Crash Ingen 1943 - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Crash Ingen 1943

Gemeente Buren > Gesn. geallieerde militairen > Gesn. Nieuw-Zeelanders
Crash Stirling bommenwerper op 3 februari 1943 in de uiterwaarden tussen Eck en Wiel en Ingen

Op 3 februari 1943 om 18.21 uur vertrok de Stirling AA-W met Serieno. R9250 van het 75e Squadron "Royal New Zealand Air Force."  
van de basis Newmarket in Suffolk, met als doel om  Hamburg te bombarderen.
Aan boord waren de volgende bemanningsleden:

P/O Kenneth Howard Blincoe, RNZAF NZ412194 – Piloot.
Sgt. Andrew James Newell ‘Dougal’ Scott RNZAF NZ414685 – 2e Piloot.
Sgt. Frank Arthur Boese, RAFVR 1293282 – Navigator.
Sgt. George Wood Cook, RNZAF NZ412514 – Air Bomber.
P/O Harold Lowe, RAFVR 905609/ 115129 – Wireless Operator.
Sgt. Desmond David Hayward, RAFVR 651764 – Flight Engineer.
Sgt. Edward. McDermott, RCAF R.96960 – Mid Upper Gunner.
Sgt. Desmond Clearwater, RNZAF NZ412314 – Rear Gunner.

Maar liefst 263 bommenwerpers namen deel aan deze operatie, waarvan 84x Halifax, 6x Stirling, 62x Lancaster en 51x Wellington. Slechte ijzige weersomstandigheden dwongen veel vliegtuigen al snel tot terugkeer. De overige bommenwerpers en de zgn. pathfinders konden hun werk als gevolg van het weer niet naar behoren doen, met als gevolg dat de belangrijkste bombardementen te ver van elkaar verspreid lagen. De resultaten van deze 'raid'  waren teleurstellend: 45 grote branden, waarvan één olieopslagplaats en de andere een magazijn. 53 burgers vonden in totaal bij deze acties de dood en 40 anderen werden gewond. De verliezen aan geallieerde zijde waren 16 vliegtuigen met 90 bemanningsleden en verder werden er 28 personen krijgsgevangene gemaakt.
Klik hier voor een overzicht van de missies, waarbij deze omgekomen bemanning betrokken was.

Reinhold Knacke (Bron: Aircrewremembrancesociety)

De Stirling R9250 had een hoogte van 3500 meter, toen het op de terugweg om 19.46 uur ter hoogte van het Betuwse dorpje Ingen werd onderschept en neergeschoten door een Duitse jager met aan de  stuurknuppel Hptm. Reinhold Knacke van de eenheid 1./ZG1. (Gruppe 1 Zerstördergeschwäder 1). Nadat hij nog een Halifax-bommenwerper nabij Tiel had neergeschoten crashte hij zelf op die bewuste avond bij het dorpje Achterveld.

De Stirling stortte neer in de uiterwaarden tussen Eck en Wiel en Ingen, nabij de Ganzert. Dat is halfweg tussen de veren Eck en Wiel-Amerongen en Ingen-Elst, bij het watergemaal. Vrijwel tegenover de steenfabriek van Elst, zie schoorsteen op de foto hierboven. Deze crashplaats was bij in een overgang van twee sloten en de cockpit van de bommenwerper was erg diep in de zachte aarde gezakt.
Verschillende bemanningsleden hadden nog geprobeerd het toestel nog te verlaten. Twee van hen landden per parachute over de Rijn op Rhenens grondgebied, o.a. Desmond Hayward die de dood vond en tweede piloot Dougal Scott, die door het dak viel van een een schuur waar bakstenen lagen te drogen bij een steenfabriek en daarbij zijn rechterbeen had gebroken en tevens een zware hersenschudding had. Hij heeft nog wel even geleefd en is nog verpleegd door dokter Sander van Ommeren uit Elst.
Frank Boese en Desmond Clearwater kwamen terecht op een steenfabriek in Eck en Wiel. Tenslotte is het lichaam met parachute van het Canadees bemanningslid McDermott gevonden nabij de Steenfabriek van Van der Pol & Co op het grondgebied van Maurik. Ter plaatste trof met twee 15 cm diepe voetafdrukken in de grond aan, zodat duidelijk was dat hij met grote kracht met de grond in aanraking was gekomen. Ook vond men naamplaatjes en een Rode Kruis-zakdoek uit Quebec.
Het gedeelte van het vliegtuig dat nog boven de grond uitstak, was totaal uitgebrand. De Duitsers hadden nog geprobeerd om het vliegtuig te bergen, maar er vanaf gezien, omdat het te lang zou duren. Ze hebben toen Nederlandse werkmensen opdracht gegeven om het gat dicht te gooien met zand. Het is zeker dat er toen geen lichamen zijn geborgen van de crash. De heer Olbarda van het gemeentehuis, die de crash heeft gezien, vertelde later, dat de Duitsers hem hadden verteld dat zij dachten dat er nog sommige lichamen in de cockpit zouden zitten.
De Duitsers brachten deze vijf stoffelijke overschotten over naar een verzamelbegraafplaats in Amersfoort, waar ze nu nog begraven liggen. In augustus 1949 werden tijdens het lichten van de resten van dit vliegtuig nog de stoffelijke overschotten van de laatste drie bemanningsleden geborgen: Kenneth Blincoe, George Cook en Harold Lowe. Zij liggen nu naast de andere bemanningsleden op Rusthof in Amersfoort.
De begrafenis van deze drie bemanningsleden vond plaats in Amersfoort en werd bijgewoond door Mevr. Lowe, enkele honderden Nederlandse belangstellenden, drie militaire eenheden, een militaire kapel en tenslotte enkele hooggeplaatste peronen.
De doodskisten waren geschonken door de Nederlanders en waren gedrapeerd met de Engelse vlag en bedekt met honderden bloemen, de dragers bestonden uit vier officieren en zes sergeanten bij iedere groep. Het nationale volkslied werd gespeeld en muziek met "The Holy City" en "Abide with me" was te horen. De voorganger was een Nederlandse dominee, die in het Engels sprak. De ceremonie eindigde met "The last post" en "Reveille"

In de Tielsche Courant van 7 november 1989  werd over dit vliegtuigongeluk en monumentje gesproken. Het had als kop: Het moet Britse bommenwerper zijn en subtitel Ingen gelooft heilig in 'eigen' oorlogsvliegtuig. Er stond een foto bij van de inmiddels overleden Cor Vonk uit Eck en Wiel, met restanten van deze bommenwerper. In dat jaar werd namelijk het bewuste terrein omgeploegd voor de oplevering aan een zandwinningsbedrijf. Tijdens het ploegen kwamen stukken aluminium naar boven. Cor Vonk was er heilig van overtuigd dat  het vliegtuig nog onder de kleilagen lag!
Cor  maakte ook melding van een monument. Hij vertelde: 'Bij het gemaal in de Ingense Waarden heeft een houten kruis gestaan met inscriptie. In  1960 stond het er nog. Volgens de familie Van Amerongen van de Eckse  Ganzert zou er '3 februari 1943 08.00 uur' op hebben gestaan.
Andere  ooggetuigen zeiden dat Engelssprekende familieleden jaarlijks bloemen  bij het kruis neergelegden, maar toen door de ontzandingswerkzaamheden het watergemaal en het monumentje verdwenen er vanaf die tijd ook de bezoekjes gestaakt zijn.
Volgens Vonk zijn er nooit pogingen ondernomen om het vliegtuig op te graven. Daarom heeft hij toen aangifte gedaan bij de Rijkspolitie en de gemeente, met de bedoeling dat het wrak zou worden opgegraven.
Hannes  Briene uit Tiel, een oud-inwoner van Ingen, was in de oorlog in dienst bij Ingenaar Gijs van Hattem. Met nog vier anderen werd Briene door de  Duitsers opgedragen om de restanten van het wrak op te ruimen. Alle brokstukken moesten in de diepe kuil, die door het ongeluk was ontstaan,  worden gegooid en vervolgens afgedekt met een laag kleiaarde. Briene wist zich nog wel te herinneren dat in de buurt van het wrak een lichaamsdeel is gevonden, maar waar dat werd begraven, wist Briene niet meer.
Hannes Honders die vlakbij de crash heeft gewoond, vertelde dat Engelse  familieleden na de oorlog overgekomen waren en wrakstukken van aluminium hadden meegenomen. Ook zei hij dat er ooit pogingen zijn ondernomen om het wrak op te graven, maar dat dit maar gedeeltelijk is gelukt.
(Bron Nieuwsbrief HKK&O, Joke Honders, aug. 2009)





 Onderzoeksverslag crash  maart 1946

Onderzoeksverslag opgraving resten vliegtuig augustus 1949

 
De acht bemanningsleden maakten deel uit van het zgn. No. 75 squadron.

Hun motto was: "Ake ake kia kaha" (dat is Maori's voor "eeuwig sterk zijn").
Hun embleem: twee mijnbouw hamers in saltire, een tiki. Dit esquadron was hoofdzakelijk samengesteld uit Nieuwzeelanders en dit feit wordt herdacht door te in het embleem een tiki op te nemen, dat de Maori's als nekversiering gebruiken en als een gelukbrengend  beschouwen.
Instantie: Koning George VI, april 1943.

Het No.75 squadron, RFC, werd opgericht in Goldington (Bedford) op 1 oktober 1916 als een binnenlandse defensie eenheid. De   eerste uitrusting bestond uit de gebruikelijke collectie één en twee zitplaatsen BE typen, die later werden vervangen door Avros en vervolgens door Sopwith Camels.
Het werd ontbonden in Essex in 1919, maar werd weer in ere hersteld in 1937 als een zware bommenwerper squadron. In maart 1939, werd het zelfs een operationele opleidingseenheid. Kort na het uitbreken van de oorlog de Eskadron gevogd bij de No.6 opleidingsgroep en op 4 april 1940 werd op hun nummerplaat de letters "NZ" toegevoegd: "Royal New Zealand Air Force." Zij kregen toen als basis Feltwell in Norfolk, die behoorde bij de No. 3 Group.
Uitgerust met Wellingtons, was dit squadron NZ (nr. 75) van de   RAF de eerste Britse Gemenebest squadron dat werd gevormd in Bomber Command. Ze namen deel aan de eerste bombardementen in vijandelijke bezette gebieden, en tijdens de terugkeer van een aanval op Munster op 7/8 juli 1941, won een van haar bemanningsleden, Sergeant Pilot JR Ward van de RNZAF, zelfs het Victoria Cross. Tegen het einde van 1942 kreeg dit squadron de beschikking over Stirlings die meteen hebben bijgedragen aan de   slag aan de Ruhr, de verwoesting van Hamburg en de beroemde 'raid' tegen de Duitse V-wapens in de experimentele fabriek van Peenemunde. In maart 1944 werden de Stirlings voor Lancasters verruild om op tijd deel te nemen aan de voorbereidingen en de steun aan de geallieerde invasie. Vermeld mag worden dat nadat de invasie begonnen was, een Lancaster van dit squadron (ND917), een mark III bestuurd door piloot N.A.Williamson, RNZAF) op 30 juni 1944, de eerste zware Britse bommenwerper was, die landde in Normandië.
In een latere fase van de oorlog speelde het nr.75 squadron een prominente rol in het offensief tegen de Duitse olieproductie en het transport daarvan.
Aan het nr. 75 squadron werden vele onderscheidingen toegekend, waaronder één VC, 6 DSOs, 88 DFCs, 4 bar DFCs, 2 CGMs en 17 DFMs.
Bases:
Stradishall : juli 1939-sept. 1939
Harwell : sept. 1939-apr 1940
Feltwell : apr 1940-aug 1942
Mildenhall : aug 1942-nov 1942
Newmarket : nov 1942-jun 1943
Mepal : jun 1943 tot het einde van WWII

Op het terrein van het vml. vliegveld Newmarket is nog een herinneringsplaquette van novenber 2000 te zien van bovengenoemd squadron.

Bommenwerpers:
Vickers Wellington I, IC and III: jul 1939-okt 1942
Short Stirling I and III: nov 1942-apr 1944
Avro Lancaster B.I and B.III: mar 1944 tot het einde van WWII
 
Eerste operationele missie in WWII als NZ (nr. 75) squadron: 4e april 1940: 3 Wellingtons op pad gestuurd op 0825   uur maar teruggeroepen om 0955 uur, a.g.v. slecht weer.
Eerste bombardement in WWII: 17/18e april 1940: 2 Wellingtons bombardeerden het vliegveld in het Noorse Stavanger
Laatst operationele missie in WWII: 24ste april 1945: 19 Lancasters bombardeerden haventerreinen in Bad Oldesloe
Laatste missie voor de bevrijding: 7 mei 1945: 26 Lancasters voeren voedseldropping boven Delft uit.
Stirling MkI

Kijk hier voor een Youtube-film over de de productie van de Stirling
 

Naam: KENNETH HOWARD BLINCOE
Initialen: K E
Nationaliteit: Nieuw- Zeelandse
Rang: 1e Piloot-Officer
Regiment/Service: Royal New Zealand Air Force
Unit: 75 (R.A.F.) Sqdn
Leeftijd: 33
Overlijdensdatum: 03/02/1943
Servicenummer: 412194
Medailles: D F C
Grave/Memorial Reference: Plot 13. Row 13. Grave 212.
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort       
Begraven op 09-08-1949       

Kenneth Blincoe was geboren op 3 november 1909 in Nelson, Nieuw-Zeeland. Zijn ouders waren Francis Blincoe and of Ruth Packer. Kenneth was getrouwd met Ida Annie Blincoe en woonde op de Waller Street in Murchison in Nelson.
Op school was hij erg actief met voetbal, cricket en golf.  Na zijn middelbare school kwam hij in dienst bij de Post en Telegraph Department in Obura.
Op 9 februari 1940 solliciteerde hij voor een luchtmachtopleiding en kwam op 13 april in Levin terecht. Voor zijn basisopleiding werd hij op de No. 2 Elementary Flying Training School in New Plymouth geplaatst, die hij op 5 juli afrondde. Daarna volgde No. 2 Flying Training School in Blenheim, waar hij op 16 augustus 1941 zijn ‘badge’ kreeg uitgereikt.  Op 27 september 1941 werd hij bevorderd tot sergeant. Op 25 oktober 1941 vertrok hij naar de No. 3 Personnel  Reception Centre in Bournemouth in Groot-Brittannië. Hij kwam op 29 november 1941 terecht bij de No. 2 Service Flying Training  School in Horton in Oxfordshire.  Op 23 maart 1942 werd hij geplaatst bij de No. 11 Operational Training Unit in Bessingbourn, waar hij ervaring opdeed met de Wellington bommenwerper. Op 15 augustus 1942 werd hij geplaatst bij No. 75 (NZ) Squadron in Mildenhall in Suffolk en werd hij bevorderd tot Flight-sergeant. Hier was hij bij 17 missies betrokken: o.a. Kassel, Saarbrücken, Karlsruhe, Bremen, Duisburg, Düsseldorf, Frankfurt en Kiel.
Op 15 oktober 1944 vervolgde hij zijn pilotenopleiding bij de Squadron’s Coversion Flight in Oakington, Cambridgeshire. Daarna ging hij weer terug naar zijn eigen eenheid, die inmiddels in Newmarket in Suffolk verbleef. Hier was hij bij vijf missies betrokken, zoals in het Italiaanse Turijn en  het Franse Lorient.
Toen hij in die fatale nacht van 3 op 4 februari 1943 omkwam in Ingen, had hij 450 uur ervaring als piloot.

Thanks to the NZDF














Naam: ANDREW JAMES NEWELL SCOTT
Initialen: A J N
Nationaliteit: Nieuw-Zeelandse
Rang: Pilot Officer (2e Piloot)
Regiment/Service: Royal New Zealand Air Force
Unit: 75 (R.A.F.) Sqdn
Leeftijd: 21
Overlijdensdatum: 03/02/1943
Servicenummer: 414685
Grave/Memorial Reference: Plot 13, Rij 5, Graf 91
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort  

Andrew "Dougal" is geboren op 30 november 1921 in Mataura, Southland, Nieuw- Zeeland. Hij is de jongste zoon van het in Engeland geboren echtpaar William Lorimer Scott (1881-1973) en Marian Phoebe Dickson (1884-1964), die trouwden in 1909 en op boerderij Pinegrove in Mataura woonden.
Hij had twee zusters en twee broers:
  • Marian Jeanne Lorimer SCOTT (1912)   -  Beter bekend als Jeanne en was in 1943 getrouwd met David Bruce HERRON
  • Alan William Dickson SCOTT (1914)      -  Beter bekend  als Alan en was in 1940 getrouwd met Elizabeth Marjorie EDWARDS, overleden in 1997
  • John Douglas Lorimer SCOTT (1915)    -  Beter bekend als Lorimer en was in 1937 getrouwd met Betty GOURLEY, overleden in 1967
  • Elizabeth Phebe Wallace SCOTT (1919) -  Beter bekend als Betty en was in 1946 getrouwd met Anthony Roy CAMPBELL, overleden in 2004

Dougal zat achtereenvolgens op de Mataura Public School, de Gore High School en de Southland Technical College. Op school was hij actief met rugby en voetbal. Hobby nummer één was bij hem het jagen met honden en Dougal was lid van zowel de Eastern Southland, als Birchwood jachtvereniging.
Hij hielp tussendoor ook zijn vader op de boerderij. Toen hij 18 was kwam hij als dienstplichtige bij de Luchtmacht terecht. Op 17 augustus 1941 kwam Dougal bij de Initial Training Wing in Levin en om zijn Ground Training Course af te ronden en ging hij op 29 september naar de No. 1 Elementary Flying Training School in Taieri. Op 17 november van dat jaar ging hij voor zijn Empire Air Training Scheme naar Canada. Op 5 december 1941 werd hij daar gestationeerd bij No. 4 Service Flying Training School in Saskatoon en kreeg daar zijn felbegeerde Flying 'Badge' en op 27 maart 1942 ook de rang van Sergeant.
Ondertussen was Dougal op 13 mei 1942 via Nova Scotia  in Bournemouth in Groot-Brittannië aangekomen. Hier kwam hij terecht bij No. 3 Personnel Reception Centre tot hij op 23 juni overgeplaatst werd naar No. 15 (Piloot) Advanced Flying Unit in Kirmington, Lincolnshire. Hier vloog hij met het Oxford vliegtuig. Vervolgens ging hij op 25 augustus naar No. 11 Operational Training Unit in Bassingbourn in Hertfordshire om vertrouwd te raken met de Wellington bommenwerper.
Op 1 november 1942 werd hij geplaatst bij No. 1651 Conversion Unit in Waterbesch, Cambridgeshire, waar hij met de Stirling mocht vliegen.
Op 13 januari 1943 werd hij in Newmarket, Suffolk, bij het 75 (R.A.F.) Sqdn. geplaatst. Hij heeft hier aan drie missies deelgenomen.
Toen Dougal in die fatale nacht van 3 op 4 februari 1943 als tweede piloot omkwam in Ingen, had hij 380 uur ervaring.


Memorybord in Mataura Memorail Baths
Naam: GEORGE WOOD COOK
Initialen: G W
Nationaliteit: Nieuw- Zeelandse
Rang: Sergeant (Air Bomber-Nav.)
Regiment/Service: Royal New Zealand Air Force
Unit: 75 (R.A.F.) Sqdn
Leeftijd: 25
Overlijdensdatum: 03/02/1943
Servicenummer: 412514
Grave/Memorial   Reference: Plot 13. Row 13. Grave 211
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort       
Begraven op 09-08-1949     

George Cook was geboren op 3 maart 1917 in Te Awasutu. Zijn ouders waren de Engeland geboren Samuel Arthur Cook en zijn in Australië geboren vrouw Eva Harriette Kean. Ze woonden in Otorohanga (Mt. Eden), Auckland, Nieuw-Zeeland.
Na zijn middelbare school Auckland Teachers Training College en Auckland University. Hij was daar actief met tennis en tafeltennis.
Voordat hij op 1 februari 1940 aanmeldde bij de aircrewopleiding, was hij als onderwijzer werkzaam bij de Auckland Education Board en daarvoor op een
primitief dorpsschooltje Kaingaroa  Forest School in Rotorua. Meisjes moesten daar thuis naar het toilet en de kinderen moesten in de strenge winter zelf voor houtblokken zorgen voor de open haard in het schoollokaal.
James was dol op planten en bouwde met de leerlingen van takken en zakken een 'shade house' buiten de school, zodat planten in een beschermde omgeving konden groeien. Ook nam hij de leerlingen mee op 'nature study' wandelingen, waardoor ze erg betrokken raakten bij de natuur. De gevonden planten kwamen vanzelfspekend in de 'shade house'.
Na zijn dood schonken zijn ouders zijn natuurboeken aan de school en werden ze verdeeld onder zijn leerlingen. Eén leerling heeft nog steeds het boek "Weeds of New Zealand" geschreven door E.W. Hilgendorf. Aan de binnenkant van het kaft staat: “G. Cook, Training College, Auckland”.
(Bron: Fred Johnson NZ)

James kwam op 13 april 1941 in Levin onder de wapenen. Hij volgde eerst een basistraining aan de No.3 Elementary Flying Training School in Harewood.
Daarna vertrok hij naar Canada waar hij van eind juli tot september 1941 voor zijn verdere opleiding terecht kwam bij bij No. 4 Service Training SChool in Saskatoon.
Toen hij in de nacht van op 3 op 4 februari 1943 omkwam in Ingen, had hij 243 uur ervaring als navigator.
Naam: HAROLD LOWE
Initialen: H
Nationaliteit: Britse
Rang: Flying Officer (WirelessOperator)
Regiment/Service: Royal New Zealand Air Force
Unit: 75 (R.A.F.) Sqdn
Leeftijd: 23
Overlijdensdatum: 03/02/1943
Servicenummer: 115129
Grafplaats: Plot 13. Row 13. Grave 213.
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort       
Hij is daar begraven op 09 augustus 1949  

Harold is de zoon van Richard Harold Lowe (1879-1943) en Priscilla Pratt (1891-1966) uit Horsham, Sussex.
Hij was getrouwd met Chrissie Scott uit Horsham.
Harold had nog twee broers: Richard (1914-1991) en Francis (1916-1982).
Begin 1996 werd de as van zijn overleden vrouw Chrissie Scott bij zijn graf gevoegd. Dit wordt d.m.v. een naamplaatje vermeld.

Brief van de begraafplaats 'Rusthof' aan Mrs. Lowe:

Naam: FRANK ARTHUR BOESE
Initialen: F A
Nationaliteit: Britse
Rang: Sergeant (Navigator)
Regiment/Service: Royal Air Force Volunteer Reserve Unit
Unit: 75 (R.A.F.) Sqdn
Leeftijd: 23
Overlijdensdatum: 03/02/1943
Servicenummer: 1293282
Grafplaats: Plot 13. Row 5. Grave 92.
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort   

Frank is de zoon van Arthur Boese en Carrie Potts uit East Ham, Essex.
Hij was in de herfst van 1942 getrouwd met Irene Emily Middleton uit East Ham.

Naam: DESMOND DAVID HAYWARD
Initialen: D D
Nationaliteit: Britse
Rang: Sergeant (Flight Engineer)
Regiment/Service: Royal Air Force
Unit: 75 (R.A.F.) Sqdn
Leeftijd: 21
Overlijdensdatum: 03/02/1943
Servicenummer: 651764
Grafplaats: Plot 13. Row 5. Grave 90
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort   

Desmond was de zoon van William John Hayward en Lydia Close, uit Lower Edmonton (Noord- London).
Desmond had drie broers: Harry, John en William.
Naam: DESMOND CLEARWATER
Initialen: D
Nationaliteit: Nieuw-Zeelandse
Rang: Sergeant (Rear Gunner)
Regiment/Service: Royal New Zealand Air Force
Unit: 75 (R.A.F.) Sqdn
Leeftijd: 24
Overlijdensdatum: 03/02/1943
Servicenummer: 412314
Grave/Memorial Reference: Plot 13. Row 5. Grave 89
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort  
   
Desmond was geboren op 24 maart 1918 in Taihepe. Hij was de zoon van Irwin Clearwater en Jacobina Manson Bain uit Remuera, Auckland, Nieuw-Zeeland.
Op zijn middelbare school was hij actief met voetbal, tennis en zwemmen.
Nadat hij zijn diploma had gehaald, ging hij in 1933 werken bij de Walton Dairy Condenery en twee jaar later bij de New Zealand Dairy Company in Matangi.
In oktober 1938 gaf hij zich op om dienst te nemen bij de reservetroepen.  
Op 21 april 1940 meldde hij zich aan voor een luchtmachttraining. Vervolgens ging hij op 13 april 1941 naar een Ground Training School in Levin. Op 26 mei van dat jaar vertrok hij voor verdere opleiding naar Canada. Hier kwam hij op 16 juni terecht op No. 3 Wireless School in Winnipeg, Manitaba.
In januari 1942 startte Desmond op No.9 Bombing en Gunnery School in Mont Joli, waar hij op 16 februari 1942 zijn felbegeerde airgunners 'badge' kreeg opgespeld in de rang van sergeant.
Op 25 februari 1942 ging hij via Nova Scotia naar Groot-Brittannië, waar hij op 11 april  in Hamby, Lincolnshire, een opfriscursus kreeg. Op 26 mei 1942 op de No. 11 Operational Training Unit in Bassingbourn, Hertfordshire, sloot hij zijn training als airgunner op een Wellington af.
In augustus 1942 werd Desmond in Mildenhall, Suffolk, bij No. 75 (NZ) Squadron geplaatst. Hier kwam hij bij de Stirling bommenwerpers terecht. Hij bracht het tot 22 missies: o.a. Kassel, Saarbrücken, Karlsruhe, Bremen, Duisburg, Düsseldorf, Frankfurt en Kiel. Bij een missie naar Turijn kreeg zijn vliegtuig motorproblemen en moest hij de Stirling per parachute verlaten. Onbekend is hoe hij naar zijn basis is teruggekeerd.
Toen Desmond in die fatale nacht van 3 op 4 februari 1943 omkwam in Ingen, was het zijn 22e missie en had hij 324 uur ervaring als airgunner.
Naam: EDWARD McDERMOTT
Initialen: E
Nationaliteit: Canadese
Rang: Flight Sergeant (Mid Upper Gunner)
Regiment/Service: Royal Canadian Air Force
Unit: 75 (R.A.F.) Sqdn
Leeftijd: 20
Overlijdensdatum: 03/02/1943
Servicenummer: R/96960
Grave/Memorial Reference: Plot 13, Rij 5, Graf 93
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort  

Edward McDermott werd geboren op 15 juni 1922 in het Candese London, Ontario. Zijn vader was de overleden kolenboer Walter McDermott, afkomstig uit Stratford in Ontario. Zijn moeder was Tessa Moorhouse uit Yorkshire in Engeland. Zij was hertrouwd met D. Hastings en woonde op 1038 Mabel Street in London, Ontario. Edward had nog een broer en vier zusters.
Edward had een litteken op zijn linkerwang, bij zijn neus.
Na de basisschool volgde hij nog een tweejarige opleiding op de technische school H. B. Beal Technical and Commercial High School in London, Ontario. Het hoofd van de school kwalificeerde hem als een gemiddelde student.
Edward was van beroep
metaalarbeider (lasser) bij CN Railway.
Hij was actief met boksen, zwemmen, voetbal, hockey, honkbal, basketbal en golf.
Op 1 juli 1941 vulde Edward een aanvraagformulier in voor de RCAF. Volgens hun interviewrapport was hij een rustige, vastberaden, welgemanierde jongen. "Hij heeft een goede persoonlijkheid en kan een goede airgunner worden."
Hj startte zijn basisopleiding in Canada op 26 oktober 1941 en vertrok hij op 16 feb 1942 naar Groot-Brtittannië voor zijn verdere opleiding als airgunner. Tussen 31 mei en 21 juni 1942 volgde Edward nog een Attented Gunnery Course in Stormy Down. Edward kreeg zijn Airgunner badge op 22 september 1942. Op die dag kwam Edward ook bij het 75 Sqdn. Op 1 december 1942 werd hij bevorderd tot flight sergeant.

Foto's grafstenen: Fred Blankenstein
Bron: CWWG
www.aircrewremembrancesociety.com
Special thanks to: 75(NZ) Squadron RAF (https://75nzsquadron.wordpress.com)
Terug naar de inhoud