Dhr. H.A. van Drunen - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Dhr. H.A. van Drunen

Gemeente West Betuwe > Crossers bij Heesselt verdronken jan. 1945
Achternaam: Drunen
Tussenvoegsels: van
Voornamen: Hendrikus Adriaan
Voorletters: H A
Beroep: stoker op de steenfabriek in Hurwenen

Geboorteplaats: Hurwenen
Geboortedatum:
20-08-1904
Overlijdensplaats: Heesselt/ Hurwenen
Overlijdensdatum: 07-01-1945
Begraafplaats: Lichaam is nooit gevonden


Fam. Van Drunen in jaren twintig. Midden bovenaan Drikus.(Bron: A. Kerkhoff)

Zijn ouders waren Johannis van Drunen (1864-1933) en Gerritje van Zuilekom (1876-1949). Ze kregen samen twaalf kinderen:
  • Hendrika Jacoba (1897-1973)
  • Arie (1898-1975)
  • Jacoba Cornelia (1900-1993), getrouwd met Van den Oever
  • Cornelia (1902-1904)
  • Hendrikus "Drikus" Adriaan (1904-1945)
  • Cornelis (*1906)
  • Elisabeth (*1908)
  • Gerrit (1911-1990)
  • Johannes (*1913)
  • Gerritje (1915-1966), getrouwd met Van Ballegooijen
  • Alida Wouterina (*1916-2000)
  • Dirk (1920-1977)

Drikus (Bron: A. Kerkhoff)

Op 3 mei 1928 trouwde Drikus in Hurwenen met Johanna van Santen (1905-1982) en ze kregen samen de volgende kinderen:
  • Gerritje (*1930), getrouwd met Henk Jansen
  • Johannes (1934-1997), getrouwd met Elisabeth Adriana van de Wetering
  • Hendrikus Jan (*1939), getrouwd met A. van Hemert
  • Anna Frederica (*1943), getrouwd met Adriaan Kerkhoff (1943-1982)

Drikus vervoerde in opdracht van het verzet in Zaltbommel en/ of  Dr. De Jong uit Rossum burgers over de Waal, of koeriers en personen die naar het bevrijde zuiden wilden. Hij smokkelde ook koosjer vlees voor de joodse familie Hes uit Zaltbommel en ruilde met schippers op de Waal geslachte konijnen (waren katten...) voor steenkool.
In de kelder onder zijn huis bij De Steeg in Hurwenen, waar normaal zalm werd bewaard, zaten in de oorlog regelmatig tijdelijk 'crossers'. In een holle boom die vlakbij zijn huis stond, heeft zelfs een crosser enkele uren gebivakkeerd.

Johanna van Santen, de vrouw van schipper Drikus van Drunen vertelde: “In de avond van 7 januari 1945 zou mijn man twaalf personen vanuit Hurwenen naar het reeds door de Engelsen bevrijd Heerewaarden brengen. Daartoe moest hij die personen met zijn roeiboot eerst over de rivier de Waal brengen naar het aan de overzijde van de rivier gelegen Heesselt. Vandaaruit zouden die personen tot aan Varik over de Uiterwaarden lopen. Mijn man zou dat gedeelte alleen met de boot afleggen en wel omdat het makkelijker was met een ledige dan met een afgeladen boot tegen de stroom op te roeien. Van Varik uit zou mijn man die personen dan over de rivier brengen naar het aan de andere zijde van de rivier gelegen Heerewaarden. De bedoeling was, dat mijn man ongeveer een week in het door de Engelsen bezette gebied zou blijven, omdat bij die personen twee koeriers waren. Die zouden dan weer met hem terugvaren, nadat zij hun opdrachten hadden volbracht, en indien zij eventueel nieuwe opdrachten zouden hebben ontvangen.”

Voerman Drikus verdronk met vijf van zijn passagiers op 7 januari 1945 en zijn lichaam is nooit gevonden.
Zijn vrouw Johanna bleef met vier kinderen berooid achter. Dr. De Jong uit Rossum heeft haar vijf jaar financieel ondersteund, omdat ze geen uitkering kreeg doordat het stoffelijk overschot van haar man nooit gevonden is. Nauwelijks bekomen van de schok van het verlies van Drikus, moest het gezin op 28 januari ook nog verplicht evacueren. Lopend van Hurwenen via de Culemborgse spoorbrug naar Houten en dan met veewagens via het spoor naar Friesland. Daar werden ze bij de familie Bakker in Bozem tot 13 juni 1945 ondergebracht. Toen ze terugkeerden in Hurwenen was ondertussen hun hele huis leeggehaald.

Volgens het politierapport was zijn signalement als volgt: Lang 1.85 mt., glad donkerbruin haar, blauwgrijze ogen, gebogen neus, normale mond, gaaf gebit waaruit enkele kiezen ontbreken. Litteken op de rug in de vorm van een H. Op linkerhand een stukje gezet uit de rug.

Drikus was ten tijde van zijn vertrek als volgt gekleed:
Schapenwollen hemd met korte onderbroek, donker gestreept overhemd waarover zwartwollen trui met grijze randen en ritssluiting op ieder borstzakje en ritssluiting aan de voorkant, waarom heen een brede koppelriem, zwart met grijs, daarover een bruinleren jas met ceintuur, grijze sportkousen met rood in de rand. Had sokken aan waarvan de zool was gebreid van getaand touw. Had rubber knielaarzen aan met rode randen aan de zool. Hij droeg bij zich een zwart papieren portefeuille waar in o.a. foto’s van zijn kinderen en van zijn zuster. Inhoud ongeveer 250 gulden. Hij had om zijn pols een horloge met verchroomde rekband.

Johanna van Drunen-van Santen: "Ik vermoed dat mijn man op het ogenblik dat hij verdronk ongeveer twee honderd en vijftig gulden bij zich droeg. Voordat hij vertrok heeft hij het meerdere geld dat hij bij zich droeg aan mij afgegeven, daarbij tot mij zeggende "Ik zal dit geld maar thuislaten, want het zou misschien wel kunnen zijn dat je het harder nodig hebt als ik." Andere waardepapieren of goederen van waarde had hij niet bij zich."

Naar aanleiding van de geruchten die maandenlang na de ramp de ronde hebben gedaan omtrent een heimelijke begraving van Piet Bakker en Drikus van Drunen bij Heesselt of Opijnen, is door Opperwachtmeester Kokkelink een uitgebreid onderzoek ingesteld naar de waarheid van deze geruchten. Bewijzen daarvoor konden echter niet overlegd worden.

Met dank aan A. Kerkhoff en D. Dekker
Terug naar de inhoud