Dhr. J. Kouw uit Leerdam - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Westbetuwse oorlogsslachtoffers
Ga naar de inhoud

Dhr. J. Kouw uit Leerdam

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Asperen
Achternaam: Kouw
Voornamen: Jan
Voorletters:
Beroep: Beroep Schilder-drogist / Lid verzet
Geboorteplaats: Asperen
Geboortedatum: 25-06-1892
Overlijdensplaats: Zeist
Overlijdensdatum:05-04-1945
Begraafplaats: Nwe Gem. Begraafplaats
Gemeente: Zeist
Vak: D
Rij: 32
Nummer: A
De ouders van Jan waren kleermaker Karel Johannes Kouw (1864- 1921) uit Buurmalsen en Geertje van Someren (1868-1957). Ze trouwden in Asperen in oktober 1890 en kregen samen zeven kinderen:
  • Karel Johannes (1891-1953), trouwde in 1923 in Leerbroek met Dirkje de Groot (*1892)
  • Jan (1892-1945)
  • Elisabeth Hendrina (1894-1894)
  • Tonia (*1895-1972), trouwde in 1916 met Jan Hoogendoorn (1887-1945)
  • Elisabeth Hendrika (1896-1898)
  • Elisabeth Hendrina (*1900)
  • Catharina Thomacia (1905-1908)

Jan Kouw sr.

Jan werd geboren op 25 juni 1892 in Asperen en trouwde hier op 27 januari 1916 met Dirkje van Veghelen (1893-1976). Het echtpaar woonde op de Fonteinstraat 23 in Leerdam en kregen hier samen drie kinderen:
·         Geertje "Gé", die trouwde met Lambertus "Bep" Van Steijn (1913-1983)  
·         Jan jr.
·         Carla, trouwde met Van Brouwershaven

Arend Zeemering

Evert Nool, commandant van een plaatselijke groep van de illegale 'Ordedienst' (OD) benadert Arend Zeemering in de zomer van 1943. Hij vraagt hem om voor door deze organisatie inlichtingen te verzamelen. Na een korte opleiding binnen deze organisatie, geeft Arend instructie aan leden in het gebruik van explosieven. Vanaf begin 1944 onderhoudt hij ook contacten met leden van de onderduikorganisatie (LO) in Heukelum, een knokploeg in de Betuwe en de spionage- en koeriersgroep 'Rolls Royce’.

 
Jan Willem Gerver

De plaatselijke verzetsgroep van de illegale 'Ordedienst' (OD) uit Heukelum bestaat uit: Evert Nool (jachtopziener), Arend Zeemering (opperwachtmeester van de Marechaussee), Marinus Visser (hulpmachinist van het stoomgemaal van Asperen), administrateur Jacobus “Co” van Beest, Gijsbert Lakerveld (politieman), Van Haarlem (politieman), vader en zoon Jan Kouw en tenslotte Henk Post en Pieter Lahnstein. Niemand is op de hoogte dat Pieter en Henk voor de Amsterdamse inlichtingendienst Abwehr werken.
De 21-jarige 'Kleine Piet' Lahnstein krijgt de opdracht te infiltreren in de illegaliteit in Leerdam en omgeving. Contactpersoon Hans Gerver, brengt hem onder bij de familie Zeemering. Om enige zekerheid te verkrijgen over zijn betrouwbaarheid, heeft deze familie nog de spullen van Pieter doorzocht, maar niets verdachts gevonden.

Henk Post uit Heukelum is eerder gearresteerd geweest door de SD (Sicherheitsdienst), maar onder bepaalde voorwaarden vrijgelaten.

Op 17 januari 1945 overvalt de Heukelumse / Asperense verzetsgroep de boerderij van NSB-boer J. van Z. in het Heukelumse Veld. Een dag later overvallen ze ook het distributiekantoor in het Oude Gemeentehuis aan het Walstraatje in Asperen.
De groep staat onder leiding van Evert Nool en bestaat verder uit Arend Zeemering, Marinus Visser, Jan Kouw jr. en Jacobus van Beest. Meteen na deze overval vertrekt Pieter Lahnstein met het excuus dat zijn chef ziek was geworden.

Ook Jan Willem Gerver maakt zich snel uit de voeten naar de woonplaats van zijn vader, Aerdenhout. Hier geeft hij de door hem meegenomen bonkaarten aan freule Van Randwijk, die bij het verzet zit.
Op advies van zijn vader duikt hij begin februari 1945 onder in Hoogwoud, nabij Hoorn. Ook hier sluit hij zich spoedig aan bij de illegaliteit. Dit lijkt verdacht, omdat kort tevoren een verzetsgroep is opgerold door de SD.
Al snel ontstaan er spanningen in de verzetsgroep. Is er sprake van infiltratie? Verraad? Het gonst van de geruchten. Wie is nog te vertrouwen? Wie is die vreemde, die plotseling is aan komen waaien? De BS arresteren Jan Willem en hij wordt uitgebreid verhoord. Als de antecedenten van Gerver niet snel genoeg achterhaald kunnen worden, besluit de leiding van de knokploeg het zekere voor het onzekere te nemen en wordt Jan Willem op 19 februari 1945 in een weiland in Spanbroek door zijn eigen mensen geëxecuteerd en aldaar begraven. Een half jaar later wordt hij met veel eerbetoon herbegraven op de RK Begraafplaats te Hoorn. Op zijn graf staat dat hij 'gevallen' is.

Een week later op 25 januari 1945 valt de "Geheime Feldpolizei" uit Utrecht op adressen in Leerdam, Heukelum en Asperen binnen. Lahnstein wijst hen de weg, maar blijft zelf op de achtergrond en Arend Zeemering, Evert Nool, Jan Kouw sr. en jr. en Marinus Visser worden oppakt. Bij Arend thuis in de Gasthuisstraat worden een stengun, een radiotoestel en springstoffen gevonden.
De dochter van Jan Kouw, Gé , zegt later over de inval het volgende: "Op de avond van 24 januari is er een Duitse inval in ons huis. De Duitsers komen aan alle kanten binnen: via de winkel door de gang naar de huiskamer en door het kantoortje naar de huiskamer, maar ook achterom door de poort die via onze buren naar de binnenplaats.
Later horen we dat de Duitsers daar al vanaf 5 uur hebben gezeten, maar niemand kon waarschuwen.
De Duitsers zijn gewapend en schreeuwen dat het hier een "terroristennest" is. Ze verspreidden zich door het hele huis, maar het enige belastende dat wordt gevonden is een radio, die in de keuken achter de deur staat en waarmee we clandestien naar de Engelse zender hadden geluisterd.
Radiobezit is streng verboden, alle radio's moesten al lang geleden worden ingeleverd. Achteraf blijkt dat onze onderduiker veel te loslippig is geweest, hoewel hij hiervoor herhaalde malen was gewaarschuwd.
Tijdens de overval komt Bep, Gé’s verloofde, nog binnen. i.v.m. zijn werk had hij een "Ausweiss" dat hij in spertijd op straat mocht en onderweg naar huis kwam hij even langs. Na de huiszoeking gaan de Duitsers weer weg, maar ze nemen mijn vader en Bep mee.
Ze vertrekken met het dreigement dat ze nog wel terugkomen om de boel in brand te steken. Met de hulp van overburen brengen we nog gauw wat kleding in veiligheid in hun huis, maar er gebeurt verder niets.
Mijn vader, mijn broer Jan en  Bep werden die nacht op het politiebureau vastgehouden en verhoord. De volgende dag wordt Bep weer vrijgelaten, maar mijn vader en broer worden overgebracht naar de gevangenis op het Wolvenplein in Utrecht. Jan jr. is daar op gruwelijk wijze verhoord en daarna door tussenkomst van burgemeester Van Maurik van Heukelum vrijgekomen."

Na de arrestatie van deze Heukelumse KP-ploeg wordt korte tijd later Hendrik van Bezooijen in Minkeloos opgepakt en in Spijk (dat toen bij de gemeente. Heukelum hoorde) wordt de 62-jarige Co van Beest gearresteerd. Hij is werkzaam op een administratiekantoor te Asperen en is getrouwd met Gerri Eva Post, een tante van Henk Post.
Alle arrestanten worden naar de strafgevangenis op het Wolvenplein in Utrecht overgebracht. Arend, Evert, Marinus en twee anderen worden op 31 maart naar Fort De Bilt gebracht en daar gefusil­leerd.

Op 5 april 1945 stopt omstreeks 6.30 uur bij de boerderij van Hilhorst, Soesdijkerweg 8 in Zeist-Den Dolder, een autobus, die uit de richting van Utrecht is gekomen. Eerst stappen militairen van de Duitse Wehrmacht uit en daarna de tien mannen in burger. Die tien mannen moeten zich in de berm in een rij opstellen. Tien of meer Duitse militairen vormen een executiepeloton, dat na het in het Duits gegeven commando 'feuer' op die mannen begint te schieten. De tien vallen op de grond, waarna vier mannen nog door een van de Duitse militairen een genadeschot krijgen. Vervolgens stappen de militairen weer in de bus en rijden weg.
Eén van de mannen is Jan Kouw. Een dokter van de G.G. & G.D. voert de doodsschouw uit en geeft als doodsoorzaak van hem op: ‘schotwond rechteroog, schotwond rechteroor’.
Volgens de rapporteur van de ondergrondse inlichtingendienst is de executie vermoedelijk bedoeld als represaillemaatregel voor een overval op twee SS’ers een week eerder in die omgeving. Een SS’er wordt daarbij gedood en de ander zwaargewond. (
Bron: www.rhoen.nl)

Verzetslid Gijsbert Lakerveld, is getipt door de dochter van Nool en is gevlucht naar het dijkhuis "De Gaddam" van Pieter Filius aan de Nieuwe Zuiderlingedijk. Hier heeft hij de nacht doorgebracht. Op advies van Pieter scheert Gijsbert zijn snor en sik af. Pieters oudste dochter brengt hem vervolgens naar boer De Graaff in Dalem. Tot het einde van de oorlog heeft hij daar gezeten. Wel hebben de Duitsers toen zijn 20-jarige zoon Dik als drukmiddel meegenomen, maar na enkele weken weer vrijgelaten.
 
Wellicht mede als gevolg van het verraad wordt in de ochtend van 5 februari 1945 in Asperen een grote razzia door de Duitsers gehouden. De gevangenen worden ondergebracht in de garage van Kleijn en de volgende dag, nadat velen ontsnapt zijn, naar Duitsland afgevoerd. Het nieuws is al vroeg in Heukelum bekend en velen zoeken een veilig onderkomen.
Verzetslid Van Haarlem kan bij deze razzia op tijd verdwijnen en zit o.a. drie maanden ondergedoken bij een schilder in Heukelum.
 
Henk Post (foto: D. Filius)

Merkwaardig is dat na de bevrijding maar één persoon als BS-er tevoorschijn komt: Henk Post. Na enkele dagen bij de BS in Leerdam dienst gedaan te hebben, is hij door de Politieke Opsporingsdienst (POD) gearresteerd op verdenking van verraad. Een memorandum dat door hem is ondertekend en waarop hij inlichtingen aan de SD belooft, is later door de POD gevonden. Henk wordt later toch vrijgelaten bij gebrek aan bewijs.
Kort na zijn vrijlating trouwt Henk met Nikki, een dochter van Barones Taets van Amerongen. De Barones is hofdame geweest bij Koningin Wilhelmina en met een Amerikaan getrouwd. Nikki heeft hierdoor ook een Amerikaanse status, vandaar dat Henk Post naar de VS kan verhuizen. Hij krijgt daar vier kinderen en is in 2007 in New York op 85-jarige leeftijd overleden.
Later hertrouwt de Barones met Jacobus (Job) Post, een oom en tevens voogd van Henk Post.
 
In 1948 hoort de 24-jarige Pieter Lahnstein, vanwege zijn verraad, door het Bijzonder Gerechtshof in Amster­dam een levenslange gevangenis over zich uitspreken. Deze straf wordt in 1952 omgezet in een gevangenis­straf van twintig jaar.
 
Gijsbert Lakerveld heeft na de oorlog weer zijn taak bij de politie opgenomen.

Na de oorlog worden de gefusilleerde Heukelummers herbegraven in een door de burgerij geschonken grafkelder op de oude begraafplaats.
Co van Beest te Spijk vindt zijn laatste rustplaats in een graf dat door de gemeente beschikbaar wordt gesteld. Op gezette tijden worden na de oorlog herdenkingen gehouden in de Heukelumse kerk, waarbij familie van de gesneuvelden en bekenden aanwezig zijn.
De gemeenteraad van Heukelum besluit bovendien een aantal historische straatnamen in de oude kern op te dragen aan de verzetslieden Zeemering, Nool en Visser.

Uit: Marechaussee Contact juni 2012, nummer 3. Auteur Henk G. Westland.
Kwartaalblad Oud-Hoorn 2011-1
Aanvullende info: D. Filius.
Terug naar de inhoud