Hr. C.J. de Bont - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Hr. C.J. de Bont

Gemeente Buren > Burgerslachtoffers: > Beusichem
Achternaam:           Bont
Tussenvoegsels:   de
Voornamen:            Cornelis Jacobus
Voorletters:             C.J.
Rang:                        Gep. Sld. ekl. Inf.
Mil. onderdeel:        KNIL.
Geboorteplaats:     Beusichem
Geboortedatum:    19-08-1879
Overlijdensplaats: Ambarawa, kamp 7
Overlijdensdatum: 25-09-1945
Categorieën:           Militair
Begraafplaats:        Nederlands ereveld Kalibanteng te Semarang
Gemeente Semarang
Land:                         Indonesesië
Vak:                           M-III
Nummer:                  78

De ouders van Kees waren Beusichemmer dagloner Henderik de  Bont en de uit Beesd afkomstige 'dienstmeid' Mechelina van Velen (1849-1886). Ze  trouwden in 1872 in Beesd en kregen samen zes  kinderen:
  • Michiel (1873-1873),
  • Geertruida (1874-1933),
  • Wilhelmina (1877-1931)
  • Cornelis  Jacobus (1879-1945),
  • Johanna (*1882)
  • Hendrikus Jacobus (1884-1885).
De moeder van Kees  overleed toen hij 7 jaar was. Vader is met zijn kinderen naar Culemborg verhuisd.  Ze woonden daar op de Zandstraat B98, Nieuwstraat B213 en tenslotte op de  Kloostersteeg B400.
Cornelis Jacobus de Bont  (zie foto hiernaast) vertrok op 28 augustus 1899 naar de Waalkazerne in  Nijmegen en trad in dienst van het KNIL. 17 juni  1914 ging hij over naar het 8e bataljon Infanterie. Hij bleef in dienst tot  zijn pensionering in november 1926. In het stamboek staat dat hij 1.70 mt. lang was.
Hij trouwde op 12 augustus 1914 te Malang met de inlandse Paulina Poninten  (1888-1961) uit Singosari.  Ze kregen samen vijf kinderen:
  • Carolina Hendrika  (1908-1994) Getrouwd met J.K.  "Klaas" Morianner. Laatst wonende te Velsen en begraven te Duinrust in Beverwijk.
  • Cornelis Johannes   
  • Cornelis "Kees" Hendrikus  (*1911)  Laatst wonende te Amsterdam-Oost
  • Hendrikus "Henk" Jacobus  (*1913)  Laatst wonende te  Amsterdam-West
  • Wilhelmus "Wim" Jacobus  (*1914-1990)  Laatst wonende te Bandoeng
  • Geertruida "Truitje" Wilhelmina  (*1917)  Laatst wonende te Zaandam, wed. van  H.J.A.  "Herman" Kloos (1915-1951)

Het gezin woonde voor de oorlog in Malang. Paulina Poninten verhuisde in januari  1958 naar Nederland.
Na de Japanse capitulatie vond Truitje haar doodzieke vader in kamp  Ambarawa, nabij Semarang. Kort daarna, op 25 september 1945, overleed Cornelis  aan de gevolgen van Beri-Beri.

Op 7 december 1941 bombardeerden de  Japanners Pearl Harbor. 's  Morgens om half zeven  hield de gouverneur-generaal een toespraak op de  radio waarin het dit vertelde. Dit had tot gevolg dat behalve de U.S.A. en Engeland ook Nederland en dus ook  Nederlands-Indië in oorlog waren met Japan.  In Azië waren het  de Japanners, die vanaf januari 1942 hun aanval richtten op Nederlands- Indië.  De verdediging van Indië steunde vooral op de Koninklijke Marine en het  Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Het KNIL beschikte over 68.000  grotendeels inheemse militairen; de hulpformaties bestonden uit 53.000 man.
Na de verloren zeeslag op de Javazee op 27-28 februari 1942 moesten de   strijdkrachten op 8 maart capituleren
  en moesten alle militairen in de kazerne afwachten wat de Japanners   zouden beslissen. Twee dagen later moesten zij  hun geweren   inleveren en mochten ze de kazerne niet meer  uit. Zij waren krijgsgevangenen. De Japanners hadden hiervoor geen begrip. Zij vonden  het heel vreemd, soldaten werden geacht   zich dood te vechten, overgeven hoorde niet. De Nederlandse soldaten werden dus met de   grootste minachting door ze behandeld. Er was een Conventie van Genève   over de behandeling van krijgsgevangenen, maar die had Japan nooit   ondertekend. Op de dag van de capitulatie verschenen de Javanen in   feeststemming in hun beste kleren   op straat. De Japanners hadden als leus: "Azië voor de   Aziaten".
De eerste drie maanden gevangenschap verbleven de  militairen in hun eigen kazerne. Het regime was in het begin niet erg streng. 's   Middags mochten  vrouwen en kinderen van de   gevangenen hen bezoeken. Je mocht ook brieven  meegeven. Al snel werden  de bezoekuren korter en minder frequent en na ongeveer een maand werden ze  helemaal afgeschaft. Brieven versturen werd toen   veel lastiger. Het kon alleen nog maar via het corvee dat dagelijks de   stad in moest om voorraad voor de keuken te halen. Brieven   versturen was verboden en  als er iemand betrapt werd, volgde er  een afranseling.  
Kort na de Nederlandse capitulatie, begon in maart 1942 de gevangenneming  cq internering van Nederlandse mannen en oudere jongens. Kort daarna waren de vrouwen en meisjes aan de beurt.

 
Kenner bij uitstek Henk Beekhuis vermeldt het   volgende op zijn website   www.japanseburgerkampen.nl over het kamp waar Kees om het leven is   gekomen:

Ambarawa 7 Midden-Java
Andere benaming: Bunsho III Kamp 7 (Japanse administratie)
Ligging: Ambarawa lag   ongeveer 45 km ten zuiden van Semarang. Dit kamp bestond uit   barakken van het (afgekeurde) kampement in Ambarawa, direct ten   noord-westen van Fort Willem I.
Kampcommandanten: Sakai (van 06.44 tot 10.44), Suzuki (van 11.44 tot 01.45), Yamada (van 02.45   tot 08.45)
Nederlandse kampleiding: Mannenkamp: Hr Kok, Hr Terhenne

Ligging: Ambarawa ligt in Midden-Java, ten zuiden van  Semarang. Het Militair Hospitaal stond in het zuiden van de stad.

 
In de periode 22 december 1942 - januari 1945 was dit een  burgerkamp
Geïnterneerden:
oude mannen;  vrouwen en kinderen
Aantal geïnterneerden: 1.225
Aantal doden: 12
Informatie: In het afgekeurde Militair Hospitaal van  Ambarawa werden onder het Nederlands-Indisch gouvernement twee keer mensen geïnterneerd:  in 1940 Duitsers en (vermeende) NSB'ers, in december 1941 Japanners uit de  Vorstenlanden. Tijdens de Japanse bezetting werd het ziekenhuis interneringskamp voor vrouwen,  kinderen en oude mannen, vanaf december 1942. Begin januari 1945 werden de vrouwen en  kinderen uit het ziekenhuis overgebracht naar andere kampen, oude mannen en jongens van 10  jaar en ouder bleven in het kamp achter.
Commandant: Sakai Sadao; Suzuki Susumu; Yamada
Hoofdbewakers: Yamamoto Eiji; Urata Toshitaro; Yamada;  Nagamatsu; Kanemura; Kanno;
Aomatsu; Yamamoto Toshio
Bewaking: inheems politiepersoneel; heiho's
Kampleiding: mw. A.C. (Annie) Scharrenberg-Franzen
Literatuur: Lenderink

In de periode 23 augustus 1945 - 10 december 1945 was dit een opvangkamp
Geïnterneerden:
jongens; oude  mannen
Aantal geïnterneerden: 2.500
Informatie: Ten tijde van de Japanse capitulatie verbleven  in het afgekeurde Militair Hospitaal ongeveer 2.500 jongens van 10 jaar en ouder en oude mannen.  Vanaf 24 augustus 1945 voegden jongens uit het kamp zich bij hun moeders in de kampen  Banjoebiroe 12, Ambarawa 6 en Banjoebiroe 11. In de tweede helft van september werden  zieken uit het kamp overgebracht naar het Militair Hospitaal in Magelang. In oktober  werd een groep van 86 jongens en mannen ontvoerd door een groep pemoeda's die het kamp  binnenviel. Zij werden opgesloten in Fort Willem I, elders in Ambarawa. Op 21 november  sloegen de Britse en Japanse troepen die het kamp beschermden, een aanval van  TKR-militairen af. 's Nachts lag het kamp onder vuur door mortieraanvallen vanuit omliggende  heuvels. In de tweede week van december werd het kamp door Britse troepen ontruimd, het gebouw  werd vervolgens platgebrand.
Commandant: Yamada
Terug naar de inhoud