deze zware onderneming niet overleven door de uitputting en het koelbloedig doodschieten door de SS-bewaking. Bij één zo’n dodenmars zijn bij het dorp Gardelegen, duizend gevangenen in een schuur gedreven, waarna die in brand is gestoken.
 
De getraumatiseerde overlevende collega’s van Gerrit ontspringen de dans, want hun kamp ligt in Nordhausen, dat op 3 en 4 april door Engelse luchtaanvallen voor driekwart is weggevaagd en waarbij 8800 inwoners zijn omgekomen. Op 11 april 1945 treffen Amerikaanse militairen in de omgeving en in de gebouwen van het kamp de lijken aan van 1278 omgekomen dwangarbeiders.

 
Een Nederlandse overlevende van dit kamp vertelde na de oorlog: “De verrijking van mijn leven zit in het feit dat ik gedwongen ben geweest af te dalen in de diepte van de mens. Daar waar het kwaad zit. Dat heb ik gezien en daar moet je waakzaam voor zijn. Zijn overlevingsadvies was: “Niet opvallen en in godsnaam, niet stoer doen.”

Gerrit ligt begraven op het  Ehrenfriedhof te Nordhausen en staat vermeld in gedenkboek 37.

Zie de volgende documentaire uit Andere Tijden over kamp Dora.


Bidprentje, met het incorrecte geboortejaar


De familie van bovenstaande personen kreeg net na de bevrijding van de Nederlandse katholieke Arbeidersbeweging een oorkonde ter herinnering aan hun dierbare.

Met dank aan: Roelie Loois (dochter van Lukas Dragt)
 
Zoeken op deze website
Copyright 2017. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu