Dhr. J. de Kock uit Hellouw - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Dhr. J. de Kock uit Hellouw

Gemeente West Betuwe > Gesn. Indiëgangers
Achternaam: Kock
Tussenvoegsels: de
Voornamen: Johannes
Voorletters:
Militair onderdeel: Koninklijke landmacht
Rang: Soldaat 3-3-II R.I. W Brigade
Geboorteplaats: Hellouw
Geboortedatum: 09-12-1925
Overlijdensplaats:
Bandjernegara
Overlijdensdatum: 19-12-1948
Begraafplaats: Nederlands ereveld Pandu
Gemeente: Bandung
Provincie:
Land: Indonesië
Vak: V
Rij: 1
Nummer: 207
v.l.n.r. achteraan: Johannis (echtgen. Neeltje), Klaas, Gerrit. vooraan: Wout (echtgen. Engeltje), Engeltje met ? en Neeltje

De ouders van Johan waren Klaas de Kock (*1892) en Johanna (Jantje) de Jong (1894-1930). Zij trouwden in 1914 in Haaften en kregen samen de volgende kinderen:
  • Neeltje Cornelia (1914-1989), trouwde op 4 januari 1945 met Johannis van der Meijden (1909-1998)
  • Engeltje (*1916), trouwde met Wout
  • Gerrit (1921-2002) trouwde met Gijsbertha van Geutselaar
  • Johannes (1925- 1948)
 

Links Lena van Wijk, de vriendin van Johannes, daarnaast zijn oom Gerrit en zus Engeltje

Johan doorliep met goed gevolg de Lagere School in Hellouw en kreeg daarvoor in april 1939 ook een getuigschrift. Daarna werkte hij als boerenknecht bij zijn vader op de boerderij.



Begin juni 1946 kreeg Johannis een oproep om zijn dienstplicht te vervullen. Hij moest zich op 1 juli melden op de Ernst Casimir Kazerne in Roermond voor een korte opleiding van 3 maanden.

Kota Baroe
Johan de Kock

De bataljons 11 R.I en 7 R.I, resp. onder leiding van Com. lt.-Kolonel  W. Eeuwe en J. M. Koelman, gingen met in totaal 1500  man op 15 oktober 1946 in Rotterdam aan boord van de Kota Baroe, met gezagvoerder J.D. Dibben, voor hun reis naar het onbekende Indië.
Op 8 november 1946 overschreden ze de evenaar en kregen daarvan een getuigschrift.


Uit de scheepskrant Kota Baroe van 16 oktober 1946:

Scheepsofficieren of Etat-Major
De Kapitein of Gezagvoerder is de hoogste autoriteit op het schip en is verantwoordelijk voor alles wat er op zijn schip gebeurt. Zijn functie omhelst o.a.:
1e.  Vertegenwoordiger der My. in casu N.V. Rotterdamsche Loyd (Dir. Ruys & Zn.), eveneens representeert hij de Regering. Gijn zeebrief omvat het verzoek bij de verschillende naties ontvangen te worden in naam van Hare Majesteit de Koningin.
2e. Ambtenaar van den Burgelijken Stand, wat betreft sterfgevallen geboortes. Hij mag evenwel geen huwelijken sluiten.
3e. Notaris, wat o.a. betreft opmaken van testamenten.
4e. Hij is de hoogste rechter aan boord over alle opvarenden. In dit geval staat hij als rechter ook boven den hoogsten militairen commandant.
De 1ste stuurman is belast met de belading van hot schip. Bij grote Maatschappijen is het gebruikelijk, dat er nog een vierde stuurman aan boord is. Deze loopt dan wacht met den 1e Officier, waardoor deze de gelegenheid is de algemene scheespswerkzaamheden na te lopen gedurende de vaart en verder met alles wat hiermede in verband staat, navigatie enz.

De verdeling van het schip is als volgt
De 2e stuurman is verantwoordelijk voor het achterschip (ruim 3 en 4) wat betreft laden en lossen. Hij heeft tevens de zorg over alk nautische instrumenten (kompassen, kijkers, tijdmeters, klokken, looden, vuurwapenen, vuurwerk etc.) terwijl hij tevens belast is met de zorg over alle aan boord aanwezige zeekaarten, atlassen, boekwerken reglementen en het corrigeren van deze, wanneer veranderingen van blijvenden of tijdelijken aard dit nodig maken.
De 3e stuurman voor ruim 2 (het zgn. grootruim)zoo genoemd omdat dit het grootste ruim is en zich onder de brug voortzet )gedurende de reis worden door hem meteorologische waarnemingen verricht en dit in een speciaal journaal vermeldt zoo als barometerstanden, windrichtingen en kracht, temperaturen van buitenlucht en zeewater, wolkenvormingen, in het algemeen de toestand der atmosfeer, bijzonderheden dienaangaande. Iedere vier uren, dus op het einde van iedere wacht worden deze waarnemingen in het kladjournaal ingeschreven. Later wordt dit in het zgn. netjournaal gecorrigeerd ingeschreven met vermelding ven. tijd en plaats. Uit de plaatsbepalingen van ware bestekken en gegiste plaats worden de stroomen berekend.
Deze journalen worden aan het einde van iedere reis opgezonden aan het meteorologisch Instituut, waar ze wederom worden omgewerkt Al deze waardevolle gegevens worden in atlassen, boekwerken en tabellen verwerkt waarbij dus uiteindelijk de eigen waarnemingen weer als leidraad dienen voor een zoo gunstig mogelijke overtocht.
De 4e stuurman is voor ruim l (het zgn. vetruim, het koudste ruim in het schip), waar vet, boter en oliën als lading worden geborgen omdat dit het verst verwijderd is van ketels, machinerieën enz. Verder is hij de administratieve kracht van den 1e Officier.

Militaire Staf:
C.O.T. (Commanderend Officier der Troepen)   Lt.Kolonel D.Blanksma
Opv.C.O.T.                                                             Kapitein K.M .Pol.
Lt.Adjudant.                                                          1e Lt. P.G.Willems.
O.Off.Toegevoegd                                                S.M.I. D.J.J.Kroon.
Administrateur                                                      Opp. Wachtm. P. Tekens
Fourier                                                                   Wachtm. J.A.H Hover.
Schrijver                                                                Korpl. T. de Geus.
Hulpschrijver                                                        Sold. F.Westerduin
Filmoperateur.                                                      Sold. Galjaard.
Chef Med.Dienst                                                   O.v.Gez.2e kl. Wolffenspernger.
Apotheker                                                             Mil.ip.2e kl. van Spengen.
Tandarts                                                                Mil.Tandarts 2e kl. Lonkhof.
Tandarts Ass.                                                       Korpl. Spaan.
Veldprediker                                                         Kapitein Wassink
Aalmoezenier                                                       Kapitein Vroonhoven.
Aalmoezenier                                                       Kapitein Pieters.


Augustus 1947 in Slawi op Java. Jan zit op zijn hurken in het midden op de tweede rij (Bron A van der Meijden)

Voor hun kamer in Bandjaran op Java, januari 1948 (Bron E. Ewalds)
v.l.n.r. Johan de Kock, Jos jansen, Flip van Zuilen uit Valkenswaard, Koos Tegelaar, Henk Hilhorst, Cor Verstraeten. Voor zittend  Piet van de Heuvel uit Tegelen, "Pietje" en Joep Wolf uit Chevremont.


(Bron A van der Meijden)
Johan schreef vaak brieven naar huis. Ook hield hij van het schrijven van gedichten en liedjes in een apart schriftje.

Deze dolk stuurde Johan ook naar huis. (Bron A van der Meijden)

Het bataljon 3-3-II Regiment Infanterie van de W-Brigade was gevormd uit dienstplichtigen van de lichting 1945 en was een van de zes Bewakingsbataljons "7 December" die, ondanks de korte opleiding en lichte bewapening, werden ingezet als een reguliere infanterie-eenheid. Na aankomst te Makassar werd het bataljon belast met bewakingsdiensten en konvooibeveiliging naar o.a. Pare Pare en Bonthain. In januari 1947 werd de 1e compagnie in verband met onlusten op Borneo, overgebracht naar Sanga Sanga. Binnen twee weken vertrokken er nog twee compagnieën naar Borneo die te Balikpapan en Tarakan gelegerd werden.
  
Tijdens de 1e politionele actie werden de compagnieën van Makassar overgebracht naar Java en namen op 6 augustus, versterkt met twee compagnieën KNIL, de bezetting van het gebied Tegal, Brebes over van Inf.I.KNIL (W-brigade). Vanaf 19 augustus stond het bataljon onder bevel van het Commando Tegal. In de sector Tegal bleek het berggebied van de Slamet een voortdurende bron van zorg, met name het beveiligen en openhouden van de verbindingen in het zuiden met de V-Brigade. Maar geleidelijk werd de situatie beter en brak er begin 1948 een periode van rust aan. Op 8 mei werd het Commando Tegal opgeheven en kwam het bataljon weer onder bevel van de W-Brigade. In juni werden de drie "Borneo compagnieën" overgebracht naar Java en was het bataljon weer compleet. Na juli namen de aanvallen op posten, patrouilles en treinen toe. Ook waren er grote groepen TNI in het zuiden in het grensgebied met de V-Brigade die voortdurend infiltreerden. Om de infiltraties tegen te gaan werd de gevechtsgroep "Bernhardi" geformeerd die in oktober weer kon worden opgeheven. In december werd het bataljon verplaatst naar Poerwokerto.
 

Tijdens de 2e politionele actie, op 19 december 1948, trok het bataljon, ingedeeld in de Noordcolonne van de W-Brigade, vanuit Poerwaredja op naar Bandjarnegara. Tijdens de opmars stuitte het bataljon op zeer hevige tegenstand van onderdelen van de Siliwangi Divisie (TNI), die naar het westen wilden uitbreken. Op die dag raakte Johan vermist tijdens een militaire actie. Vier dagen later werd zijn stoffelijk overschot gevomden. Op die dag overleden van de 3-11RI 3e Compagnie ook soldaat W.A. Theunissen, soldaat J.J. "Koos" Tegelaar en wachtmeester O. Ponssen in Demuruh, nabij Bandjanegara.

Eerste graf van Johan                                                           Saluut van collega bij graf van Johan
(Bron A van der Meijden)

De volgende ochtend zette het bataljon met steun van de luchtmacht de aanval weer in. De TNI, die niet op een confrontatie uit was, bleek grotendeels te zijn verdwenen. Nadat Bandjarnegara was bezet ging de opmars verder en werd ook Wonosobo bereikt. Na de 2e politionele actie brak er voor het bataljon, gelegerd rond Bandjarnegara en Wonosobo, een zeer zware tijd aan die bestond uit patrouilleren zuiveren en beveiligen en openhouden van de konvooiwegen. Na juni 1949 werd het bataljon gelegerd in de sector Poerwokerto Keboemen.
Bron: Regiment Limburgse Jagers Gedenkboek 3-II R.I. en www.indie-1945-1950.nl

 
Afscheidsgroet  en kranslegging van mannen van 3-11 op Ereveld te Banjumas 15 nov. 1949

Op 15 november 1949 werd op het Ereveld te Banjoemas een afscheidsceremonie gehouden voor alle omgekomen jongens van de 3-11 R.I. Kapitein Hagens hield daarbij een afscheidsrede.


Kapt. Aaalmoezenier Pieters houdt afscheidsgroet bij monument der gesneuvelden van 3-11RI in Tegal

Lt. Kol. Janssen legt een krans bij het monument als teken van hulde en dank aan de gesneuvelden 3-11RI in Tegal
(Bron E. Ewalds)

Op 16 november werd er bij het monument in Tegal een afscheidsrede gehouden door Aalmoezenier Pieters en werd door Lt. Kol. Janssen een krans gelegd bij het monument.

Eind oktober 1949 werd het bataljon samengetrokken op het schiereiland Noesa Kambangan, nabij Tjilatjap in afwachting van de repatriëring. Die vond plaats op 17 december 1949. Met de Groote Beer keerden ze, met achterlating van 24 omgekomen jongens, huiswaarts en op 7 januari 1950 was de aankomst in Amsterdam.


(Bron A van der Meijden)


(Bron A van der Meijden)




Op het Indiëmonument in Roermond staat de naam van Johan de Kock ook op de plaquette van omgekomen militairen van de 3-11RI

(Bron A van der Meijden)
Terug naar de inhoud