Dhr. T. Kruissen - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Dhr. T. Kruissen

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Geldermalsen
RECTIFICATIE: Op donderdag 4 april 2013 publiceerde Richard van de Velde in Nieuwsblad Geldermalsen een artikel met de titel “Tragische oorlogsdood Geldermalsense jongemannen”.  Onder het kopje “Dolle Dinsdag” schrijft de auteur dat  de huishoudster van NSB-burgemeester Remmert, Teuntje van Zandwijk was uit Erichem. Naar nu blijkt, was dat haar 10 jaar oudere zus C. van Zandwijk (1924-2005). Om misverstanden te voorkomen wil de auteur dit graag rechtzetten en biedt hij oprechte excuses aan.
  
Achternaam: Kruissen
Voornamen: Teunis
Voorletters: T.
Beroep: Ovenbouwer
Geboorteplaats: Geldermalsen
Geboortedatum: 15-07-1900
Overlijdensplaats: Utrecht
Overlijdensdatum: 26-10-1944
Begraafplaats: Algemene begraafplaats Geldermalsen
Gemeente: Geldermalsen
Provincie: Gelderland
Vak:  
Nummer:         
De ouders van Teunis waren Willem Kruissen (*1867-?) en Teuntje van Soelen  (*1868-?) uit Erichem. Ze kregen drie kinderen: Aartje, Jacoba Hendrika en Teunis (*1900).


De Chamotte-Unie (Bron: Rar-Tiel)

Alle kinderen tezamen

Teunis was ovenbouwer bij de Chamotte-Unie in Geldermalsen. Hij trouwde op 15  juni 1938 in Geldermalsen met Anna Maria van Gelderen  (1900- 1951) en  woonde op de Burgemeester Verweijlaan in Geldermalsen. Ze hadden samen vijf kinderen:
  • T. A. (*03-03-1929), zoon van Anna Maria van Gelderen
  • Johannes "Joop" van Gelderen (1937-2007),  zoon van Anna Maria van  Gelderen
  • Willem  (1939-1940)
  • Willem (1942-2001)
  • J. (*1944)  
Moeder Anna Maria van Gelderen was een zuster van Anthonia en  Wilhelmina "Mien" van Gelderen, de moeders van resp.   Kees de Bruin en  Arend de  Gram. Des te tragischer is dat ook de vierde zus ,  Johanna van Gelderen, getrouwd met de uit Buurmalsen afkomstige  Mattheus van der Pol,   haar man verloor tijdens de Arbeitseinsatz in 1943 in Witten te Duitsland.

Op Dolle Dinsdag 5 september 1944 vluchtten veel Duitse soldaten en NSB'ers  uit Geldermalsen. Volgens diverse familieleden van het omgekomen trio en familie  van een bekend verzetsman uit Geldermalsen zou het volgende gebeurd zijn:  
"Anna, de vrouw van de NSB-burgemeester J.F. Remmert, zou tegen haar  huishoudster C. van Zandwijk gezegd hebben, dat ze de spullen  die zij niet met zich mee konden nemen, mocht hebben. Arend de Gram had  verkering met deze huishoudster. Hij vroeg of zijn neef Kees De Bruin en oom  Teunis Kruissen, die ook hulp kreeg van zijn oudste zoon T., hem met behulp  van een handkar wilden helpen om de spullen uit het huis te halen. Ook levende  have was niet veilig, want het geitje van de dochters van de burgemeester werd  ook meegenomen.
Na enkele dagen keerden de  burgemeester en de Duitse soldaten echter weer terug. De burgemeester bemerkte  dat zijn huis helemáál was leeggehaald en eiste alle huisraad weer van de  huishoudster terug. Ook de Feldgendarmerie bemoeide zich ermee, bedreigde o.a  Anna Maria van Gelderen  en sloeg haar tot bloedens toe  met een revolver in haar gezicht, dit onder toeziend oog van haar oudste zoon.
Burgemeester Remmert en de Feldgendarmerie spraken van plundering en al snel was  duidelijk wie hierbij betrokken waren. Kees de Bruin en Arend de Gram gaven zich  al spoedig aan. Teunis Kruissen dook echter onder bij familie in Erichem.
Bijna alle meubelstukken werden  teruggevonden, maar ondergoed, linnen en textiel waren in de tussentijd al van  hand tot hand gegaan en niet meer te traceren. Omdat Teunis zich nog niet bij de  politie had gemeld, werd de vrouw van Kees de Bruin  gegijzeld,  waarop Teunis zich tenslotte op 25 oktober 1944 ook bij de Feldgendarmerie  meldde. Het trio werd de volgende dag onder  begeleiding van de plaatselijke politieman Wildschut per auto naar Utrecht overgebracht.  Deze agent heeft ze bij een sanitaire stop bij de pont in Beusichem nog de raad  gegeven dat ze moesten vluchten. De mannen vertelden hem dat ze niets verkeerd  hadden gedaan en dat ze dat in Utrecht ook zouden verklaren."

Helaas is het zover nooit gekomen, want nog op diezelfde  26 oktober 1944 zijn  ze rond 17.00 uur in  de Deutsche Untersuchungs- und Strafgefängnis  Wolvenplein in Utrecht geëxecuteerd.  Hun overlijden is  aangegeven door rechercheur P.A. Loenen.  
Bron:  Teisterbander

Zie hier de overlijdensakte van Teunis.

De slachtoffers werden in Utrecht begraven.  In juli/augustus 1945 schakelde de familie van de slachtoffers dhr. Koenen en  zijn twee zonen Gradus en Dirk uit de volkswijk 't Rot in om de stoffelijke  overschotten met de platte wagen, bespannen met twee paarden naar Geldermalsen  te transporteren. Om uitsluitsel te geven dat het de juiste personen  betrof,  moesten zij de stoffelijke overschotten na tien maanden nog  identificeren. De herbegrafenis vond plaats op de Algemene begraafplaats te  Geldermalsen.



De vrouw  van Teunis kreeg tot overmaat van ramp in 1945 TBC en werd ruim zes jaar  verpleegd in een soort tent achter de Barbaraziekenhuis in Culemborg en overleed  tenslotte aan de gevolgen daarvan in januari 1952. De nog  jonge kinderen van Teunis verbleven eerst enkele jaren in een weeshuis in Apeldoorn en  werden rond 1948 liefderijk opgenomen in het gezin van "Mien" van Gelderen,  wiens enige zoon Arend ook was geëxecuteerd. De grafzerk van deze pleegouders  maakt hiervan nog melding.

Bron: RAR, Tiel  
 
Bron: "Echo's uit de oorlog" van J. Schelvis
 
In januari 1947 werd tegen oud-burgemeester Remmert van Geldermalsen een strafproces gevoerd. Zie uitgebreid verslag daarvan elders op deze website.

Met dank aan leden van het Stamboomvragenforum, met name Ludmilla van Santen
Terug naar de inhoud