Herinneringen inwoners over WOII - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Herinneringen inwoners over WOII

Gemeente Culemborg
Mij raakten die dwang, die druk en die angst heel diep
Joop Johannes Martinus van Beuzekom 
Roepnaam: Joop
Geboortedatum: 3 februari 1926
Geboorteplaats: Culemborg
 
Culemborg was voor de oorlog een sterk verzuilde samenleving. Je had de tegenstelling tussen katholieken en niet-katholieken. Daarnaast was er de scheidslijn tussen werkenden en werklozen. Er waren nogal wat werklozen in die jaren. De sigarenmakerij, lang een belangrijke bron van werkgelegenheid voor de stad, was volledig ingestort. Mijn vader was ook werkloos geworden. Hij kreeg bovendien een hartafwijking waardoor hij volledig afgekeurd werd. Het viel niet mee om tot de uitkeringstrekkers te behoren in die jaren. Tweemaal per dag een stempel halen om te voorkomen dat je ergens illegaal aan het werk ging. Je karige uitkering ophalen en bij een soort voedselbank nog wat levensmiddelen in ontvangst nemen ... het had iets vernederends. Het positieve bij alle ellende die over ons zou komen, was dat vanaf de allereerste oorlogsdag die hardnekkige verzuiling doorbroken werd. Ineens spraken we met elkaar en voelden we ons solidair met elkaar.
Toen ik in 1940 mijn MULO-examen had gedaan, ik was amper vijftien, ben ik de week daarop direct aan het werk gegaan bij Stalenmeubelfabriek Gispen. Ik verdiende een tientje in de maand en dat was in het huishouden van mijn ouders zeer welkom! De zorg en het verantwoordelijkheidsgevoel voor mijn ouders hebben mij ervan weerhouden, actief bij de illegaliteit betrokken te raken. Bovendien, je kon nergens heen. In en om Culemborg had je nauwelijks mogelijkheden om te vluchten of je te verschuilen. Wel luisterden we clandestien naar de Engelse zender.
Ik ben iemand die de dingen intens beleeft, dat was als jongen al zo. Elke nacht stond het afweergeschut te blaffen, de Joodse medeburg­ers verdwenen zomaar uit ons midden. Er waren twee Nederlandse handlangers van de Duitse politie, Van Laar en Smeets, die doelgericht jacht maakten op mannen voor de Arbeitseinsatz of om naar Kamp Vught of Kamp Amersfoort te laten overbrengen. Mij raakten die dwang, die druk en die angst heel diep.
Zelf ben ik redelijk uit de wind gebleven. Veel collega's bij Gispen moesten onder dwang in Duitsland werken, maar ik was lange tijd te jong. Gispen heeft alle oorlogsjaren door kun­nen draaien. Er was nog voor 1940 een grote order van de firma Mauser binnengekomen. We moesten metalen kasten maken voor het Duitse leger. Van die order kwam niets terecht, maar we hadden wel heel veel plaatstaal liggen. Daar zijn we minikacheltjes van gaan maken, waarin je kleine stukjes hout kon stoken en waarop je kon koken. In de hele Betuwe kon je die nood­kacheltjes aantreffen! Van een andere order was veel aluminium overgebleven. Daar maakten we pannen van. Ook die waren heel welkom, in de winkels was niets meer te koop!
De intense vreugde die ik voelde bij de bevrijding heb ik in mijn leven nooit meer zo gekend, al heb ik nog heel wat mooie en blije gebeurtenissen mogen meemaken! Ik zou aan alle mensen van nu willen zeggen: er is in een oorlog veel meer leed dan je op het journaal te zien of in de krant te lezen krijgt!


Ik stond op de lijst voor Buchenwald
Lambertus van der Straten
Roepnaam: Bart
Geboortedatum: 13-7-1925
Geboorteplaats: Culemborg

In 1942 voltooide ik mijn MULO aan de Postmaschool. Het was zaak snel werk te vinden, want als 17-jarige kon ik voor de Arbeitseinsatz opgepakt worden. De zus van een schoolkameraad werkte bij de distributie. Zij wist een baan voor me te regelen: 'reizend ambtenaar'. Ik trok met een collega naar de dorpen rond Culem­borg, van Beusichem tot Acquoy, om daar distributie­bonnen te bezorgen. Op de fiets.
Het was dankbaar werk. Waaraan op een kwade dag in 1945 een abrupt einde kwam. Met mijn collega, een Rotterdammer, fietste ik op een dag terug uit Buren toen we onderweg een handschoen zagen liggen. Mijn maat raapte hem op. Even later passeerden we een soldaat, een Hollandse SS'er, met één handschoen. We gaven hem zijn verloren handschoen terug en er 
ontspon zich een gesprek. Toen hij hoorde dat mijn col­lega uit Rotterdam kwam, vertelde de man dat hij daar familie had. Of mijn maat een brief wilde meenemen. Deze stemde toe, waarop de man in een huis verdween om die brief te halen. Op zeker moment kwamen er uit dat huis twee andere SS'ers quasi-nonchalant onze kant uitlopen. Voor we het wisten, stonden ze achter ons en commandeerden: `meekomen!' Mijn collega sputterde tegen en werd meteen tegen de grond geslagen. Eenmaal in dat huis begonnen vijf man op ons in te slaan. De commandant beet ons toe: 'Zie je die akker daarbuiten? En zie je dit wapen? Over 5 minuten worden jullie doodgeschoten!' Gek genoeg deed me dat toen helemaal niets, ik was volledig murw geslagen.
Het is zover niet gekomen. We werden in looppas naar het politiebureau in Buren gejaagd. Daar zijn we opnieuw in elkaar geslagen en in de cel gegooid. De volgende morgen moesten we een verklaring tekenen. Ik kende aardig wat schoolduits. Er stond dat we die soldaat van die brief had­den aangezet tot Fahnenflucht, tot desertie dus. Ik zei: 'Dat teken ik niet, daar is niets van waar!' Waarop die Duitse officier zijn la opentrekt en een revolver tegen mijn hoofd zet: `Tekenen zul je!'
We zijn vervolgens via Wijk naar Utrecht overgebracht, alles lopend. Op de Maliebaan werden we bij de Sicherheitsdienst afgeleverd, vandaar naar de gevangenis aan het Wolvenplein. Ik was sterk en sportief en kon het daarom allemaal goed dragen. Maar heb gezien hoe oudere gevangenen getreiterd werden door sommige bewakers, allemaal SS'ers.
Hoe ze bijvoorbeeld met hun toiletemmer de trap af moesten om die te legen. En hoe zo'n vent dan in de weg ging staan, met als gevolg dat zo'n oudere man een traptrede miste en met zijn strontemmer ten val kwam. Maar er waren ook heel goede mensen onder die bewakers!
Na drie weken kreeg ik-bericht dat ik naar huis mocht. Toen ik het ontslagbewijs aan de officier liet zien, in de hoop dat ik mijn fiets en mijn tas terug zou krijgen, zei hij: `Je hebt geluk, want je stond op de lijst voor Buchenwald.'
Ik heb geen gemakkelijke jeugd gehad. Nog altijd kan ik geen boterham weggooien, zelfs al heb ik geen echte honger gekend. Ik kan me vreselijk opwinden als ik in de sloot klaargemaakte boterhammen in een plastic zakje zie drijven. Die onverschilligheid, dat raakt me diep.

Bron: Vrij vertaald, 70 jaar bevrijding, Verhalen van ouderen uit gemeente Culemborg

 
Zoeken op deze website
Copyright 2017. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu